Posts tonen met het label Over eten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Over eten. Alle posts tonen

zondag 31 maart 2024

Bekokstoofd

Je kunt natuurlijk diep in de buidel tasten voor je eigen welzijn. Dat is tegenwoordig ook voor mannen helemaal niet raar meer. De ene influencer na de andere slaat je om de oren met een masker voor dit, een poeder voor dat en voor alles is er wel een potje of een tube creme, bijvoorbeeld voor kloofjes, of, om het dramatisch en dus extra interessant te maken: kloven. Het is nog koud. Op de elektrische fiets gaat het hard; vingerkloven zijn hot. Een beetje smeren met vaseline, zoals oma dat deed, is veel te gewoontjes, en wat dacht je van 'uierzalf'? Eeeek, getver!
Helaas is het goedkoop bestrijden van kloven dus niet altijd interessant. Dat geldt ook voor de kookkloof.
Deze kloof gaapt tussen de rijken en de armen. Aan de ene kant staan de mensen die de tijd hebben (of nemen) om boodschappen te doen en verse producten in te kopen, waarmee ze vervolgens, met allerlei interessante hulpmiddelen en een reuzenformaat barbecue de maaltijd bereiden. Aan de andere kant staan de armen die geen tijd of geld hebben om verse spullen in te kopen, dus zijn zij veroordeeld tot kant-en-klaar producten: snel, goedkoop en voedzaam. 
Ik las hierover en had een momentje van woordblindheid, want in plaats van kookkloof, las ik koopgoot. Daar zag ik minderbedeelden elk weekend laveren tussen de Decatlon, H&M en Maison du Monde. Drentelen door de koopgoot is heerlijk voor je vrije tijd, dat is pure ontspanning die is verdiend na een week stressen op het werk en files of vertragingen, bovendien zijn er telkens weer nieuwe Chinese sneakers in de aanbieding. En drentelen maakt moe, dus ga je even uitblazen bij de McDonald's. Dat is ons recht, daar worden we op elke straathoek mee gepaaid.
Mag ik een voorstel doen? Blijf nog heel even thuis. Zet seizoen drie, aflevering vier van je favoriete serie in de wacht en maak een lijstje, misschien wel samen. "Nee, mam, niet weer frites, maar pannenkoeken!" Oké, meel, melk, eieren, stroop en een klontje boter. Dat gaat niet allemaal in een keer op, dus kan er in de week een keer wentelteefjes gegeten worden met wat overgebleven oude boterhammen. Eieren, melk en stroop, die hebben we al/nog. Zonder stroop en met wat kaas, van een stuk, want dat is veel goedkoper dan in plakjes, kun je ook een lekker bammetje bakken en noem het dan een croque monsieur (waar eigenlijk ook ham op gaat) dat klinkt ook nog lekker chique. Als je er een gebakken eitje op legt, is het een croque madame en dat eitje is een 'oeuf en cheval', want doet denken aan een zadel; leuk weetje voor de kids. Of zo'n plakje brood, besmeerd met tomatenpuree, met een plakje kaas en eventueel een rondje salami en dat even in de oven; pizza! Voor kinderen uit school die trek hebben, lijkt mij dat een perfecte tractatie die ze met een beetje oefening zelf kunnen maken. Opleuken met een schijfje ananas? Vooruit, ze willen zoet en zijn dat daarna dan vast ook. 

p.s.: hier in de buurt is een gemeenteraad uitgerukt om een nieuwe vestiging van McDonald's tegen te houden. In een referendum heeft de hele buurt zich ertegen uitgesproken. Dat vind ik nou goed nieuws. 

woensdag 17 januari 2024

De donkere dagen

Het zijn de donkere dagen na december, met deze week een blauwe maandag, die, zo wil het spreekwoord, dus lekker snel en onbetekenend voorbij gaat, al wordt de Blue Monday als de ellendigste dag van het jaar gekwalificeeerd. Het is koud buiten en door sneeuw en regen zijn de stoepen gevaarlijk glad. 
Ik kweek ondertussen zitvlees achter m'n beeldscherm en kijk een video met mossels in het groen (mossels is Zeeuws voor mosselen). Ik geniet, maar...met mate (nee ik doe niet mee aan Dry January, daarvoor is m'n leven te kort en de drank te lekker). In het filmpje maakt een, in mijn ogen piepjonge, chefkok een gerechtje van mosselen met boontjes en groene saus. 
Ik herinner me de paling in het groen nog van vroeger. Dat was met stoofaal en zuring. Ik dacht als kind dat ik dat nooit lekker zou vinden, maar vroeg het ooit tot mijn eigen verbazing voor mijn verjaardag - ik mocht op die dag altijd kiezen wat wij aten; zo mocht mijn oma op haar verjaardag met haar handen eten...een dag per jaar dus!
Het gerecht van bovengenoemde chefkok vergt wat werk en de nodige ingrediënten. Ik duizel ervan. De saus wordt gemaakt van een hele berg aromatische kruiden die worden opgekookt in water (ik leerde juist dat vooral olie de smaken vangt en water die uitkookt, dus snap het niet zo goed). Dan gaat er bouillon bij van kipkarkassen met gerookt palingvel. Dan worden de mosselen opgekookt met riesling, voornoemde bouillon en het eigen vocht. Het vocht dat na dat (korte) koken overblijft wordt ingekookt en met boter en gereduceerde wijn gemonteerd tot een romig geheel waarin de (voorgekookte) witte boontjes worden geglaceerd - bent u daar nog? De mosselen worden ingesmeerd met knoflookolie en boven kooltjes licht gerookt en doorgegaard. Dan worden ze warmgehouden met een jasje van grof zeezout en limoenschil. 
Vervolgens wordt het gerecht opgemaakt. Boontjes onderop, mosselen erover en dan die zeevruchten 'genapeerd' met de groene saus. Croutons erop en 'afgemaakt' met zolderspekolie. 
Waarom denk ik nou: "Arme mossels?"

woensdag 8 november 2023

Het meest veelzijdige stukje

Het begint misschien wel op de universiteiten waar veel colleges tegenwoordig in het Engels worden gegeven. Dat beinvloedt het Nederlandse taalgebruik en daar zijn een heleboel voorbeelden van. Ik ervaar het als een vorm van luiheid en daarom stoort het me. Zo valt me steeds vaker op dat de trappen van vergelijking met voeten worden getreden. Het walgelijkste eten is tegenwoordig het meeste walgelijke en zo is het lekkerste inmiddels het meest lekkere. Ik heb geleerd dat je pas tot meer en meest overgaat als het bijvoegelijke naamwoord uit meer dan 3 lettergrepen bestaat of een echte 'tongtwister' is (goed Nederlands hè), maar daar heeft zelfs de slimste mens tegenwoordig geen boodschap meer aan; die is het te doen om het meest snelle reactievermogen. 
Op mijn depressiefste momenten vind ik dit alles het storendst en zie ik de mens verworden tot een speelballetje van AI. Onze taal is in de loop der jaren alleen maar versimpeld. De naamvallen zijn vervallen, de sch is als uitgang bijna verdwenen en er gaan stemmen op om die vermaledijde dt ook af te schaffen; veel te ingewikkeld en slecht voor je vers gelakte nagels die op het toetsenbord tikken. Weg ermee, want dan hoeven we niet meer zo na te denken en wordt naast de training van de spieren, die door al het electrisch vernuft steeds overbodiger wordt, ook het aanspannen van de hersenen overbodig. Nadenken, correct spellen, voeten op de trappers, da's alleen voor de 'happy few', die we elite noemen. Papa en mama zijn bezig met hun carrière en op school is er een tekort aan leerkrachten, dus laten we het simpel houden. Nogmaals, ik ben op mijn depressiefst, dus de hele menschheid is toch ten dode opgeschreven. 
Waar maak ik me nog druk om? Estland geeft intussen toch ook het goede voorbeeld? Daar delen levende wezens het trottoir met robots, die op afroep komen bezorgen. Na een paar keer bestellen is via een algoritme bovendien precies uitgezocht wat je wensen zijn, dus dat is ook geregeld. Er zijn alleen nog maar mensen nodig om in donkere kamers de hoeden op de plank te leggen en die geven geen sikkepit om de puntjes op de i, want als ze koppie koppie hebben, zijn ze op hun lastigst. 

Ondertussen ligt hier een kippetje klaar. Een echte! Die ooit vast actievere hersentjes had dan de toekomstige mens. Maar als ik deze schat op z'n Catalaans wil bereiden, dan moet ik toch zelf mijn hersens erbij houden, want het gaat hier niet om de gemakkelijkste bereiding. 
Nee, de kip gaat eerst in een pekelbad van water, zout, suiker, citroen, peper en rozemarijn (2 tot 12 uur). Dan wordt 'ie gedept en aan de lucht of in de koelkast nog extra gedroogd  (ook hier mogen we weer 2 tot 12 uur rekenen). 
Even voor de duidelijkheid: een Catalaanse kip van het spit, wordt traditioneel op zondag gegeten, dus in het weekend kan er wat tijd aan worden besteed!
Na droging, wordt het gevleugenlde wonder ingesmeerd met een mengsel van vetstof (varkensvet of boter of olie) met in ieder geval rozemarijn, tijm, komijn, peper en zout. Hier onderscheidt zich de 'meester' (oh nee, de leerkracht). Vervolgens gaat de kip aan het spit of (liefst rechtsopstaand) op een rooster met aardappels eronder om in het druipende vet gaar te koken. De oven gaat op 150 graden en de kip mag ongeveer anderhalf uur garen. Ondertussen kan de mens het dier bedruipen. Vervolgens mag hij de oven uitvliegen en kan hij/zij/het even op adem komen, terwijl de oven opgeschoefd wordt. Door het huidje daarna mooi te laten bruinen, wordt hij/zij/het op zijn/haar/hets knapperigst. Wat rest is zelf aansnijden en oppeuzelen. Dat is al met al dus nog best een klusje.
Maar...langs de weg in Catalonië staan op zondag lange rijen op de stoep. Ze wachten op een kant-en-klaar kippetje van het spit. Da's dan toch wel het allermakkelijkst. 

zondag 5 september 2021

De bittere pil van bitterballen

Ze zijn van het type dat je niet voor je in de bioscoop wilt hebben. Groot, lang en ietwat lomp. Dat ze grote voeten hebben, mag iedereen weten, want ze steken ze in witte sneakers (witte schoenen laten je voeten altijd extra groot lijken). De vrouwen hebben lang blond haar, waar ze bij elke gelegenheid aan zitten. De mannen steken zich in fel gekleurde shorts of strak sluitende broek met een blouse of T-shirt erop. Zo zie ik de Amsterdammers aanschuiven voor een lunch in een restaurant, in vakantietijd.
Deze godin in Frankrijk, schreef er al vaker over: heerlijk uitgebreid lunchen, zoals ook de bouwvakkers in ons dorp dat kunnen. Je zou toch denken dat de Amsterdammer van in de veertig, die in bolide tot dit kaderestaurant komt rijden, zijn of haar middaghap ook zo nuttigt. Glaasje wijn, voor-, hoofd- en nagerecht, of alleen een koffie toe (met een glaasje van de zaak).
Maar wat schetst mijn verbazing als ook ik aanschuif aan een met mooi wit linnen gedekte tafel met glazen erop: de lunchkaart bevat geen drie-gangen, laat staan een wijnkaart. 
Bij navraag blijkt dat er is besloten dat niet meer tussen 12.00 en 16.00 aan te bieden. "Personeelstekort," denk ik meteen, maar nee: er werd door de Amsterdamse clientèle over geklaagd.
Wat eet dit volk dan voor de lunch, terwijl er gesproken wordt over het uitrollen van projecten en zelfstandig werkend personeel met opportunities? Een portie bitterballen, een watermeloensalade of een snee brood met daarop een gigantische homp geroosterde bloemkool! Ik moest mijn schaterlach achter het prachtig gesteven servet verbergen toen ik dat laatste aangerukt zag worden. En dan een colaatje erbij of een flinke koffie verkeerd. Achter een beker melk wil de hippe Amsterdammer natuurlijk niet dood gevonden worden. 
Het zal wel aan mij liggen, maar ik vind het doodzonde. Het weer doet ook al niet mee, of komt het juist daardoor dat deze mensen zich ook maar niet aan een heerlijke lunch laven? 
'Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg' is in dit verband een waarheid als een koe.

p.s. Wat lees ik nou net, is er dan toch nog hoop?  In Het Parool van 4 spetember staat dat er een nieuwe restaurantrecensent aantreedt: Mara Grimm. Zij schreef al over culinaire trents en maakte verschillende kookboeken. En wat wil Mara als ze gevraagd wordt naar haar stijl: 'Dat zal de tijd leren [...] Verder zal ik vaker gaan lunchen dan mijn voorganger; ik ben een groot voorstander van de lunchcultuur en hoop die liefde over te brengen op de Paroollezer.'
We gaan het zien!


maandag 28 juni 2021

Met wortel en al

"Hollanders en daarachter Engelsen," zo wezen we, hangend vanuit het raam, de mensen aan die na ons in de internationale trein naar Parijs stapten. We gingen als studenten met interrail een aantal Europese plaatsen af en, zo jong als we waren, pikten we de verschillende nationaliteiten er zo uit. 
Nu zou ik het zo proberen:
Lange blonde slungels en kittige meiden met net iets te volle tailles: Hollands.
Rossige types met al roodverbrande sproetenkoppen in net iets te blote kleding: Engels. 
Een snelle donkere jongen met een baseballpetje achterstevoren op het kortgeschoren haar en Franse rap over de autospeakers: Tunesiër. 
Een trage, kleine dame in zwarte jurk met slofjes in plaats van schoenen: Spaans. 
Een zwartharige meid met te korte pony, hippy jurk en piercings: ook Spaans.
Je schijnt alleen al aan aan de manier van lopen een nationaliteit te kunnen aflezen. 
Dergelijke stereotyperingen kunnen niet (meer), al zijn ze nog zo accuraat. 
Ik doe m'n ogen dicht en denk aan de geur van houtskool en kokos, het geluid van de gamelan, krekels en brommertjes, voel de pijn in m'n billen van de harde minibuszitting en krab aan de muggenbulten op mijn arm: Bali. 
Soms is herkomst onmiskenbaar.

'Een romantisch concept', noemt Onno Kleyn (culinair journalist en docent) de term 'terroir' in zijn nieuwste boek Mijn Frankrijk, verhalen en recepten.
Hij betrekt die term helemaal op het Franse leven en diens manier van doen:
'Hun eten, hun producten en recepten bepalen hun identiteit. En aangezien zij de Fransen zijn, in al hun variatie, is dat eten in haar verscheidenheid ook de identiteit van Frankrijk'. 
Vervolgens legt hij uit hoe het gesteld is met de AOC (appellation d'origine controlée) en de ophef daarover. Ik weet niets van die ophef, behalve dat er vaak grensproblemen zijn, bijvoorbeeld bij champagne, waar een kilometer vanaf het door het kadaster vastgestelde grondgebied net zo'n lekkere godendrank kan worden gemaakt. 
Terroir noemt Onno ook 'de Franse bijdrage aan ons gedroomde paradijs. Een geloof.' 
Dat de term puur Frans is, zie ik niet als chauvinisme (!). Het is eerder een veelomvattend woord dat moeilijk te vertalen is. Op wikipedia is de omschrijving: 'een natuurlijk afgebakend gebied dat als homogeen wordt beschouwd wat betreft de grondstoffen en producten die het oplevert, met name - maar niet specifiek - agrarische specialiteiten.'
Mijns inziens gaat het erom dat een langres (kaas) alleen naar langres smaakt als 'ie uit de buurt van Langres komt, omdat de grassoort, het vee, het klimaat en de verwerking hem die specifieke smaak geven. 
Een vriend van mij, die naar Berlijn is verhuisd, vertelde ooit dat hij helemaal in zijn nopjes was, toen hij Goudse kaas vond die gemaakt werd in de buurt. Maar eenmaal op de boterham, bleek de smaak helemaal niet te zijn zoals hij die kende.
Nou is Goudse kaas een lastig voorbeeld, omdat die benaming niet meer op de plaats van herkomst slaat, maar op de vorm (het wiel). Toch is de in Duitsland gemaakte Hollandse kaas niet hetzelfde van smaak, want de koeien eten er ander gras en hun melk smaakt daardoor anders. Zo komt het Texelse lam ook van zijn eigen (zilte) terroir. En dan die boterham...
Er zijn veel grondstoffen, producten - en ja, ook mensen -  te vinden die door hun wortels/hun aarde en omstandigheden een eigen karakter krijgen dat je herkent en koestert en waar je met weemoed en heimwee naar verlangen kan als je ervan verstoten bent. 
En dat is een gevoel dat ik alleen omschrijven kan als 'saudade'. 

zondag 25 april 2021

Overgeleverd

Gaat het dan werkelijk gebeuren: heropening van de bars en restaurants? Ik kan niet wachten en hoop dat er in de tussentijd niet al te veel koppen zijn gerold. Een artikel in The Guardian doet het ergste vrezen.
Het leek allemaal zo mooi en handig en kwam precies op het goede moment: een centrale bezorgservice waar alle restaurants zich bij kunnen aansluiten. In het artikel gaat het specifiek over Deliveroo, al kan die naam door diverse andere worden vervangen. En net als de bekende grootheden (Facebook, Airbnb, Booking.com) blijkt ook dit bedrijf een wolf in schaapskleren te zijn. Deliveroo vraagt zoveel commissie dat de kleine restaurants niet meer uitkomen en hun prijzen moeten verhogen, waardoor ze klanten verliezen. De bezorgers verdienen volgens het bedrijf goed, maar dat geldt alleen voor de piekuren; het gemiddelde 'loon' (ze worden nog steeds als zelfstandigen gezien) ligt ver onder het minimum. Op de site staan de grote jongens bovenaan. Zoek je in de app de kebabzaak om de hoek, dan krijg je een zere scrollvinger. Hoe de beoordelingen tot stand komen, is niet duidelijk. En natuurlijk eet Deliveroo lekker van alle data. Zo lekker dat ze zelf zijn gaan koken. Dat gebeurt in zogenaamde 'dark kitchens' of 'ghost kitchens'. 
Het lijkt wel een enge film: complexen van containers op onbestemde industrieterreinen, geen ramen, geen mens te bekennen, maar wel een flink hek en veel camera's. Dit is het decor voor de bereiding van pizza's, hamburgers, taco's, shoarma, ergo: de meest bestelde gerechten; sommige zelfs zonder dat er een mens laat staan een kok aan te pas komt. Alleen het brommertje heeft nog een gezicht.
Gelukkig zijn er vechtersbazen die het hart nog op de goede plaats hebben en het initiatief hebben genomen om een eigen netwerk te creëren: lokaal, eerlijk, transparant en milieuvriendelijk. Zo is dat tenminste in London. Ik zoek op internet of dit in Nederland ook bestaat, maar wie verdringen zich op de eerste pagina's van de zoekmachines? Juist

'Support your locals' adviseert Deliveroo ons in goed Nederlands. Ja spek vooral je naaste middenstander, vind ik ook, maar laat de geldhongerige aandeelhouders dan hun eigen potje koken. 

woensdag 10 februari 2021

Plastic soep

Man en ik klagen hier in Frankrijk steen en been over de vele afkortingen. Probeer maar eens een belastingformulier in te vullen, dan moet je door een woud aan onverklaarbaar aan elkaar geregen hoofdletters heen. Uitbesteden dus. 
Maar wie weet het verschil tussen THT en TGT? Dat is Nederlands voor 'tenminste houdbaar tot' en 'te gebruiken tot'. Deze aanduidingen schijnen er mede de oorzaak van te zijn dat we per persoon gemiddeld 34 kilo per jaar aan voedsel weggooien. Die hoeveelheid moet naar beneden, dus moet er iets aan de afkortingen worden gedaan. Een 'slimme houdbaarheidsindicator' kan uitkomst bieden. Die sticker verkeurt naarmate de tijd (lees: houdbaarheid) verstrijkt en is gemakkelijk af te lezen. Dit zou dan de vervanger moeten worden voor de TGT, want die THT is eigenlijk al een wassen neus. Zo kocht ik gisteren een blikje sardientjes, 'houdbaar tot 2023' stond erop. Als er geen gaatjes in de verpakking komen, of andere rare dingen mee gebeuren, dan is de houdbaarheid (van de meeste conserven) nog vele malen/maanden langer dan diens THT, al trokken we het nu meteen open om ervan te genieten. 
Het doet me denken aan het bankstel van een goede vriend in Ghana. Hij had de plastic beschermhoes, die de leverancier voor het vervoer over de bekleding had aangebracht, nooit verwijderd. Dat maakte het in een tropisch klimaat niet erg aantrekkelijk om erop plaats te nemen. Wat bleef die bank lang mooi! Maar waarom hadden ze hem eigenlijk? Ik denk dat hij er nog steeds zo bijstaat, tot dat plastic zo verpulvert is dat het hele gevaarte naar de stort kan. Net als die blikjes in de gangkast. Natuurlijk is het altijd goed om enige reserve of noem het rantsoen in huis te hebben, maar je kunt het ook overdrijven. 
In plaats van goed bedoelde aanpassingen door de industrie zou ik iets anders willen voorstellen dat mij, als consument, iets vaker van de afvalemmer weg kan houden. Een grote plastic bak met rucola krijg ik in mijn twee-persoonshuishouden niet in één kom sla, of op twee verse pizza's naar binnen gewerkt. Niet alleen is het veel plastic, maar het levert ook gele slappe blaadjes op in mijn al op groentebesparing afgestelde koelkastlade. De hoeveelheid is gewoon te groot. En dat geldt voor meer producten. 
Wat ook nog eens zo frustreert, is dat de kaasboer of de notenbar mijn waren afweegt met de verpakking erbij, dus dan is het voor mij ('ons ben zuunig') gunstiger om een relatief grote hoeveelheid te kopen - amandelen in een luxe dubbelwandig papieren zakje, man dat is gewoon hartstikke duur! En noten worden toch snel rans.
De plastic bakjes die de visboer op de Albert Cuyp ineens had ingevoerd om de visfilets in de verpakken, vond ik ook al zo'n frustratie. Mijn voetstap werd er niet alleen groter van, ik was ook nog eens verstoken van het lokale nieuws, al kon die krantenwikkel zomaar een paar weken oud zijn. 
Het valt me sowieso op, als ik weer even in Nederland ben, dat de vuilnisbak in een oogwenk dichtslibt met plastic. Neem een pakje lever, als vleeswaar op een broodje half-om. Dat zit in een zakje plastic (hersluitbaar!) waarin een plastic schoteltje zit met daarop plakjes lever die weer voor de helft van elkaar zijn gescheiden door een plastic vliesje; meer verpakking dan vleeswaar. En twee bruine bolletjes (voor de haring) moeten in een plastic zak worden gestopt ter grootte van een heuse draagtas - en dan zitten er ook nog eens gaatjes in, dus hergebruik - bijvoorbeeld voor de haringstaartjes en het vettige bakje waar die weer in kwamen) is niet mogelijk. Zou de houdbaarheidsdatum op al dat plastic slaan?
Mogelijk speelt de huidige pandemie ons parten. Zo wilden we allemaal af van het plastic wegwerpbestek, maar is dat weer volop in productie genomen nu we niet meer van elkaars vork mogen prikken. En het is misschien ook niet raadzaam of haalbaar om in de supers de groente gewoon zoveel mogelijk los aan te bieden - al is de Turk daar nog wel heel goed in. Zou een beetje virusbesmetting op deze manier opgelopen niet helpen tegen immuniteit?
Net zoals ik graag de heuse 'zijden' stof van de Ghanese bank onder m'n huid had gevoeld, neem ik graag een precies rijpe tomaat mee, in plaats van een hele tros, voorverpakt in een kartonnen bakje, omkleed met een plastic zak. Ik weet namelijk dat 3 van de 6 niet rijp zijn en tegen de tijd dat ik er weer emplooi voor heb, zijn ze verpieterd en moet ik ze weggooien - en me daar ook nog eens schuldig over voelen.
Dus stel ik voor: terug naar de menselijke maat; die kan ik heel goed zelf bepalen. En dan accepteer ik met liefde DMM als afkorting. 

De foto hierbij is van boerenkoolchips, die ik maakte in de oven (op 150 graden, circa 7 minuten) van in stukjes gescheurde boerenkool (restverwerking!), bestreken met olijfolie en bestrooid met een snufje zout - de harde nerf heb ik achterwegen gelaten (ik composteer!). Geen idee van de houdbaarheid; gewoon meteen opeten!

zondag 27 mei 2018

Weg met de broodtrommel

Er zit een wereld van verschil tussen de twee boeken die ik afwisselend heb gelezen: Life is Meals van James en Kay Salter (James heeft met All that is naar mijn mening een van de mooiste boeken ooit geschreven) en Gastrofysica van Charles Spence.
Charles bekijkt onze culinaire wereld met een wetenschappelijke blik die ontluisterend genoemd kan worden. Hij vertelt ons, alles onderbouwd - het notenapparaat is indrukwekkend - dat we van stoep tot uitgang, van paplepel tot...paplepel gemanipuleerd kunnen worden. Alles heeft invloed op ons koop- en eetgedrag: ronde borden tegenover vierkante, brede of smalle randen, harde muziek of lounge, een serveerster die uitleg geeft, of gewoon een menukaart, wiskey op een houten plank of een gewoon dienblad enz. Je neemt alles voor zoete koek aan, zeker omdat het onderbouwd lijkt als de stad Amsterdam, maar de bewering dat tomatensap in vliegtuigen zo populair is omdat we onze smaak voor zoet, zout en zuur, maar niet voor umami verliezen door het hoge geluidsniveau, wordt inmiddels alweer betwijfeld (want: zien drinken, doet drinken en nog meer argumenten).
Al lezend word ik steeds pissiger en dat komt door het idee overal (vooral in restaurants, waar Spence duidelijk op focust) gemanipuleerd te willen worden, of, als het nog niet zover is, dat dan in de toekomst. Facebook, Whatsapp en Google kennen ons zo langzamerhand door en door, dus een beetje gerenomeerd restaurant doet vooraf onderzoek en weet hoe laat ik wakker word en weer naar bed ga, wat ik met mijn bonuskaart afreken, waarheen ik met mijn ov chipkaart rijd, wat ik via Tripadvisor boek en welke schoenen Zalando in mijn bus gooit. Daardoor staat mijn amuse al vast zodra ik een reservering heb weten te maken (via welke weg dan ook). En als ik binnen ben, bepaalt de geur van de garderobe al hoeveel ik ga uitgeven.
Maar we weten toch allemaal dat een Retsina op het strand van Parga hemels is, maar thuis alleen naar dennenboom smaakt, en dat de groente bij de super bij de ingang ligt, opdat we het gezonde eerst kopen en daarna lekker gaan zondigen? Daar hebben we geen professor uit Oxford voor nodig, laat staan meer dan 100 pagina's noten - die hier al weer in de bomen hangen trouwens.
En dan het leven beschreven in maaltijden, door James en Kay. Elke dag van het jaar krijgt in dit boek een item, van de verjaardag van Casanova, tot een korte verhandeling over Coulibiac. Bijzondere, leuke of gekke wetenswaardigheden vullen dit boek dat een impressie achterlaat van memorabele maaltijden met vrienden, verrassende smaken opgedaan aan de kust van Sicilië tot de lol van het koken voor een grote familie. In deze publicatie gaat het niet over de hoekige of ronde tafel, of de spay die in de lucht wordt gespoten als het nagerecht wordt geserveerd. Dit is puur, lol, samenzijn en 'terroir' als in: het product, de plek en entourage die de smaak bepalen.
Gelukkig blijkt nu dat mijn hang naar ‘goede zin’ en daarmee de voorkeur voor dit boek van de Salters, helemaal zo gek niet is, want een studie van Oxford Economics (toegegeven, klink wel net als Cambridge Analytica en het is weer een noot in een boek) heeft aangetoond dat het geheim van een goede gezondheid schuilt in...samen eten! Daar kan stoppen met roken zelfs niet tegenop. Mensen die samen eten zijn niet alleen gelukkiger, ze hebben ook minder kans op hart- en vaatziekten, kanker en depressie. En ze hebben ook nog een beter zelfbeeld (de uitleg voert hier een beetje ver, maar kun je vast op internet wel vinden).
Helaas is er ook slecht nieuws, want het Mediterrane dieet heeft bij de jeugd rond deze binnenzee zijn magie verloren. Dat komt natuurlijk niet door de bijbehorende etenswijze, maar door Ronald (Mc Donald) en Colonal (KFC) Sanders. De drie goede maaltijden, samen aan tafel genuttigd, worden zeldzaam en daardoor groeien de buiken, billen en vetlagen in de aderen.
Tot slot: schrijven of typen helpt niet. Dus eet niet uit een broodtrommel achter het bureau om ondertussen even te whatsappen, maar schuif samen aan de picnictafel of eet schouder aan schouder in een restaurantje of gewoon thuis; dat houdt ons gezond. Ik ga ervoor.