Er staat een stukje in de krant over een mogelijk nieuwe trend: alleen uit eten gaan. Ik lees het met verwondering, want er wordt gedaan alsof dit een nieuw fenomeen is, maar dat gaat voor mij niet op, als ik even bedenk wat mijn ervaringen zijn.
De eerste keer dat ik alleen uit eten ging, was toen ik nog niet zo lang in Amsterdam woonde, dus dat moet ergens in de jaren 80 zijn geweest. Ik wilde uitvinden of ik me alleen op mijn gemak zou voelen, omdat ik al zo lang een vriendje had (en nog steeds 'heb') en samenwoonde (ook nog steeds). Dus ik had gereserveerd bij Schransen bij Jansen in de Handboogsteeg. Ik kreeg een tafeltje op de entresol en werd prima geholpen. Voor de zekerheid (lees: om me een houding te geven) had ik een boek meegenomen, maar ik vond verstilling en een beetje rondkijken eigenlijk prima. Bij het eten, ik weet niet meer wat, bestelde ik een glas edelzwicker, niet omdat ik daar iets vanaf wist, maar omdat het lekker bekte - spreek zelf maar eens uit.
Toen ik een cursus papierrestaurantie volgde in Florence (ook nog in de vorige eeuw), werd ik tussen de middag vaak lastig gevallen door hitsige machos als ik wat wilde eten op een bankje in het park. Uiteindelijk koos ik ervoor om rond de markthallen in een kleine zaak een goedkope dagschotel te nemen, aan een tafeltje alleen, tussen de drukke kooplui die mij (gelukkig) geen blik waardig gunde. Er kwam standaard een fles wijn op tafel, waarvan de consumptie met een liniaal werd afgelezen. Ik had het er prima naar mijn zin.
Tot ongeveer 5 jaar geleden kwam ik veel in Kaapstad. Ook daar at ik vaak alleen en ik werd vrijwel altijd in de watten gelegd, maar zeker niet uit medelijden. Het was eerder omdat ik zichtbaar zat te genieten. Als je alleen eet, word je veel minder afgeleid en min of meer gedwongen om al je zintuigen te gebruiken. Stel je toch eens voor dat je een tafeltje krijgt, pal aan zee, met uitzicht op een buitelende zeehond, terwijl je de zilte zeelucht opsnuift en op de achtergrond een lekker muziekje hoort. Ik krijg warme 'melkbolletjes', een heerlijk gekoelde wijn en sappige mosselen in een Thaise saus. Simon, 'my waiter of the day', is ook nog eens een verre neef van m'n vriendin; ook daardoor zorgt hij ervoor dat het mij aan niets ontbreekt.
Nu ik er zo aan terugdenk, kan ik eigenlijk niet wachten weer eens in m'n uppie op stap te gaan en ik kan het iedereen aanraden.