Het was een wandeling van een uurtje, samen met de hond. Ik zag de wolken tussen de bergen optrekken. De druppels aan de vijgenbladeren hingen te glimmen in de lage zon. Op zee ronkte een vissersbootje. Ik snoof die typische geur van de struiken op en keek naar de puttertjes die voor ons uit vlogen.
Het voelde alsof ik alles gratis kreeg. Hier kon geen noice cancelling koptelefoon tegenop, geen plek in de TikTokrij bij de frietkraam, geen nieuw seizoen van Beef en geen flesje Clive Christian Eau de Parfum (à €664,00).
"Wat moet het toch allemaal ingewikkeld," dacht ik terwijl ik lekker doorstapte. Neem nou de culinaire wereld die weer even flink in de schijnwerpers stond met het uitreiken van nieuwe Michelinsterren. Recent las ik in verband hiermee ook dat een chef het simpeler aan ging doen waardoor hij geen 11 spuitzakken (!) meer nodig had om een gerechtje op te maken. In de krant beweerde iemand dat het gewoon niet mogelijk is om op sterrenniveau te koken onder een menuprijs van €100,00.
Maar waar zit ik in de horeca op te wachten? Niet op een 3-gangenmenu waar eerst een batterij aan amuses aan vooraf gaat met ook weer een batterij aan frandises aan het eind. Ook niet op een 3-gangenmenu met daarbij passende wijnen die ik pas ingeschonken krijg na een college van de sommelier. En zeker niet op een zaak die meer weg heeft van een steriel ziekenhuis dan van een gezellig en rumoerig eethuis. Van mij mogen al die opgespoten streepjes over het bord en het toefje kaviaar op het chocolade-ijs (!) ook worden afgeschaft.
Mijn sterrenrestaurant heeft geen dollartekens in de ogen, maar liefde voor het vak en voor de producten. Ik eet er als voorgerecht een zongerijpte tomaat met een scheutje smaakvolle olijfolie, een snuf knisperende korrels zout en een draai van de molen met geurige, zwarte peper. Als hoofdgerecht kies ik een courgettebloem, gevuld met een zachte geitenkaas - en niet die over het paard getilde burrata - een bedje van wilde postelein en paddenstoelenjus. Een nagerecht eet ik eigenlijk nooit, want ik ben geen zoetekauw, dus liever heb ik ook geen vast menu, waardoor ik toch gedwongen wordt iets te nemen, want "u heeft ervoor betaald mevrouw." Dat ik meestal ook moet betalen voor het sneetje brood dat met een tangetje op een sideplate wordt gedrapeerd en ook voor het glas water dat mij ook ongevraagd wordt ingeschonken, dat zie ik pas als ik na de shock de rekening nog eens goed bekijk.
Ik weet dat alles steeds duurder wordt, maar ik weet ook dat iedereen steeds groter wil wonen, verder wil reizen, breder wil rijden, zich met goud wil behangen en rond de 50 'binnen' wil zijn ("en wat dan?" vraag ik me stiekem af.).
Eerst moet je met je maten een concept uitrollen dat pas winst draait met 3 zaken. De tweede zaak wordt al geopend als er voor de eerste nog geen competent personeel is gevonden. Er moet wel snel geld binnenkomen, want om 6 uur opstaan hou je maar zó lang vol. Pas als de biljetten uit je borstzak puilen, begint het echte leven, zoals op de Mr Marvis reclames breed wordt uitgemeten: met je lekkere chick in een gemotoriseerde sloep op het Gardameer en dan als jongens onder elkaar wijdbeens je nieuw gebleekte tanden bloot lachen. "We gaan groeien, het wordt alleen maar meer," gieren ze en heffen het glas.
Want te lachen valt er. De wijn in de resto's gaat 5 keer over de kop, de afwasser verdient geen drol en de projectontwikkelaar heeft net gewezen op een nieuw pareltje op Ibiza.
Maar met die poen in je in Portugal gefabriceerde short ruik je nog steeds de wilde venkel en het natte gras niet. Je mist het zicht op het traag ophalen van de visnetten en je bent doof voor de rust die het gefluit van de vogels brengt.
Ieder z'n ding, maar voor al deze geldwolfjes hoop ik dat hun Rolexen wel duidelijk vertellen hoe laat het is.