donderdag 15 juli 2021

Een tweede leven

Achter ons huis aan de rand van de Grebbeberg kwamen nieuwe mensen wonen en die begonnen daar een hoerenkast. In het midden van de Bijbelgordel was dit natuurlijk iets uitzonderlijks dat vooral de vrouwen van de vrome mannen in het verkeerde keelgat schoot. Maar ja, ik neem aan dat de vergunningen in orde waren en de burgemeester het wel zag zitten (wink wink), dus een aantal meisjes nam er hun intrek. Ik kwam er als kind wel over de vloer, omdat het echtpaar dat 'Second Life' bestierde (mooi werkwoord in dit verband) ook een dochtertje van mijn leeftijd had. De dames van plezier lagen op een dag in de achtertuin te zonnen toen ik langsliep en een van hen vanuit haar ligstoel grappend tegen mij zei dat ik twee erwten op een plankje had, en dat hakte erin. 

Inmiddels ben ik best tevreden met mijn toch nog flink uitgevallen borsten en staat de wereld in brand of stroomt over.  Maar wat staat er in de krant: er is ophef over Lola Bunny, een tekenfilmkonijn! Lola had in het origineel van Space Jam uit 1996 typisch vrouwelijke vormen (grote borsten, slanke taille en dikke billen), om haar als basketbalkonijn te onderscheiden van de mannelijke sporters. 
In deze tijd, waarin de vetverplaatsing en botoxbehandelingen hoogtij vieren, wordt Lola (nu in Space Jam; A New Legacy) juist 'gedownsized' en worden de borsten 'erwten op een plankje' en zit er zo te zien ook minder mascara op de flirterige wimpers.
Ik tekende vroeger in een paar potloodstreken vaak van die Betty-Boop-achtige troela's in mijn agenda: een dikke haardos, gigantische borstpartij en pronte billen; ik was negen en groeide op in een tijd waarin dit soort types overal aanwezig waren. Maar ik heb me er nooit mee vereenzelvigd of het idee gehad dat ik er ook zo uit wilde zien. 

Nu staat de wereld op zijn kop. Alles wat toen normaal was (bij de meester op schoot om te worden getroost voor een schaafwond, met z'n allen bloot onder de douche, de Elfstedentocht), is dat niet meer. Ik weet dat er hele grote en vies-slijmerige slakken bestaan, maar je hoeft niet op alle zout te leggen. 
Bovendien vind ik het allemaal maar verwarrend.
Lola Bunny moet genderneutraler, terwijl bij dokter Robert de billen en borsten juist worden aangevuld, met vet uit de buikstreek.  

De vraag is of Lola Bunny in haar oorspronkelijke vormen zo stereotype of lustopwekkende was dat ze aanpassing behoefde. Ik weet het niet, maar wacht op een strip met Miljuschka Lola (!) Witzenhausen in de hoofdrol. Zij past namelijk precies in het midden van de plaatjes: lichte konijnenogen, volle borsten, flinke heuppartij, maar...echt geen wespentaille. In een zuurstokroze interieur maakt zij mierzoete gerechten, die de middelvinger opsteken naar alle lipozuigers (Miljoes maakt bijvoorbeeld 'happy rolls').
Nu nog een bericht dat de Hollandse Nigella haar steun betuigt aan alle lgbxyz++ bewegingen en de animatiefilm wordt een kaskraker. 


maandag 28 juni 2021

Met wortel en al

"Hollanders en daarachter Engelsen," zo wezen we, hangend vanuit het raam, de mensen aan die na ons in de internationale trein naar Parijs stapten. We gingen als studenten met interrail een aantal Europese plaatsen af en, zo jong als we waren, pikten we de verschillende nationaliteiten er zo uit. 
Nu zou ik het zo proberen:
Lange blonde slungels en kittige meiden met net iets te volle tailles: Hollands.
Rossige types met al roodverbrande sproetenkoppen in net iets te blote kleding: Engels. 
Een snelle donkere jongen met een baseballpetje achterstevoren op het kortgeschoren haar en Franse rap over de autospeakers: Tunesiër. 
Een trage, kleine dame in zwarte jurk met slofjes in plaats van schoenen: Spaans. 
Een zwartharige meid met te korte pony, hippy jurk en piercings: ook Spaans.
Je schijnt alleen al aan aan de manier van lopen een nationaliteit te kunnen aflezen. 
Dergelijke stereotyperingen kunnen niet (meer), al zijn ze nog zo accuraat. 
Ik doe m'n ogen dicht en denk aan de geur van houtskool en kokos, het geluid van de gamelan, krekels en brommertjes, voel de pijn in m'n billen van de harde minibuszitting en krab aan de muggenbulten op mijn arm: Bali. 
Soms is herkomst onmiskenbaar.

'Een romantisch concept', noemt Onno Kleyn (culinair journalist en docent) de term 'terroir' in zijn nieuwste boek Mijn Frankrijk, verhalen en recepten.
Hij betrekt die term helemaal op het Franse leven en diens manier van doen:
'Hun eten, hun producten en recepten bepalen hun identiteit. En aangezien zij de Fransen zijn, in al hun variatie, is dat eten in haar verscheidenheid ook de identiteit van Frankrijk'. 
Vervolgens legt hij uit hoe het gesteld is met de AOC (appellation d'origine controlée) en de ophef daarover. Ik weet niets van die ophef, behalve dat er vaak grensproblemen zijn, bijvoorbeeld bij champagne, waar een kilometer vanaf het door het kadaster vastgestelde grondgebied net zo'n lekkere godendrank kan worden gemaakt. 
Terroir noemt Onno ook 'de Franse bijdrage aan ons gedroomde paradijs. Een geloof.' 
Dat de term puur Frans is, zie ik niet als chauvinisme (!). Het is eerder een veelomvattend woord dat moeilijk te vertalen is. Op wikipedia is de omschrijving: 'een natuurlijk afgebakend gebied dat als homogeen wordt beschouwd wat betreft de grondstoffen en producten die het oplevert, met name - maar niet specifiek - agrarische specialiteiten.'
Mijns inziens gaat het erom dat een langres (kaas) alleen naar langres smaakt als 'ie uit de buurt van Langres komt, omdat de grassoort, het vee, het klimaat en de verwerking hem die specifieke smaak geven. 
Een vriend van mij, die naar Berlijn is verhuisd, vertelde ooit dat hij helemaal in zijn nopjes was, toen hij Goudse kaas vond die gemaakt werd in de buurt. Maar eenmaal op de boterham, bleek de smaak helemaal niet te zijn zoals hij die kende.
Nou is Goudse kaas een lastig voorbeeld, omdat die benaming niet meer op de plaats van herkomst slaat, maar op de vorm (het wiel). Toch is de in Duitsland gemaakte Hollandse kaas niet hetzelfde van smaak, want de koeien eten er ander gras en hun melk smaakt daardoor anders. Zo komt het Texelse lam ook van zijn eigen (zilte) terroir. En dan die boterham...
Er zijn veel grondstoffen, producten - en ja, ook mensen -  te vinden die door hun wortels/hun aarde en omstandigheden een eigen karakter krijgen dat je herkent en koestert en waar je met weemoed en heimwee naar verlangen kan als je ervan verstoten bent. 
En dat is een gevoel dat ik alleen omschrijven kan als 'saudade'. 

dinsdag 22 juni 2021

Zalm gezwam

Waait er een frisse wind door het zwoele zuiden? Daar ben ik heel benieuwd naar, nu de lucht weer een beetje gezuiverd is en het aantal besmettingen daalt. Ik lees met spanning de menu's die weer aan de gevels van de restaurants hangen. Hebben de koks het afgelopen jaar benut om hun inventiviteit bot te vieren?
Tot nog toe valt het me een beetje tegen. Er verschuift wel langzaam iets, maar dat is een oude trend. Inmiddels zijn de gehaktballetjes in tomatensaus (boles de picolat) verdrongen door tataki, zowel van tonijn als van rundvlees en staat er overal wel een 'salade façon thai' op de kaart. Maar wat schetst mijn verbazing: er is ook een kok die een 'gravadlax de boeuf' heeft uitgevonden. Hoe je een 'begraven zalm' van vlees kunt bereiden, is me een raadsel. 
Maar eerlijk is eerlijk: bij de introductie van Cheflix op de televee maakte een van de heren als voorbeeld 'steak tartare van tomaat'. 
Hoe je het origineel maakt, leerde ik van een Zweedse familie met wiens dochter ik samenwerkte in een Frans vakantiehuis. We maakten het ook zelf in de keuken van het Americain Hotel. De zijdes zalm werden ingesmeerd met een mengsel van dille, zout, peper en suiker en stevig in plastic folie verpakt. Het geheel werd onder gewicht en af en toe keren, 24 tot 48 uur gemarineerd. De Zweedse familie verwerkte het sap dat uit de vis liep deels in de saus met azijn, mosterd, suiker, een eierdooier en olie (tot een dikke dip geklopt). 
We zijn hier maar met z'n tweetjes, dus ik ga geen hele zalm inleggen. Hier kocht ik een pakje met gerookte plakjes om zelfgemaakte blinis mee op te leuken.
En kijk nou toch eens naar die multiculti verpakking. Een hele andere kwestie, dat weet ik, maar het doet me denken aan een ijskast, met energiekeurmerk en uitgebreide instructies voor het verwerken van de verpakking. 
Zelfs als het om m'n visje gaat, word ik betutteld - in vier talen, dat dan weer wel!

donderdag 10 juni 2021

Sterren reg(er)en

Ben ik een leek of een slachtoffer, of een slachtoffer, omdat ik leek ben? Het klinkt allemaal zo aardig en klantvriendelijk: Facebook brengt me samen met mijn vrienden, Booking.com vindt voor mij het beste hotel en Diningcity garandeert mij de laagste prijs bij restaurantbezoek. Tel uit je winst. Wat zijn die bedrijven goed bezig, zo klantvriendelijk en attent! Intussen vreet Facebook van mijn privacy en snoepen Booking en Diningcity daarnaast van de inkomsten van hotels en restaurant (en natuurlijk ook van mijn klik- en zoekgedrag). 
Maar Jeroen van den Brink (CEO van Diningcity; 'het is onze missie om jou te verleiden lekker uit eten te gaan') zag zijn winsten dalen en kwam met een nieuw melkkalfje dat al snel een -koe werd.
Cheflix biedt een internetabonnement op masterclasses van (Hollandse) chefs, dat wil zeggen stoere kerels (er zit geen vrouw tussen) met een ster of meer van Michelin. Mijn taalhart slaat een slagje over als ik me in dit nieuwe fenomeen verdiep: make-awaymaaltijden, fanbase, connecten en gunfactor (met een harde 'g' neem ik aan), moeten mij over de streep trekken. 
Ik krijg dan toegang tot die masterclasses, waarbij de chefs (volgens Jeroen zonder "kokskombuis"!) in hun eigen keuken sterrenwaardige gerechten bereiden met ingrediënten die door iedereen makkelijk te krijgen zijn. "Ga vooral ook naar de groothandel!" zegt een van de Michelinmannen, alsof iedereen daar toegang toe heeft. 
En dan buitelen de tegenstrijdigheden over elkaar heen: het gaat over reizen en invloeden uit andere landen, maar ook iets weten over de herkomst van je producten, zoals je kunt vinden op Facebook en Instagram. Over zijn vlees zegt een chef trots:"Ik weet zelfs dat het van boer Klok komt!" En de masterclasses zijn er het volk natuurlijk, maar de site is vooral opgezet om inkomsten te generen voor de chefs die zonder geld zitten. Daar gaan we weer.
Hier in de buurt, en ik geloof in heel Frankrijk, is het verplicht om de herkomst van producten te vermelden. Niet op sociale media, maar gewoon op de verpakking of op een bordje. Bovendien wordt de trots op het lokale spul je met de paplepel ingegoten. Zelfs de Spaanse pepers zijn van eigen bodem. Bovendien is men zich hier over het algemeen heel bewust van het plaatselijke en seizoensgebonden voer; de peultjes uit Kenia en avocado's uit Peru liggen in de super voor de idiote toerist.
Nou ja, laat je niet inpakken door Cheflix, zou ik zeggen, maar kijk lekker naar het pretentieloze, maar oh zo informatieve en sympathieke Foodtube. Ik geloof heilig dat we daar allemaal beter van worden.





zondag 6 juni 2021

Het is een moetje

 
Must see heet de nieuwe tentoonstelling in het Zuiderzee Museum in Enkhuizen. "Ga dat zien," zeg ik. Ik zou zelf ook wel weer eens door de straatjes willen lopen, langs de grachten, de verschillende huisjes en winkeltjes. 
Voor de opstellingen, verspreid over het buitenmuseum, hebben jonge kunstenaars typisch Nederlandse objecten als inspiratiebron gebruikt. Sommige zijn gebaseerd op voorwerpen uit het depot. Ik heb daar veel in gewerkt. Het bevond zich aanvankelijk op de zolder van het binnenmuseum, maar nadat de nieuwbouw was voltooid, verhuisde het naar een nieuw onderkomen in de uiterwaarden. Ik heb in die tijd heel veel voorwerpen door mijn handen laten gaan. Mijn favoriet was een kleine, ronde, zilveren tabaksdoos, met een simpele gravure. Ik had steeds de neiging om die gladde vorm te omvatten (met handschoentjes!). 
Voordat dat buitenmuseum na de winter weer open ging, moesten we de huisjes en winkeltjes schoonmaken. Dat deden we met z'n tweeën. Om beurten gingen we als eerste naar binnen. Niet uit beleefdheid, maar omdat de voorganger de meeste spinnenwebben in het gezicht kreeg. De glazen potten in het snoepwinkeltje werden afgestoft, het beddengoed ging weer in de bedstede en de theepot op de potkachel. 
Het museum had een ontheffing en mocht de bruggetjes nog aansmeren met teer. Dat zag er niet alleen origineel uit, maar rook ook zo. Als de bewolking laag hing, bleef de walm van de rokerijen in de stad extra laag hangen en blies de geur door je haren. Heerlijk! 
Bij de kleine visafslag zaten altijd dezelfde hangouderen op het bankje. Ze keken toe hoe de reigers de spierinkjes uit de kisten op hun snavels spiesden, hun kop in de nek gooiden en het voer in hun keel lieten glijden. De visjes die overbleven gingen vooral naar Frankrijk. 
We eten ze hier als 'petite friture'. Dat is zo'n heerlijk gerecht en zo simpel, mits de vis lekker vers is. Je hebt er maar een paar ingrediënten voor nodig: spiering, bloem, zout, citroen en olie. Eventueel kun je een beetje azijn gebruiken om de vis in te wassen (met ook wat water). De bloem, met een snuf zout, hecht zich het mooist om de huidjes als je het in een plastic zak doet en daarin de vis omschudt. Vervolgens moet het overtollige meel eraf geschud in een zeef. In de hete frituur en dan opdienen met een schijfje citroen.
Spiering heet hier overigens éperlan en net over de grens jols. Ik vind dat wel een mooie voornaam voor de man die ooit die zilveren tabaksdoos in zijn handen hield. 


woensdag 2 juni 2021

Als niet dan

"What?" vraagt Sally nadat ze haar bestelling voor de appeltaart heeft doorgegeven en de verslagen blik van Harry ziet.
Sally bestelt, in de beroemde film 'When Harry met Sally,' appeltaart. Maar dan warm en het ijs niet bovenop, maar ernaast en liever aardbeiensmaak dan vanille en als ze dat niet hebben, dan geen ijs, maar slagroom, tenminste, als het echte is en niet uit een spuitbus en als ze dat niet hebben dan niets. 

"Wat moet ik daar nou mee?" vraag ik aan het kooktijdschrift dat ik net heb dichtgeslagen. Ik heb een heel stel recepten voorbij zien komen en allemaal bezorgen ze me keuzestress.
Als je geen vers deeg kan maken, koop dan kant en klaar.
In plaats van slagroom kun je ook yoghurt gebruiken.
Wil je het 'light', vervang de crumble dan voor muesli.
Heb je geen bonen, gebruik dan kikkererwten.
Vervang de basilicum eventueel voor munt.
Dit gerecht kan ook van tevoren worden gemaakt en ingevroren of in de koeling worden bewaard of gewoon buiten als het koud is, maar dan wel onder een kapje, want er mogen geen katten op afkomen, maar u kunt ook een hond nemen of helemaal geen huisdier.

Hallo bladenmakers. Leuk hoor, zo'n dik nummer vol tekstballonnetjes in de marge, maar mag ik ook zelf nog een beetje nadenken en improviseren of gewoon volgen wat er staat. Ik neem toch aan dat er receptuur is ontwikkeld van een gerecht dat een bepaalde smaak heeft en is uitgebalanceerd. Als ik zoet voor zuur vervang, dan kan ik toch ook het zout weglaten en een heel ander potje koken.
Dat biedt natuurlijk wel weer perspectieven, want zo krijg je een hele nieuwe receptuur:
'110 gram fijngemalen zetmeel
50 gram vetstof (op kamertemperatuur)
60 gram proteïnen
20 gram smaakmakers
150 gram vloeistof 
Alles mengen en op 200 graden in 30 minuten afbakken. 
Streep weg wat niet van toepassing is: combi-oven, combi-steamer, magnetron, houtoven, barbecue.
Deel uw resultaat op onze website, zet de foto's op Instagram. Wij zijn niet verantwoordelijk voor....'
Eet smakelijk (of niet).


maandag 17 mei 2021

Potjeslatijn

'Marketingadviseur Yvonne Bood constateert dat voeding "dicht bij de persoonlijke levenssfeer" komt,' zo lees ik in De Volkskrant in een artikel over baby- en kindervoeding, waarbij de 'smaaksafari' kinderen leert om af te kicken van de potjes. Het gaat hier om een innovatief product in combinatie met een groeiende markt voor gezonde voeding en duurzaamheid, namelijk de aanlevering van gezonde warme maaltijden waarbij de kinderen op 'smaakavontuur' gaan.
Ik denk wel eens dat ik als een heuse cicade jaren onder de grond heb geleefd, nu weer naar boven kruip en een nieuwe wereld aantref, die eigenlijk gewoon oud is. Zoals ik al schreef in een vorig blog, is 'klassiek' een toverwoord, maar 'klassieke babyvoeding' bekt natuurlijk niet en is niet marketingwaardig. Voor de kleintjes die groot willen worden, werken 'innovatief' en 'duurzaam' beter. En omdat de ouders die hier wel oren naar hebben, maar van hun zoombureau naar hun boot camp en/of de pilatessessie snellen, is het aan het kinderdagverblijf om het goede voorbeeld te geven, lees: de plastic bakjes in de magnetron op te warmen. De ouders zien ook 'de moestuin als de gedroomde revolutie', maar geven er, in verband met hun kwetsbare nagels en tijd, toch de voorkeur aan de kids op school zoete aardappelschijfjes te laten uitsteken in plaats van de echte 'gezonde start': die van de heuse groentetuin en het wroeten in de aarde; "ho jee, ik zie luizen, vanavond haren kammen kinders!"
De uitstekertjes voor die zoete aardappels zitten in de koffer die bij de smaaksafari wordt geleverd. Ik denk bij voedsel en koffer aan:"Ik ga bij Japie wonen," want die had King Corn brood, maar dat waren toch andere tijden (die pijp van papa!).
Appie speelt handig op de gezonde voedingstrend in en komt met de kruiden-, bloemen en specerijenbakjes, waarvan 9 op de 10 geen sjoege geven en de prille groenteliefhebber in tranen naar de vensterbank doet staren. Ik spreek dit keer uit ervaring: mijn petekind wilde die bakjes dolgraag uitproberen, maar moest daarvoor wel eerst iets bij AH kopen. Zo kwam hij thuis met een bakje met zaadjes voor bloemkool (!) en een pakje gifblauw en mierzoet cupcakeglazuur. Slimme zet Ap, bedankt.
Het aanleveringsbedrijf ('Bij Madaga vinden wij dat elk kindje hier echt op heeft' [sic]) boert goed met de warme hap, 'aangepast aan de motorische ontwikkeling van het kind'. Het is het geesteskind van een Franse 'foodpreneur' die haar 'liefde, vrijheid en plezier' vond in de moestuin van haar oma en diens ziel duidelijk mooi in plastic heeft weten te vatten.
"Ik kruip weer onder de grond," krekelt deze cicade.

vrijdag 14 mei 2021

De hakken in het zand

Er is ophef, naar mijn mening terecht, over de 'nietig verklaring' van de kunst en cultuur. Er zijn al langer politici die deze tak van sport in hun portefeuille hebben gekregen, terwijl ze thuis naar een Appel (met een hoofdletter) kijken en zeggen:"Dat kan mijn kind van drie ook."
De Jonge (die in zijn carrière ook aan cultuur mocht ruiken) kijkt hierbij naar de punten van z'n schoenen; wat een ontwerp, wat mooi, da's toch kunst! 
Ja, de schoenenwinkels mogen bijna weer open, maar van de echte kunst moeten we nog even verstoken blijven, want daar heeft Hugo duidelijk geen kaas van gegeten, er is dan ook geen minister meer voor die in zijn nek kan hijgen. Hij sloft naar het museum als hij daar in functie naar een tentoonstelling moet. Misschien zal hij, als hij het lint doorknipt, nog zeggen dat hij 'van zijn sokken is geblazen' - het is een overzicht van het werk van de Zuid-Afrikaan Roger Ballen, dus het anglicisme is hem vergeven ("Taal moet leven, net als leer!"), maar hij loopt met droge ogen door de zalen. De bevreemdende, indringende beelden laten hem koud - dat komt ook door die leren zolen natuurlijk: geen isolatie. 
En dan door naar een concert. De Jonge stond nog in zijn kinderschoenen toen Horowitz in 1986 in het concertgebouw optrad. Hij kent de ervaring niet om met ingehouden adem en tranen in de ogen naar een pianist te kijken en vooral te luisteren, om vervolgens de zaal uit te lopen, de open lucht in, met het gevoel alsof je herboren bent. "Wat een onzin, op die kleine stoeltjes kan ik mijn lange benen niet eens kwijt. Weg ermee, zeg ik. Zet een plaatje op!"
Nou ja, je begrijpt het wel.
Je hebt kunst en er is cultuur. En ze zijn allebei heel belangrijk en functioneel!

Dan hier even een bruggetje: asperges bereiden is cultuur, ze koken is kunst. Het is het seizoen, dus worden we overspoeld met recepten voor asperges (da's onze cultuur) en wat me daarbij opvalt is dat iedereen het beter weet (is dat 'de kunst'?). Consistent zijn de koks in het schillen: van boven naar beneden op een vlak oppervlak, opdat je het witte goud niet breekt en dan aan het eind wat extra, want daar is de schil het dikst. Dan de onderkanten eraf (dit verbaast me wel: waarom niet eerst die onderkanten eraf, dat scheelt schillen). Dan is er een chef die zegt dat je de schillen niet verder moet verwerken, omdat die bitter zijn. Ik ben een barbaar: ik proef dat bittertje niet in het kookvocht (en ik zie de schoonheid ook niet in die Pipo-schoenen van Hugo).
Dan zijn er de kooktijden: 5 minuten en dan het vuur uit, 12 minuten op heel laag vuur, sous-vide in een lauw badje enzovoort. De ene kok wil ze nog met een 'bite' de andere vindt het wel lekker als ze zo naar binnen glijden. Snotterig heeft afgedaan, maar rauw kan tegenwoordig ook prima. 
Ze zo bereiden dat iemand een hap neemt, de ogen sluit en even helemaal wegdroomt. Een zacht "hmmm" ontsnapt uit de mond. Zeventien spieren treden in werking en een glimlach vormt zich. Zo'n ervaring, alsof je naar een prachtig uitgevoerd ballet kijkt, een romantische film ziet of een ontroerend gedicht leest. Die emotie gun ik iedereen en om die te ervaren heb je, naar mijn mening, referenties nodig, of nieuwe inzichten en openbaringen. Daarvoor lenen de kunsten zich uitstekend, maar als we daarvan verstoken blijven of ze niet op waarde weten te schatten, dan kunnen we ons nog zo het vuur uit de sloffen lopen, maar blijven we alleen die punten van onze schoenen zien. Hoe mooi die dingen ook glimmen.


zondag 9 mei 2021

Terug naar...af?

Traditioneel, nostalgisch, klassiek, van vroeger, authentiek, doe maar gewoon, terug naar..., oma's...
Ik heb lang een broertje dood gehad aan de experimentele, moleculaire keuken en ben duidelijk geen roepende in de woestijn. Of ben ik een 'influencer' zonder dat ik dat zelf weet?
Ik zie plotseling allerlei koks op tv, in kookboeken, de kranten en in/op andere media die teruggaan naar basisrecepten en bereidingen. De potten met 'texturen' staan inmiddels waarschijnlijk te verstoffen op de schappen bij de groothandel.
Dat is toch een mooie ontwikkeling. Zo ontdekte ik ook dat mijn oude vertrouwde mixer vele malen beter presteerde en langer meeging dan een nieuwer model met allerlei 'toegevoegde waarden'. Klassiekers hebben niet voor niets die naam gekregen. Ze hebben zichzelf na verloop van tijd bewezen, zoals ook de klassieken in de diverse kunsten of in de mode. Wie van de huidige artiesten met die eer gaat strijken, weten we nog helemaal niet. 
Ik heb het al vaker geschreven: zelfs de meest gelauwerde chefkok kiest als lievelingsgerecht nog steeds voor de gehaktballen van oma. In een gerenommeerd restaurant is de steak béarnaise nog altijd het meest verkochte item. En als we dat thuis kunnen bereiden, ook nog eens met zelfgemaakte knapperige frietjes erbij, dan is dat toch geweldig.
Bovendien ben ik ervan overtuigd dat het gemakkelijk is om te experimenteren met ingrediënten en bereidingen, als je de basis (de klassieken ja) onder de knie hebt.
Ook Rick Stein rept in zijn Secret France serie over traditionele gerechten. Hij komt op Corsica bij een chef die maar een gerecht op de kaart heeft staan: pasta met langoustines; uiteraard bereid tot perfectie, anders hou je dat niet vol.
En dan nog wat: tradities ontstaan vaak doordat ze overgeleverd worden, van vader op zoon, moeder op dochter en dan alle kruisverbanden. Misschien gebeurt zoiets in het afgelopen jaar ook wel: pa gaat aan het zuurdesembrood en dochter pikt het van hem op. Omdat ze op haar studentenkamer alleen een magnetron heeft, experimenteert ze net zo lang tot ze in dat ding ook een prima brood kan bakken, gestoeld op de smaak die ze thuis heeft leren kennen. 
Ik moet er wel bij zeggen dat er ook vreemde uitwassen zijn. Zo staat er in het huisblad van de Jumbo een 'boterham met kaas klassiek, in nieuwe stijl'. Dit is een volkoren boterham met kaas, sla, tomaat komkommer en augurk. Dat noem ik 'een broodje gezond', niks nieuws aan, maar ik ben dan ook zo langzamerhand zelf een klassieker/oma (zonder kinderen). 








zondag 25 april 2021

Overgeleverd

Gaat het dan werkelijk gebeuren: heropening van de bars en restaurants? Ik kan niet wachten en hoop dat er in de tussentijd niet al te veel koppen zijn gerold. Een artikel in The Guardian doet het ergste vrezen.
Het leek allemaal zo mooi en handig en kwam precies op het goede moment: een centrale bezorgservice waar alle restaurants zich bij kunnen aansluiten. In het artikel gaat het specifiek over Deliveroo, al kan die naam door diverse andere worden vervangen. En net als de bekende grootheden (Facebook, Airbnb, Booking.com) blijkt ook dit bedrijf een wolf in schaapskleren te zijn. Deliveroo vraagt zoveel commissie dat de kleine restaurants niet meer uitkomen en hun prijzen moeten verhogen, waardoor ze klanten verliezen. De bezorgers verdienen volgens het bedrijf goed, maar dat geldt alleen voor de piekuren; het gemiddelde 'loon' (ze worden nog steeds als zelfstandigen gezien) ligt ver onder het minimum. Op de site staan de grote jongens bovenaan. Zoek je in de app de kebabzaak om de hoek, dan krijg je een zere scrollvinger. Hoe de beoordelingen tot stand komen, is niet duidelijk. En natuurlijk eet Deliveroo lekker van alle data. Zo lekker dat ze zelf zijn gaan koken. Dat gebeurt in zogenaamde 'dark kitchens' of 'ghost kitchens'. 
Het lijkt wel een enge film: complexen van containers op onbestemde industrieterreinen, geen ramen, geen mens te bekennen, maar wel een flink hek en veel camera's. Dit is het decor voor de bereiding van pizza's, hamburgers, taco's, shoarma, ergo: de meest bestelde gerechten; sommige zelfs zonder dat er een mens laat staan een kok aan te pas komt. Alleen het brommertje heeft nog een gezicht.
Gelukkig zijn er vechtersbazen die het hart nog op de goede plaats hebben en het initiatief hebben genomen om een eigen netwerk te creëren: lokaal, eerlijk, transparant en milieuvriendelijk. Zo is dat tenminste in London. Ik zoek op internet of dit in Nederland ook bestaat, maar wie verdringen zich op de eerste pagina's van de zoekmachines? Juist

'Support your locals' adviseert Deliveroo ons in goed Nederlands. Ja spek vooral je naaste middenstander, vind ik ook, maar laat de geldhongerige aandeelhouders dan hun eigen potje koken. 

woensdag 14 april 2021

Mindlessness

Lees ik het nou goed: zijn er echt programma's op de Nederlandse televee met legostenen, knikkers en tingeltangelbanen in de hoofdrol? Ik geloof er niks van, of toch wel.
Als ik in de Hollandse super mijn boodschappen doe, me verbazend over de hippe figuren die ik hier in de bruisende hoofdstad om me heen zie, dan meen ik een link te ontdekken.
Hoe simpeler hoe beter. 
Laat die hersenen toch met rust, val ons niet lastig met vraagstukken waar we op moeten kauwen. 
Maak het elektrisch, geef het een algoritme, doe iets, opdat ik vanuit mijn luie stoel boos kan twitteren, facebooken en instagrammen over alles wat me uitdaagt. 

"Ho ho," zegt de superman (Jumbo, Appie, Dirk -mannen toch?), we laten onze klanten best werken hoor. Zo hebben we een guacemolepakket, dat toch echt nog uitgepakt, geschild, gesneden, geprakt en op smaak gebracht moet worden. 
Hi hi, lachen de mannen in hun vuistje, want dit pakket prikkelt de 'ik kan het zelf' klant. Wat zij of hij niet doorheeft, is dat in dat pakket een knoeperharde en smakeloze tomaat is gestopt, een Spaanse peper zonder pit en een avocado die rijp oogt, maar geen smaak heeft, alleen die van water. 
Fantasie, verstand en smaak op nul. 
Kijkend naar de legostenenstapelaars op tv voelen we ons betrokken, we zijn erbij. 
We kopen een pakket en wanen ons in Mexico, waar we guacamole krijgen voorgeschoteld net als hier: Tex Mex gekruide Goudse kaas en kidneybonen met basilicumsmaak of chili-, of in tomatensaus of Indiaas gekruid of, nou ja, alles behalve 'gewoon'.
De droge boon die een nachtje geweld moet worden, dan gespoeld en vervolgens gekookt, die is voor 'de elite': die lui die vervolgens nadenken over wat daar nou lekker bij zou kunnen zijn en dan zelf iets verzinnen.
Maar het wordt de gewone man niet tegengemaakt hoor, die zelfredzaamheid. Er zijn namelijk wel degelijk 'gewone' bonen bij de super te vinden, voorgekookt oké, maar dan met een heerlijk speelse ingrediëntenlijst, da's toch lachen man! 
De eerlijke keuken, ik lig in een deuk.

maandag 15 maart 2021

Vrede op aarde

'Offre speciale', stond er op het bakje met een paar stukken oude Goudse. Je zag de kristallen zitten en dat zie je hier niet vaak, dus de aanbieding ging in mijn mandje. Omdat de brokken te groot waren voor ons kleine huishouden, bracht ik een deel naar de buren. 
De hond snoof aan m'n hand en keek hoopvol naar me op. Hij wordt geloof ik niet zo vaak aangehaald; is er om te jagen. En dat bleek al snel weer. 
"Tu aimes les palombes?" vroeg de buur.
"Bien sûr!"
Het is de tijd, vertelde hij, naar binnen lopend. Zij (die hier palombes heten, maar pigeons rapier mag ook) trekken nu naar het noorden, dus zijn er in overvloed. 
Een schot, raak, en de hond brengt de buit - hij heeft geleerd niet door te bijten!
Twee mooie houtduiven werden me aangereikt. Dat bungelen van die koppies maakt me altijd een beetje week, maar wegkijken helpt.
"Merci beaucoup Hérald!" 
Een aai over de kop van de hond en terug naar honk. Ik wilde gewoon wat kaas brengen hoor, uit de supermarkt nota bene.
Ik raapte moed. Het is toch weer een klusje, maar hoe langer je het uitstelt, hoe lastiger het wordt. 
Zacht vlees is makkelijk plukken, ik zeg het maar even.
Van de twee magere lijfjes, ooit zulke trotse vogels, sneed ik zorgvuldig de borstjes af.
Toevallig had ik, naast die Goudse kaas, ook kippenlevers gekocht, om mousse van te maken. Ik moet zeggen, die levertjes zijn hier werkelijk prachtig. Er is geen groen stukje (gal) in te bekennen, ze zijn vlezig en glanzend en zien er gewoon hartstikke gezond en smakelijk uit - en dat zegt iemand die er nooit van hield!
Omdat ik de mousse door een zeef had gehaald, bleef er nog een rest korrelige massa over. Die ging in een pan met uienschillen, de aangebraden karkassen, twee blaadjes laurier (ik kijk even schichtig om me heen en 'knip': stukje van de stuik bij de overburen) en een takje rozemarijn (kom maar revancheren overbuur, want ik krijg ze niet teruggesnoeid). Het look van een bos lente-ui ging erin, scheutje cognac, water en ...pruttel de pruttel. 
De borsten bakte ik aan in boter, alleen met zout en peper.
Erbij aten we wat gestoofde prei en gekookte linzen (beluga), op smaak gebracht met paddestoelenpoeder - dat vond ik allemaal wel biotopisch verantwoord. 
Nu dwarrelen er, verwijtend, alleen nog wat verdwaalde veertjes door de tuin.





donderdag 11 maart 2021

Leve de lol

Volgens mij heb ik in het afgelopen jaar geen dag zoveel gegeten en gedronken als gisteren. En ik had niet verwacht dat de verklaring daarvoor heel simpel is: goed gezelschap.
Het bericht stond eergisteren op m'n scherm:
'We gaan picknicken bij het klooster boven Collioure, kom je ook?' 
En vervolgens:
'Ik weet dat dit kort dag is, dus je hoeft niks mee te nemen, behalve een bord, een glas en misschien wat wijn.'
Ik snap dat er gelachen werd, toen we elkaar op de hoek van de markt ontmoetten, want ik zat daar te wachten op een muurtje, met een porseleinen bordje op schoot, of eigenlijk: in de aanslag.
We reden naar het klooster en eigenden ons daar op de binnenplaats een picknicktafel toe, onder de nog kale platanen, dus we vingen de lentezon. 
Iedereen begon tassen en boxen uit te pakken (behalve ik dan). Laure had aardappelsalade gemaakt met ingelegde citroenen (uit eigen tuin) en Julie een gekruide tomaten- en uiensalsa, groene salade en kippenleverpaté. Ricardo begon aan het openen van de oesters en Robin maakte het vuur aan met een grote bos wijnranken. Daarop gingen de calçots: de jonge preitjes die nu overal verkocht worden. Je haalt de geblakerde buitenbladeren eraf en laat de zachte, zoete kern als haringen in je mond glijden, samen met romescosaus (op basis van tomaten of pepers, brood en amandelen). En we genoten van ingelegde ansjovisjes, malse worstjes en gemarineerde kippenborst, diverse kazen met een trosje druiven en de hele speciale negerzoenen van Elena.

Ik zat erbij en keek erna en voelde me schuldig; ik at alsof ik maanden ernstig honger had geleden en liet me al het heerlijks welgevallen, terwijl ik alleen die wijn had ingebracht. 
Maar wat was het een genot: lekker eten, een heerlijk glaasje waar de zon doorheen scheen, een verse oester met een druppeltje hete pepersaus (oh ja, toch nog iets bijgedragen, want die saus zit standaard in m'n tas). We lachten en kletsten, namen een slok, en nog een en een hapje en nog een en nog een. Toen de zon achter de bergen verdween en het fris werd, braken we pas op.
Een perfect maal in goed gezelschap. Een jaar geleden was dat heel normaal, maar nu was het een heus cadeau. Ik ben benieuwd wanneer dat weer vanzelfsprekend wordt.

woensdag 17 februari 2021

Gaan met die banaan

"Yoghurt of een appel,"was wat mijn schoonmoeder volgens de overlevering altijd zei na het hoofdgerecht. Ze was een huisvrouw of thuismoeder en zat rond een uur of 4 klaar met de thee en een koekje. Ze maakte elke zaterdag groentesoep en rolde dan de gehaktballetjes met twee tegelijk in haar bedreven handen. 
Yoghurt of een appel. Dat was het toetje, want ze was zelf geen zoetekauw en bovendien had het gezin (met 6 kinderen) het niet altijd breed gehad. 
Ik kan mijn ogen daarom niet geloven als ik in de Volkskrant de rubriek 'Volkskeuken' lees, geschreven door Tallina van den Hoed.
Ze schrijft daarin: 'Ik weet niet hoe het met uw kinderen zit, maar die van mij zijn nogal kieskeurig als het gaat om bananen.'
Waaaat? Bananen, de zoetste vrucht onder de zoete vruchten, energierijk en nou ja, bomvol met van alles, ook suiker. Ik dacht dat kinderen tegenwoordig vooral een groenteprobleem hadden, maar heb me duidelijk vergist. 
'Als de schil maar één bruin spikkeltje vertoont, wordt er niet meer gehapt,' schrijft Tallina. Dus volgt ze de instructies van haar prinsje of prinsesje: "Misschien kun je er iets van bakken mam." 
Ik zie het kind op de bank zitten, met oordopjes in en een schermpje op de knieën. Het laatste model natuurlijk, want dat kind moet toch meekomen en de beeldkwaliteit van de vorige was slecht voor TikTok.
En wat doet Tallina: ze pakt suiker, boter, bloem, slagroom en banaan en flanst heerlijke cakejes in elkaar, die de kinders doen knorren van plezier. 
Goede moeder natuurlijk, want de jeugd heeft het psychisch al zo zwaar, dat mag je fysiek best wat compenseren.
Nee, neem dan mijn moeder die zei: "Lust je het niet? Dan ga je gewoon zonder eten naar bed."
Maar misschien was dat 'het oude normaal'.

woensdag 10 februari 2021

Plastic soep

Man en ik klagen hier in Frankrijk steen en been over de vele afkortingen. Probeer maar eens een belastingformulier in te vullen, dan moet je door een woud aan onverklaarbaar aan elkaar geregen hoofdletters heen. Uitbesteden dus. 
Maar wie weet het verschil tussen THT en TGT? Dat is Nederlands voor 'tenminste houdbaar tot' en 'te gebruiken tot'. Deze aanduidingen schijnen er mede de oorzaak van te zijn dat we per persoon gemiddeld 34 kilo per jaar aan voedsel weggooien. Die hoeveelheid moet naar beneden, dus moet er iets aan de afkortingen worden gedaan. Een 'slimme houdbaarheidsindicator' kan uitkomst bieden. Die sticker verkeurt naarmate de tijd (lees: houdbaarheid) verstrijkt en is gemakkelijk af te lezen. Dit zou dan de vervanger moeten worden voor de TGT, want die THT is eigenlijk al een wassen neus. Zo kocht ik gisteren een blikje sardientjes, 'houdbaar tot 2023' stond erop. Als er geen gaatjes in de verpakking komen, of andere rare dingen mee gebeuren, dan is de houdbaarheid (van de meeste conserven) nog vele malen/maanden langer dan diens THT, al trokken we het nu meteen open om ervan te genieten. 
Het doet me denken aan het bankstel van een goede vriend in Ghana. Hij had de plastic beschermhoes, die de leverancier voor het vervoer over de bekleding had aangebracht, nooit verwijderd. Dat maakte het in een tropisch klimaat niet erg aantrekkelijk om erop plaats te nemen. Wat bleef die bank lang mooi! Maar waarom hadden ze hem eigenlijk? Ik denk dat hij er nog steeds zo bijstaat, tot dat plastic zo verpulvert is dat het hele gevaarte naar de stort kan. Net als die blikjes in de gangkast. Natuurlijk is het altijd goed om enige reserve of noem het rantsoen in huis te hebben, maar je kunt het ook overdrijven. 
In plaats van goed bedoelde aanpassingen door de industrie zou ik iets anders willen voorstellen dat mij, als consument, iets vaker van de afvalemmer weg kan houden. Een grote plastic bak met rucola krijg ik in mijn twee-persoonshuishouden niet in één kom sla, of op twee verse pizza's naar binnen gewerkt. Niet alleen is het veel plastic, maar het levert ook gele slappe blaadjes op in mijn al op groentebesparing afgestelde koelkastlade. De hoeveelheid is gewoon te groot. En dat geldt voor meer producten. 
Wat ook nog eens zo frustreert, is dat de kaasboer of de notenbar mijn waren afweegt met de verpakking erbij, dus dan is het voor mij ('ons ben zuunig') gunstiger om een relatief grote hoeveelheid te kopen - amandelen in een luxe dubbelwandig papieren zakje, man dat is gewoon hartstikke duur! En noten worden toch snel rans.
De plastic bakjes die de visboer op de Albert Cuyp ineens had ingevoerd om de visfilets in de verpakken, vond ik ook al zo'n frustratie. Mijn voetstap werd er niet alleen groter van, ik was ook nog eens verstoken van het lokale nieuws, al kon die krantenwikkel zomaar een paar weken oud zijn. 
Het valt me sowieso op, als ik weer even in Nederland ben, dat de vuilnisbak in een oogwenk dichtslibt met plastic. Neem een pakje lever, als vleeswaar op een broodje half-om. Dat zit in een zakje plastic (hersluitbaar!) waarin een plastic schoteltje zit met daarop plakjes lever die weer voor de helft van elkaar zijn gescheiden door een plastic vliesje; meer verpakking dan vleeswaar. En twee bruine bolletjes (voor de haring) moeten in een plastic zak worden gestopt ter grootte van een heuse draagtas - en dan zitten er ook nog eens gaatjes in, dus hergebruik - bijvoorbeeld voor de haringstaartjes en het vettige bakje waar die weer in kwamen) is niet mogelijk. Zou de houdbaarheidsdatum op al dat plastic slaan?
Mogelijk speelt de huidige pandemie ons parten. Zo wilden we allemaal af van het plastic wegwerpbestek, maar is dat weer volop in productie genomen nu we niet meer van elkaars vork mogen prikken. En het is misschien ook niet raadzaam of haalbaar om in de supers de groente gewoon zoveel mogelijk los aan te bieden - al is de Turk daar nog wel heel goed in. Zou een beetje virusbesmetting op deze manier opgelopen niet helpen tegen immuniteit?
Net zoals ik graag de heuse 'zijden' stof van de Ghanese bank onder m'n huid had gevoeld, neem ik graag een precies rijpe tomaat mee, in plaats van een hele tros, voorverpakt in een kartonnen bakje, omkleed met een plastic zak. Ik weet namelijk dat 3 van de 6 niet rijp zijn en tegen de tijd dat ik er weer emplooi voor heb, zijn ze verpieterd en moet ik ze weggooien - en me daar ook nog eens schuldig over voelen.
Dus stel ik voor: terug naar de menselijke maat; die kan ik heel goed zelf bepalen. En dan accepteer ik met liefde DMM als afkorting. 

De foto hierbij is van boerenkoolchips, die ik maakte in de oven (op 150 graden, circa 7 minuten) van in stukjes gescheurde boerenkool (restverwerking!), bestreken met olijfolie en bestrooid met een snufje zout - de harde nerf heb ik achterwegen gelaten (ik composteer!). Geen idee van de houdbaarheid; gewoon meteen opeten!

zaterdag 30 januari 2021

Van de verkeerde kant

Als kind was ik me er niet van bewust. Ik dacht zelfs dat de grote pieten die in de Bijenkorf rond sinterklaas langs dikke touwen naar boven en beneden klauterden, echt waren. Dus dat die gedichten allemaal van die ene Sint kwamen, dat geloofde ik ook. Maar er zat toch veel verschil in. De ene was getypt, de andere in hanenpoten geschreven en de volgende had een sierlijke letter in azuurblauwe inkt. In die laatste zat nog enige variatie, want mijn beide grootouders tapten uit hetzelfde vaatje. Mijn oma gebruikte altijd een compacte leverkleurige Parker vulpen, waar mijn opa mee schreef weet ik niet meer precies, maar zijn handschrift herkende ik later wel - bovendien kwam het netje met para- of pecannoten altijd van hem.
Hij was, net als ik, linkshandig, maar had als kind rechtshandig leren schrijven, omdat dat nou eenmaal moest. Er is wel iets voor te zeggen, want als je met natte inkt schrijft, van links naar rechts, dan is de kans groot dat je met je handpalm die inkt weer uitveegt (kijk maar eens hoe Obama contracten ondertekende). Niet handig dus. 

Er zitten ook voordelen aan het linkshandig zijn: 'wij' kunnen bijvoorbeeld heel goed in spiegelschrift schrijven (!!). Maar toch pleit ik voor een L* in het almaar groeiende LBTQIA-rijtje. Het is namelijk in vele gevallen nog steeds niet sexy om linkshandig te zijn. 
Dat werd me vandaag weer eens ingewreven. 
Ik gebruikte tot vorige week met veel plezier een handmixer van Philips die ik kocht toen ik ging studeren (1982). De mixer had een beige huis, met een donkerbruin handvat en een oranje regelknopje: geheel in de modekleuren van die tijd. Maar vorige week liepen plots de gardes niet meer synchroon, maar aan. Het huis begon te ruiken, zoals de transformator van mijn broers treinbaan (Märklin) vroeger. Er kwam nog net geen rook uit. Au revoir trouwe vriend. Tijd voor vervanging. 
Ik wilde wel weer een Philips, maar die kon ik hier niet vinden en ook een Braun bleek lastig te krijgen, dus werd het een Kenwood. Daar heb ik ook nog steeds vertrouwen in, al houd ik sinds vorige week m'n hart vast, want ik gebruik nog altijd een keukenmachine van dat merk, die mijn ouders bij hun trouwen cadeau kregen (1959). Ik meng er wekelijks mijn brooddeeg in, maar hij heeft ook een blender en een pureerzeef (heel handig voor jam) en er kan een gehaktmolen op. De snelheidsregelaar is gebarsten en het kapje bovenop is zoek, maar hij presteert nog als een jonge god, dus ik hoop dat 'ie nog lang meegaat.
Mijn verwachtingen van de nieuwe handmixer zijn niet hooggespannen, omdat de economie inmiddels voorschrijft dat apparaten niet te lang mee mogen gaan; da's immers zonde van de markt. Maar het einde van mijn actieve kookcarrière is ook niet eeuwig, dus daarover maak ik me niet zo druk. 
Vandaag gebruikte ik de handmixer voor het eerst. Ik was blij dat 'ie met van die pijpenkrullenhaken wordt geleverd, die had mijn vorige niet maar zag ik op de filmpjes met Cees Holtkamp vaak voorbij komen. 

Ik maakte dahltjies of chilibites. Dat zijn kleine oliebolletjes van tarwe- en kikkererwtenmeel met ui, spinazie, chili en andere specerijen die samen met ei en water een plakkerig deeg vormen dat vervolgens wordt gefrituurd. Dat deeg mengde ik met die pijpenkrullenhaken (kneedhaken). Dat ging goed, maar ik voel me toch niet senang met de nieuwe aanschaf. Hij heeft namelijk een snoer dat aan de rechterkant van het huis naar buiten steekt en daardoor bij mij (als linkshandige) vandaag herhaaldelijk in de mengkom viel. Een zelfde euvel hebben sommige strijkijzers ook, en wat dacht je van koekenpannen met een (rechts)handige schenktuit, juslepels, vismessen, spatels, ovenhandschoenen (met een hittebestendige kant) en scharen? 
Gelukkig hebben linkshandigen nog een troef 'in handen': ze kunnen zich namelijk veel makkelijker rechtshandig redden dan andersom, en ze zijn creatief. Ik trek dat snoer voortaan dus gewoon door de opening van het handvat; zit 'ie toch links! 

maandag 18 januari 2021

Ja, ik bakte ze bruin

Wat hebben bieten, geelwortel en inktvisinkt met elkaar gemeen?
Het zijn allemaal natuurlijke kleurstoffen die in de voedingsindustrie worden gebruikt. 
En zeker tegenwoordig, nu geen enkele moeder (of vader) meer wanhopig kan uitroepen: "Niet met je eten spelen," want dat is inmiddels gemeengoed geworden. 
Zou het overgewaaid zijn uit Japan, waar je al tijden van die rare excessen vindt? Ik zie het omslag van het nieuwe vegan soul food kookboek van Jason Tjon Affo, met roze en blauwe (!) noedels, bloemetjes en sterretjes en moet meteen aan Hello Kitty denken. Zouden die veelkleurige gerechten ook zo mierzoet smaken?
Ik moet bekennen dat hier best van onderliggende frustratie sprake kan zijn. Na inlevering van mijn gerechtenlijstje als leerling bij de koksopleiding kreeg ik bij menuleer vaak te horen: "Saai van kleur," want dan had ik weer eens gebraden vlees (bruin) gecombineerd met kapucijners (bruin) en een jus erbij (bruin) - de geroosterde bloemkool was toen nog niet uitgevonden, anders had die er ook nog naast gelegen. Ik probeerde me er nog wel eens uit te redden door een decoratief kerstomaatje of een toefje peterselie te opperen, maar daar trapte de juf niet in. Ze hield ook niet van een grapje.
Toen kon je nog zeggen:"Het oog wil ook wat." Nu is dat oog vervangen door de cameralens en kun je dat bruin gewoon met de nodige filters alle kleuren van de regenboog geven. 'Word er eigenlijk veel gemanipuleerd bij de veganistische fotografen?' vraag ik me af. Een kringeltje stoom simuleren met sigarenrook kan natuurlijk niet meer, maar digitaal oprekken, uittrekken, oppoetsen of uitkaderen: een kind kan de was doen. 
Het is een bekend verschijnsel dat in tijden van crisis de meest uitbundige modekleuren de kop opsteken. Ik denk dat deze voedselkermis ook zo'n fenomeen is, en als er inderdaad nieuwe 'roaring twenties' aanbreken nadat het virus is bedwongen, dan kan de keukenzonnebril misschien weer af en gaan we terug naar aardse tonen (bruin?).
Maar we lachen ons niet alleen een kriek om al die vrolijke kleuren. De moppige fantasie is ook tot de restauranttaal doorgebroken. Zo las ik in de krant over drie zaken met namen die mijn lever deden schudden: Kip 'n drip, TokTok en Kip it Real. En hier zijn er nog een paar.
Ik zie de juf wit wegtrekken.

p.s.: Kent iemand dit spreekwoord: het is kippetjespraat, de hanen lachen erom. Dit betekent zoveel als 'bullshit' (hé, ook bruin).