Het varken hing, de mensen zaten. Het was een prachtige dag, dus had Anne een lange tafel buiten gedekt. Dat waren de buren niet gewend. In plaats van naast het haardvuur, zaten ze nu onder de parasol. Als eerste ging de wijn rond en daarna het brood. Dat werd door de mannen aan de borst gezet en met hun eigen klapmes in grote hompen aangesneden - een stuk voor de dame links, een stuk voor de dame rechts en een homp voor de man zelf. Daarna werd de boter doorgegeven, waar iedereen een stuk van nam. Dat werd niet op het brood gesmeerd, maar eerst in de mond genomen en daarna gevolgd door een korst brood. Brood wordt niet belegd, ook niet met kaas; de combinatie ontstaat bij het kauwen.
Onder de zon genoten we vervolgens allemaal van een overweldigend feestmaal, waar iedereen zijn steentje aan bijdroeg. De buren brachten van alles in van de vorige slacht - een jaar eerder - zo was er ook paté en er was soep vooraf en taart toe. Will maakte foto's, Alain grappen.
De buurmannen gingen daarna een wandeling maken en de vrouwen ruimden af en verbouwden de keuken vast voor de volgende morgen.
Op dag twee werd het beest in stukken gesneden, in veel stukken. Alleen de achterpoten bleven heel, want die zouden tot ham worden omgetoverd. Ik hielp mee met deze reuzeklus, maar was veel te voorzichtig, omdat ik niet gewend was geen rekening te houden met de verschillende karbonades, de varkenshaas, nek (procureur) etc.
Hier wilde de traditite dat vrijwel al het vlees werd verwerkt tot saucisse en saucisson: de dunne darm voor verse worst en dikke voor gedroogde. Hiervoor werd al het vlees zorgvuldig van de botten gesneden en geschraapt en van vet, vliezen en pezen ontdaan. Aan het hoofd van de lange keukentafel, waarop we deze klus klaarden, stond buuf Hermine, de worstoverste. Zij overzag alle vleesblokjes en scheidde ze links en rechts van haar, al mompelend, "saucisse, saucisson, saucisse, saucisson." Uiteindelijk lag de tafel vol met stukjes vlees en kwam Hermine als een zaaier met Epices Rabelais (een standaard kruidenmengsel, in 1880 samengesteld in Marseille) strooide dit over het geheel en daarna verdeelde ze routineus blokjes uitgesneden spek en zout over de twee tafelhelften; ik geloof dat er meer vet bij de saucisson ging.
Met onze armen moesten we nu de twee afzonderlijke rijen vlees goed mengen, daarna kwamen de mannen tevoorschijn met de worstenmachine. Er volgde een lange sessie van darmen opstropen en worsten vullen, met pijnlijke vingers van de afknooptouwtjes en prikkende neus van de grove peper waarin de saucisson werd gewikkeld. In die dikke darm zitten veel plooien die vochtig kunnen blijven en bij het drogen vliegen kunnen aantrekken. Door ze in veel peper te rollen, blijven die insecten op afstand.
Ondertussen stond er rode wijn op de tafel achter ons die met een rood/wit plastic tafelkleed was afgedenkt. Will en Alain lieten het zich goed smaken en leken in gedachten al op de terugweg. Ze vonden het veel te boers en banaal. Het zal ook wel in schril contrast hebben gestaan met hun kasteelavontuur (5 sterren, meen ik me te herinneren).
De worsten en de ham kwamen er. De promotie voor de kookcursussen en het verblijf bleven uit, maar de herinneringen aan Will (en Alain) blijven.