woensdag 28 februari 2024

Pientje Michelientje

Zojuist las ik Nirwana uit, het laatste boek van Tommy Wieringa. Ik vind het boeiend, intrigerend en duidelijk geschreven door een man. Het verhaal gaat over een oliemagnaat met een oorlogsverleden en over oligarchie. Dat lees ik met smaak, maar de beschrijvingen van het vrouwelijk schoon vind ik lastig. De hoofdrolspeler, een kunstchilder, wordt door zijn vriendin verlaten, waar hij veel verdriet van heeft. Later zal zij, eveneens als kunstenaar, hun relatie duiden met voor hem denigrerende beelden. Zij, zo blijkt, heeft zich in hun samenzijn altijd onderdrukt gevoeld. De man eigende zich haar toe. Dat is niks om me druk over te maken, al ligt het er wat dik bovenop. Maar dat haantje, dat zijn ex-geliefde af en toe nog ziet of aan haar denkt en herinneringen ophaalt, bedenkt zich een aantal keren troostend dat ze in de loop der tijd almaar onaantrekkelijker zal worden, want ze zal haar strakke huid en vlezige billen (etcetera) verliezen. Ondertussen is het gebotoxte gezicht van zijn moeder, die haar jeugd wil behouden, ook weer niet goed.
Ik wil de auteur niet gelijk stellen aan het hoofdpersonage, dat is onzin, maar toch schaar ik 'm in een traditie waarbij auteurs vaak vooral rouwen om het verlies van de schoonheid en jeugdigheid van hun vrouw/geliefde, terwijl ik dat bij schrijfsters omgekeerd eigenlijk nooit tegenkom. Vrouwen kunnen geschokt zijn over de aftakeling van hun éigen lichaam, maar doen dat, in de literatuur, eigenlijk nooit over dat van hun man, vriend of geliefde. Tenminste: niet in de boeken die ik lees of me herinner, maar ik draag vast een gekleurde bril. Voorbeelden die het tegendeel bewijzen zijn welkom. 
Ik had hier helemaal niet over dat vrouwelijk schoon (bestaat er eigenlijk een mannelijk schoon?) en de mannelijke kijk daarop willen schrijven, maar moest eraan denken toen ik dit filmpje over de traditionele paëlla Valenciana zag. Hierin zien we een jonge vrouwelijke chef op straat (in Valencia?) die ons in rap Spaans stap voor stap door de bereiding van het traditionele gerecht voert. Dan komt er ineens (na 10 minuten ongeveer) een mannetje in beeld. Hij heeft grijs-wit haar en draagt een rood michelinmannetjejasje. Hij is de ontvanger van het neusje van de zalm van de hele schotel: het aangebakken levertje, dat altijd voor de belangrijkste persoon aan tafel is. Meneer begint te praten en blijkt een rasechte Hollander en eigenaar van het restaurant te zijn. Bijna vanzelfsprekend laat hij zich het offer van de chef (Chabe Soler, houdster van de 2020 wereldbeker voor beste Valenciaanse paëlla!) op een bordje presenteren en dan komt het:
Het duurt nog even voor het gerecht voltooid is, maar met die lever kan er al geborreld worden, dus gaat er een wijntje open. Daarover zegt de Hollander, terwijl hij professioneel aan de kurk snuift: "Misschien [is dit] wel het belangrijkste van de hele paëlla!"
En ik zak onderuit in mijn stoel. Daar staat ze, de leuke en gelauwerde chef, rood aangelopen van het hete vuur onder de grote pan. Al haar kennis en kunde spat van het scherm. Maar wat vindt roodmichelinmannetje het belangrijkste? Zijn glaasje wijn en waarschijnlijk uiteindelijk een heuse ster waar hij goede sier mee kan maken. 
Ik hoop vurig dat die er voor Chabe komt, en dan met een nieuwe sticker...van een Michelinvrouwtje!

dinsdag 27 februari 2024

Negenennegentig luchtbalonnen

Er stond een camper op de kampeerplaats die binnenkort van de rand van het dorp, twee passen van zee, zal verdwijnen. De plek moet plaatsmaken voor een nieuwe kade, om nog meer container-  en eventueel cruiseschepen te kunnen verwerken. Wat uit de containerschepen komt, verdwijnt in koelwagens en wordt Europa ingeslingerd. Wat uit de cruiseschepen komt, stapt in een bus om riddertje te spelen in Carcasonne. Niets van dit alles, met uitzonder van wat geld voor het loodswezen en de havengelden, komt ten goede aan de inwoners van hier. Nou ja, er werken natuurlijk wel veel mensen in die drukke haven, da's waar. En de supermarkt om de hoek ziet de Filippijnse bemanningleden graag komen. Die kijken hun ogen uit en verlaten de winkel vooral met een stapel babymelkblikken (en het zijn allemaal mannen hoor). Nestlé I presume.

Maar dat alles terzijde. De camper, waarmee ik begon, had een sticker op de zijkant geplakt met 'Route 66' erop. "Zo...," dacht ik, "die heeft het ver geschopt." Dat zou best kunnen - je kent ze wel, die koning en koningin op hun camperzetels, traag manoeuvrerend door de binnenstad, omdat ze een verkeerde afslag hebben genomen en een verbodsbord hebben gemist in een omgeving die ze volkomen vreemd is; maar die ze staks met hun electrische fietsen heerlijk gaan verkennen. 
Maar...het departement hier, Pyrenées-Oriëntal heeft als nummer 66. Daardoor hebben wij ongelukkig genoeg de postcode 66660 (spreek dat maar eens uit op z'n Frans: soixante-six mille six cent soixante). Misschien is die bumpersticker dus bedoeld als een knipoog en heeft het gedrocht helemaal niet over een  Amerikaanse snelweg gezoefd. Hoe dan ook, 66, het is een getal dat tot de verbeelding spreekt.
Voor mij geldt dat ook voor 88. Ik lees dat als percentage in een culinair tijdschrift. Maar liefst 88% procent van de Fransen heeft (familie)recepten van de grootmoeder meegekregen. De redacteur geeft haar eigen voorbeeld: zandkoekjes met geraspte citroenschil. Oma leerde haar niet alleen de ingrediënten met de exacte hoeveelheid citroen, maar ook de kneepjes: niet teveel kneden, opdat ze zanderig blijven, net iets langer in de oven dan je zou denken, zodat ze er echt goudgeel uitkomen en dan, nog voor het afbakken, het mooie patroontje dat je erin trekt met een vork. 
De oma van mijn vaderszijde, was geen keukenprinses; zij had heel lang een 'kokkie' gehad. Maar als ze bij ons kwam, bracht ze wel heerlijk zelf gefrituurde kroepoek (belinju) mee, in een grote koekjestrommel. En haar dochter, mijn tante, was een rijsttafelkoningin, die met genoegen drie dagen in de keuken stond, met een fantastisch resultaat. De oma van mijn moeder was een echte keukengodin. Ze kon wild plukken, worsten draaien, balkenbrij maken en heerlijke kroketten, groente inmaken, bessensap koken (met griesmeelpudding), jam, cake, zandkoekjes en noem maar op. Ik was als kind een slechte eter, behalve bij oma To aan de keukentafel. Daar rook het niet alleen naar lekker eten, maar ook naar de stephanotis (jasmijn), die rijk kon bloeien op de vensterbank. Aan de schouw boven het fornuis was een blikopener gemonteerd die je kon openklappen. Mijn broer en ik hebben daar veel plezier van gehad, want we mochten aan de zwengel draaien, zonder blik eronder, staand op een keukentrapje. 
Nu vraag ik me af hoeveel Nederlandse tieners recepten en bereidingen van hun oma met de paplepel ingegoten krijgen. Ik denk dat 88% Super Mario speelt, 88% bestelt bij Uber eats en 88% nog nooit van de Route 66 heeft gehoord, laat staan dat ze blikopenergezwengeld (oh nee, geblikopenerzwengeld) hebben. Mijn broer weet nog te melden dat wij dat schilderen noemde en daarbij een sinaasappelnetje op ons hoofd droegen. Pikant detail.

p.s.: de foto is van mijn oma van vaders zijde, net na aankomst in Nederlands-Indië, 1930. 

zondag 25 februari 2024

When in Rome

'Heel even fonkelde de late namiddagzon door het Spaanse mos, dat een netkous van schaduw over de Mississippi-rivierdelta legt.' Nee, dit is geen proeve van mijn literaire ambitie. Dit is een zin uit een recensie in de NRC van een restaurant in Amsterdam. Er wordt niet alleen literair gedaan, je wordt ook om de oren geslagen met beschrijvingen van gerechten en het gebruik van begerenswaardige ingrediënten, zoals Khmerboter, penja-peper, 'grains of paradise' (verwant aan zwarte kardamom) en ehuru (kalabasnootmuskaat). Deze laatste heeft overigens een zwoel houterige smaak, jawel. Bij de bespreking staan geen foto's, maar ik vermoed bloemetjes, oliedruppels en andere pincetwaardige toevoegingen. Toch schrijft de recensent over sommige gerechten dat die 'gewoon nog niet af zijn.' 
Ik denk maar weer eens aan 'mijn' Kim in mijn vorige blog of in dit geval Manu, de dorpsvisser, die gisteren baudoie (zeeduivel), tong en kreeft op ijs had liggen in zijn viskraam aan de kade, 's nachts gevangen dus heet van de naald = uit het net. Wat zou hij vinden van 'een dikke zoete sint-jacobsnoot, direct van het vuur opgediend in bruisend-hete vanilleboter in de schelp, met een zoete sukade-toets van gekonfijte citrusschil en een onverwachte tropische kruidigheid uit de gitzwarte mbongo-tchobi-saus...'? Ik zie Manu naar me staren en langzaam een vinger naar zijn slaap gaan. '"'Tok, tok', rare jongens die Romeinen," citeert hij uit Asterix & Obelix.  Ik kan niet anders dan knikken, al staat er in het desbetreffende restaurant een Hollander achter de kachel. 

Even terzijde: volgens een andere krant is deze chef wel zo bijzonder dat hij 'een regelaar naar buiten toe is'. Interessant!

zaterdag 24 februari 2024

Mijn Kim is een Viëtnamees

Hij moest giechelen om zichzelf. Kim stond te hannesen met de spiezen van de gril. Ze zaten helemaal vol met deels nog maar half gebraden kippetjes. Voor een gelijkmatige garing moesten de spiezen af en toe verhangen worden en dat spel van drie hoog naar een hoog en van twee naar vier, dat was een komisch gedoetje. Kim hield ondertussen alle vingers van een hand omhoog; nog 5 minuten voor een gaar exemplaar en dan ook nog 'laqué'. De mensen die voor loempiaatjes kwamen hoefden niet te wachten, die kregen meteen een zakje mee, met saus! Maar de klanten voor de kip moesten geduld hebben. Zo stonden we gemoedelijk in de rij. Ik verliet die even om een reusachtige artisjok te kopen. Daarna sloot ik weer aan en stond ik te mijmeren.
Mijn Kim is een Vietnamees en staat op de markt, in dit geval op zaterdag hier in het dorp. Hij is altijd goedlachs en draagt ook in de zomer een muts. 
In Amsterdam staan er binnenkort ook mensen voor Kim in de rij, maar dan voor de Amerikaanse beauty met het perfecte lichaam. Haar figuurcorrigerende pakjes zullen worden verkocht bij de Bijenkorf, in een pop-up store, op reservering (dat hoeft bij mijn Kim overigens niet). Er zijn 1330 'tijdslots' beschikbaar. Degenen die niet reserveren mogen in de rij, waarvoor geldt: een naar buiten, een naar binnen. En eenmaal binnen is er plaats voor 20 mensen. Als de rij oncontroleerbaar wordt, zullen er beveiligers worden ingeschakeld. 
Ik weet niet of mijn Kim ooit in Keulen is geweest, maar hij zou het er horen donderen als ik hem hierover zou vertellen. Ik weet ook niet wat figuurcorrigerende kleding is in het Frans, laat staan het Vietnamees, dus ik neem de moeite niet eens. Daarvoor in de plaats maak ik, eenmaal aan de beurt, het internationale gebaar van 'oh wat is dat lekker' en ik wrijf over m'n buik die inmiddels volgens de standaard van de Amerikaanse Kim best in een pakje gehesen zou mogen worden. Met een warm plastic tasje met kip, een zak met 12 oesters - "en wat extra's voor de goede klant," zegt de oesterman altijd - een bos met radijzen zo groot als golfballen, die ene vette artisjok en een wiebelende buik, loop ik naar huis, zo mogelijk wel 100 x gelukkiger dan de eerste klant in de pop-up store. 

dinsdag 6 februari 2024

Uitsmijters

Een hoogleraar micro-economie heeft zich erover gebogen. Hij komt met termen als 'prijselasticiteit', 'mentaal budget', 'referentiepunt' en 'peer effect'. Ik snap het meteen. Hij heeft het over stroopwafels.
Die koeken zijn het gesprek van de dag in Het Parool, want er is een artikel verschenen over tiktokrijen in de Kalverstraat waar men maar liefst anderhalf uur op de stoep staat voor wat waarschijnlijk een bucketlist dingetje is: een Hollandse koek voor een fortuin, gekocht in de sleetste winkelstraat van de hoofdstad, in een winkel (waar je nog geen minuut binnen bent) opgeleukt met balonnen aan het plafond en voorzien van het begeerlijkste lokkertje: de uitsmijters in Sherlock Holmes tenue. Het decor, die uitsmijters, de huur en de gestegen tarweprijzen, plus de 'toppings' van Oreokoekjes, nootjes, gezouten karamel etcetera, zorgen ervoor dat dit de ultieme toeristenervaring is in hartje Amsterdam, waar je dan ook best je portemonee voor mag trekken (een wafel gaat vanaf € 13,- over de toonbank). En terwijl je in de rij staat, kun je ook een hele aflevering van de nieuwste Netflixserie wegtikken. Maar je snapt het: de eetervaring maakt dit alles tot een hoogtepunt in het moderne mensenleven.
Op de Albert Cuypmarkt, bij de 'traditionele' koekenbakkers, zijn de prijzen ook gestegen, maar niet zo stief. De simpele kraam en de geruite papieren servetten passen niet in het mentale budget van de toerist en de bakker met zijn ludiek geknoopte boerenzakdoek om de hals doet niets voor het 'peer effect'. 
Nu heb ik een idee. Ik ga de markt tiktokwaardig elastisch oprekken en begin een kraam met uitsmijters. Het wordt een Barneveldse ei-ervaring in hartje Amsterdam waar koks verkleed als de zeventiende eeuwse kunstschilder klutsen en bakken, met als ultiem referentiepunt een topping van bladgoud. De rijen toeristen worden vermaakt door toktokkers, dat zijn  acteurs in kippenpakken. Of de piepels op de socials die woordspeling vatten, valt te bezien, maar vanuit de hemel hoor ik Aelbert al roepen: "Catrien, dat is het ei van Columbus!"