De stuurlieden sturen, de bootslieden zeilen en de kok kookt, zo simpel zou het moeten zijn.
Van de 44 opvarenden op mijn laatste reis had ik als scheepskok:
4 vegetariërs,
1 geen-vlees-wel-viseter,
1 notenintolerant,
1 varkensvleesintolerant
1 schaal- en schelpdierallergist
1 natriumglutamaatgevoelige
1 ik-at-ooit-een-verkeerde-mosseleetster en
1 ik-heb-gewoon-niet-altijd-trek-in-vleeseter
De kok die ik afloste had naast vegetariërs en een veganist ook nog een glutenvrij persoon en een lactose-intolerant. En dan zijn er nog reizen met halalisten en kosjeren.
In de als paddenstoelen uit de grond springende 'food halls' kunnen deze individualisten hun lol op, maar aan boord van een schip met traditiegetrouw een hoofdmaaltijd (met toetje) zonder keuze, een klein kombuis en beperkte opslagruimte, bezorgt het gros van deze 'picky eaters' mij (en mijn collega's) slapeloze nachten.
Ik heb alle begrip voor mensen met een heuse allergie en degenen met een lactose-intolerantie brengen meestal eigen spulletjes mee, maar ik krijg een kort lontje van de jonge garde die zich ook aan boord in een hippe food hall waant en het als vanzelfsprekend beschouwt dat ik naast het bakken van vers brood, het bijhouden van temperatuur- en bestellijsten, voorraadbeheer en het koken van de grote pot (op slingerend schip) ook nog een kikkererwtenburger sta te kneden en bakken.
"Dag mevrouw, u ook bedankt voor de leuke reis," zeggen ze gehaast als ze met hun voor vervoer naar huis opgetrommelde ouders aan het eind van de reis van boord stappen en paps meteen dwingen om bij de eerste Mc Donalds toch vooral te stoppen voor een ijsje.
Ik heb ook alle begrip voor mensen die zich het dierenleed aantrekken en geen biefstukje op hun tong kunnen verdragen, maar als dat pubers zijn die met hun bootschoenen klaarstaan om een spin dood te trappen, omdat het mooiste jongetje aan boord bang is voor zo'n onschuldig insect, en ze geen idee hebben van de speciale behandeling die hun ten deel valt, dan heb ik geen zin meer om me uit te sloven en kan ik alleen maar hopen dat Chantal, Precilla, Emma en Diederik volgende keer vooral een andere vakantie boeken.
Bijgaand een foto van Jan, mijn assistent/psychiater op deze reis.
Over reizen, dagelijkse beslommeringen, koken, kookboeken, recepten, experimenten, mooi en slecht weer en nog veel meer.
donderdag 31 augustus 2017
zondag 16 april 2017
Hosanna Rosanne
Mijn moeder kan uren achter de piano zitten oefenen op dat ene klassieke muziekstuk. Mijn vader heeft nog steeds een heel arsenaal aan gereedschap en is van het willem-die-het-fikst soort. Ze zouden ook een plaat op kunnen zetten of een klusjesman in kunnen huren. Ik zou ook een kant-en-klaarmaaltijd in de magnetron kunnen schuiven, net als hype-of the-month Rosanne Hertzberger dat doet. Maar ik kan me, samen met mijn wederhelft, ook eerst buigen over een idee (laten we zeggen: ravioli gevuld met kwartelei en ganzenlever), de ingrediënten verzamelen (we vonden heerlijke foie d'Empordá), de keuken versieren met pastarepen, ingekookte pannenbodems en restjes eierschaal en vervolgens met een goed glas wijn en een diepe zucht vol voldoening aan tafel gaan.
Maar wacht even, het gaat Rosanne, rap van tong, slim en moderne multitasker (ze is immers: columnist, schrijfster, microbiologe en moeder) helemaal niet specifiek om die E-nummers uit haar nieuwe boektitel. Haar insteek is de volgende: doe niet zo bio, doe niet zo moeilijk, verspil geen kostbare tijd, maar eet zonder zorgen uit pak, zak en magnetron. Het is allemaal grondig getest en verantwoord (en bij samenstelling zorgvuldig tot eenheidsworst - oeps koshere kipburger - gekneed, dus ook qua smaak heel veilig).
Ter verduidelijking: waar in de hele discussie over het debuut niet op in wordt gegaan, is de essentie die ik destileer uit een recente column van de columniste/schrijfster/microbiologe/moeder over handvaardigheid op scholen. Rosanne vindt dat nutteloze tijdverspilling en zet haar pasgeboren zoon liever achter een iPad dan een doos met blokken. Programmeren moet hij leren en geen tijd verdoen met creatieve spelletjes die hem vertrouwd maken met voelen, kijken, scheppen en proeven (wedden dat 'ie de blokken in z'n mond duwt; ajakkes).
Rosanne houdt gewoon niet van handwerk, dus ook niet van koken en ik denk ook niet van lekker eten. Dat zal bij haar biovriendinnen die seizoensgebonden en productgericht kokerellen en 'zondigen' niet goed vallen, dus gebruikt ze de E-nummers kapstok om haar plaats te bevechten. Dat het daarbij gaat om een lijst zo divers en lang als het menu van de afhaalchinees, laat ik hier even buiten beschouwing.
Ik hoop ondertussen dat kindlief toch ook de mogelijkheid krijgt om zelf een viariant op de knijpkat in elkaar te knutselen, zodat hij, mocht dat ooit nodig zijn, zijn eigen stroom kan opwekken voor computer, mobiel, iPad en wat al niet in de toekomst het technolicht zal zien.
Maar wacht even, het gaat Rosanne, rap van tong, slim en moderne multitasker (ze is immers: columnist, schrijfster, microbiologe en moeder) helemaal niet specifiek om die E-nummers uit haar nieuwe boektitel. Haar insteek is de volgende: doe niet zo bio, doe niet zo moeilijk, verspil geen kostbare tijd, maar eet zonder zorgen uit pak, zak en magnetron. Het is allemaal grondig getest en verantwoord (en bij samenstelling zorgvuldig tot eenheidsworst - oeps koshere kipburger - gekneed, dus ook qua smaak heel veilig).
Ter verduidelijking: waar in de hele discussie over het debuut niet op in wordt gegaan, is de essentie die ik destileer uit een recente column van de columniste/schrijfster/microbiologe/moeder over handvaardigheid op scholen. Rosanne vindt dat nutteloze tijdverspilling en zet haar pasgeboren zoon liever achter een iPad dan een doos met blokken. Programmeren moet hij leren en geen tijd verdoen met creatieve spelletjes die hem vertrouwd maken met voelen, kijken, scheppen en proeven (wedden dat 'ie de blokken in z'n mond duwt; ajakkes).
Rosanne houdt gewoon niet van handwerk, dus ook niet van koken en ik denk ook niet van lekker eten. Dat zal bij haar biovriendinnen die seizoensgebonden en productgericht kokerellen en 'zondigen' niet goed vallen, dus gebruikt ze de E-nummers kapstok om haar plaats te bevechten. Dat het daarbij gaat om een lijst zo divers en lang als het menu van de afhaalchinees, laat ik hier even buiten beschouwing.
Ik hoop ondertussen dat kindlief toch ook de mogelijkheid krijgt om zelf een viariant op de knijpkat in elkaar te knutselen, zodat hij, mocht dat ooit nodig zijn, zijn eigen stroom kan opwekken voor computer, mobiel, iPad en wat al niet in de toekomst het technolicht zal zien.
vrijdag 24 maart 2017
Kaapse pracht in de kop
Zwart en wit markeren ook het interieur van het nieuwe restaurant La Tête in Bree Street. De muren zijn (nog) maagdelijk wit en er bungelen zwarte lampenkappen aan het plafond. Voor circa 50 couverts staan er donkerbruine houten tafels en stoelen. De ene lange kant heeft ramen, de andere een kleine open keuken en veel witte muur.
Omdat de chef, Giles Edwards, zijn sporen heeft verdiend bij het fameuse nose-to-tail restaurant St. John in London en hij zijn zaak zo'n sprekende titel gaf (met een koeienkop als logo), zou je vermoeden dat het kop-staart principe hier ook wordt gebezigd. Maar ik twijfel. Vertel mij maar eens (of liever: teken mij maar eens) het beest met een kippenlever, runderhart en varkensstaart, en dan ook nog ergens wat octopus en heek. Nee, het hippe aan deze zaak blijkt de bereiding van orgaanvlees en niet het verwerken van een heel beest (een mythologische variant daargelaten).
Ik heb het kruim nog niet tussen m'n tanden weggespoeld of mijn tweede gang staat al voor m'n neus. Het is in balsamico gemarineerd runderhart, dun gesneden en gegrild, waardoor het lekker rokerig smaakt. De plakjes zijn gemengd met een lauwwarme mix van bietjes, rode ui, waterkers en kappertjes; een goede combinatie. Het vlees is heerlijk mals, maar ook hier weer niet erg uitgesproken.
De raamkant van de zaak biedt uitzicht op een straatje met aan de overkant een saaie parkeergaragemuur, waar gelukkig een keur aan voorbijgangers langs trekt: gehaaste yogadames, giebelende scholieren, telefonerende juppen en trage straatvegers die de regenboognatie eer aandoen. Aan de andere kant, in de open keuken, staat een jonge kokkin die een wel heel zware donderwolk boven zich heeft hangen, maar zo geroutineerd aan het werk is, dat ze toch een lust is voor het oog. Omdat er aan de voorzijde veel verkeer voorbijraast, blijven de tafeltjes op het trottoir ondanks het mooie weer onbezet.
Volgens de recensies zijn de madeleines, die na bestelling vers worden gebakken, 'to die for', maar ik sterf liever voor wat kaas. Laten ze dat met de lunch nou niet serveren. Gelukkig wordt er toch een plankje voor me klaargemaakt - zou het opschrijfboekje hier weer deuren hebben geopend? Ik krijg een stilton en geit uit de buurt (Stellenbosch?) en een uitzonderlijk lekkere oude kaas uit Gauteng. Die laatste geeft een bek vol umami, waardoor 'ie zelfs een beetje naar truffel smaakt. Het glas Grüner Veltliner is helaas vreselijk wrang, maar de 'Bordeaux blend' (?) maakt dat weer goed.
Het lijkt me geen sinecure om je staande te houden in deze stad waarin je struikelt over de (hippe) eettenten, maar ik gun het Giles van kop tot staart.
woensdag 15 maart 2017
Kantine koffie zetten
In het Garden district in Kaapstad is een nieuw conceptrestaurant geopend. Het is de moeite waard om hier naartoe te lopen via de Company Gardens, met veel overstekend klein wild (eekhoorns) en aan de ene kant van de laan kolossale bomen die waarschijnlijk stammen uit dezelfde tijd als de koloniale gebouwen aan de andere kant.
Het restaurant, Chefs, ligt op een hoek en oogt fris.
Ik ben hier gaan eten, omdat ik las dat een deel van het concept bestaat uit een directe lijn tussen keuken en klant, zonder tussenkomst van een ober. En er wordt besteld middels een iPad. Ik vroeg me af of dit niet zal leiden tot weer een aantal overbodig gemaakte werknemers. Daarnaast is het concept bedoeld als snelle optie voor een lunch tussen de bedrijven door, waarbij ik die omschrijving van de inrichting als 'upmarket cantine' een beetje vreemd vind; wil de beoogde klant nu juist niet even aan de kantoorsfeer ontsnappen?
Bij Chefs wil men een eerlijke, gezonde maaltijd zonder poespas bieden die in korte tijd besteld en gegeten kan worden. Dat betekent dat je keuze hebt uit drie elke dag wisselende hoofdgerechten, een met vis, een met vlees en een vegetarisch gerecht, altijd met een salade en sausje 'on the side'. Er is ook nog een nagerecht. Water wordt gratis geschonken, zowel met of zonder bubbels. Het komt uit een kleine zuiveringsinstallatie. Er is ook bijzondere limonade, maar die heb ik (natuurlijk) niet geproefd.
Bij binnenkomst loop je meteen tegen de bestelbalie aan. Hier staan twee iPads met daarachter twee mannen die ik eigenlijk alleen als obers kan omschrijven, maar ik twijfel, want zulke heren horen nou juist niet bij het concept. Je bestelt echter niet via het schermpje, maar bij een van de obers erachter. Misschien wordt hij in de toekomst wel overbodig, maar nu dus nog niet. Hij vraagt wat ik wil, of ik vooraf wil betalen en of ik er iets bij wil drinken. vervolgens kan ik gaan zitten waar ik wil. Ik neem plaats aan een van de blankhouten tafeltjes in een lange rij, krijg ongevraagd een flesje prikwater en nog geen wijn. Deze wordt later haastig gebracht als de 'obers' zien dat ik mijn notitieboekje heb gepakt en zit te pennen. Ik kan dat iedereen aanraden die bij een volgend restaurantbezoek wat extra aandacht wil.
Er was vandaag keuze tussen 'buttermilk fried chicken' (?), harissa wood roast linefish (?) en crushed pea and zucchini risotto. De vraagtekens zijn vanwege de volgorde. Kun je frituren in karnemelk? De chef wordt in interviews afgeschilderd als een meesteres van de houtoven, dus ik koos de vis. De bestelling werd in de open keuken professioneel geannonceerd en door vier koks met een even kundig "Yes chef" geaccepteerd. Er werd meteen een kantinebord opgemaakt met koud spul. Niet veel later kreeg ik inderdaad door een 'chef' mijn gerecht opgediend. Het vreemde hiervan was wel dat de 'obers' in de tussentijd met de handen gevouwen aan de zijlijn stonden. Eén van hen zou met zijn ogen maar in mijn rug blijven prikken. Ik durfde hem niet aan te kijken, want wilde zijn aandacht helemaal niet trekken - misschien is zo'n notitieboekje toch niet zo handig. Het zorgde er wel voor dat ik geen zin had om lang te blijven plakken, wat mogelijk ook enigszins bij het concept past.
Alles op mijn bord had een perfecte garing, de vis was subtiel gekruid (was hij op harissahout geroosterd?). Maar het was voor mij een veel te grote portie, met drie kroketjes naast dat stuk vis en een heel, heerlijk zacht, ei bij de sla en nog een soort humus die nergens meer bij hoefde en een salsa van blokjes tomaat en geroosterde paprika die alleen maar calorieën toevoegde.
Lastig aan het concept vind ik dat er in principe geen ruimte is voor de wispelturigheid van de klant. Als je met iemand hebt afgesproken en je wil, onder het genoegen van een drankje, even wachten, dan is er een potentieel probleem. Als je na het eten nog een koffie wil, moet je tijdens het uitbuiken opstaan om dat aan de balie te bestellen. En wil ik mijn bordje wel toegeschoven krijgen door een chef in bevlekt keukenuniform met een stel stuurse antislip klompen aan de voeten? Als er heuse obers zouden rondlopen die vragen of je nog wat extra wilt drinken of iets anders wilt bestellen en niet zelf hoeft op te staan, lijkt mij dat een win-win situatie.
Al met al vond ik dit, in een stad waar je werkelijk elk product kan kopen en uit alle windstreken een restaurant kunt vinden, een prima keuken met een gezocht en (nog?) niet goed uitgewerkt concept. En dat is misschien maar goed ook, ik telde 10 personeelsleden op 34 couverts; best bemoedigend.
Het restaurant, Chefs, ligt op een hoek en oogt fris.
Ik ben hier gaan eten, omdat ik las dat een deel van het concept bestaat uit een directe lijn tussen keuken en klant, zonder tussenkomst van een ober. En er wordt besteld middels een iPad. Ik vroeg me af of dit niet zal leiden tot weer een aantal overbodig gemaakte werknemers. Daarnaast is het concept bedoeld als snelle optie voor een lunch tussen de bedrijven door, waarbij ik die omschrijving van de inrichting als 'upmarket cantine' een beetje vreemd vind; wil de beoogde klant nu juist niet even aan de kantoorsfeer ontsnappen?
Bij Chefs wil men een eerlijke, gezonde maaltijd zonder poespas bieden die in korte tijd besteld en gegeten kan worden. Dat betekent dat je keuze hebt uit drie elke dag wisselende hoofdgerechten, een met vis, een met vlees en een vegetarisch gerecht, altijd met een salade en sausje 'on the side'. Er is ook nog een nagerecht. Water wordt gratis geschonken, zowel met of zonder bubbels. Het komt uit een kleine zuiveringsinstallatie. Er is ook bijzondere limonade, maar die heb ik (natuurlijk) niet geproefd.
Bij binnenkomst loop je meteen tegen de bestelbalie aan. Hier staan twee iPads met daarachter twee mannen die ik eigenlijk alleen als obers kan omschrijven, maar ik twijfel, want zulke heren horen nou juist niet bij het concept. Je bestelt echter niet via het schermpje, maar bij een van de obers erachter. Misschien wordt hij in de toekomst wel overbodig, maar nu dus nog niet. Hij vraagt wat ik wil, of ik vooraf wil betalen en of ik er iets bij wil drinken. vervolgens kan ik gaan zitten waar ik wil. Ik neem plaats aan een van de blankhouten tafeltjes in een lange rij, krijg ongevraagd een flesje prikwater en nog geen wijn. Deze wordt later haastig gebracht als de 'obers' zien dat ik mijn notitieboekje heb gepakt en zit te pennen. Ik kan dat iedereen aanraden die bij een volgend restaurantbezoek wat extra aandacht wil.
Er was vandaag keuze tussen 'buttermilk fried chicken' (?), harissa wood roast linefish (?) en crushed pea and zucchini risotto. De vraagtekens zijn vanwege de volgorde. Kun je frituren in karnemelk? De chef wordt in interviews afgeschilderd als een meesteres van de houtoven, dus ik koos de vis. De bestelling werd in de open keuken professioneel geannonceerd en door vier koks met een even kundig "Yes chef" geaccepteerd. Er werd meteen een kantinebord opgemaakt met koud spul. Niet veel later kreeg ik inderdaad door een 'chef' mijn gerecht opgediend. Het vreemde hiervan was wel dat de 'obers' in de tussentijd met de handen gevouwen aan de zijlijn stonden. Eén van hen zou met zijn ogen maar in mijn rug blijven prikken. Ik durfde hem niet aan te kijken, want wilde zijn aandacht helemaal niet trekken - misschien is zo'n notitieboekje toch niet zo handig. Het zorgde er wel voor dat ik geen zin had om lang te blijven plakken, wat mogelijk ook enigszins bij het concept past.
Alles op mijn bord had een perfecte garing, de vis was subtiel gekruid (was hij op harissahout geroosterd?). Maar het was voor mij een veel te grote portie, met drie kroketjes naast dat stuk vis en een heel, heerlijk zacht, ei bij de sla en nog een soort humus die nergens meer bij hoefde en een salsa van blokjes tomaat en geroosterde paprika die alleen maar calorieën toevoegde.
Lastig aan het concept vind ik dat er in principe geen ruimte is voor de wispelturigheid van de klant. Als je met iemand hebt afgesproken en je wil, onder het genoegen van een drankje, even wachten, dan is er een potentieel probleem. Als je na het eten nog een koffie wil, moet je tijdens het uitbuiken opstaan om dat aan de balie te bestellen. En wil ik mijn bordje wel toegeschoven krijgen door een chef in bevlekt keukenuniform met een stel stuurse antislip klompen aan de voeten? Als er heuse obers zouden rondlopen die vragen of je nog wat extra wilt drinken of iets anders wilt bestellen en niet zelf hoeft op te staan, lijkt mij dat een win-win situatie.
Al met al vond ik dit, in een stad waar je werkelijk elk product kan kopen en uit alle windstreken een restaurant kunt vinden, een prima keuken met een gezocht en (nog?) niet goed uitgewerkt concept. En dat is misschien maar goed ook, ik telde 10 personeelsleden op 34 couverts; best bemoedigend.
zondag 15 januari 2017
Zo (snoep) goed en zo kwaad
Ze zijn allemaal al eens de revue gepasseerd: het vlees, de aardappel, het brood, de drankjes, het zout en nu dan de suiker. We kunnen van allemaal beter zonder en doen dat in klusters van een maand. Onder 'we' versta ik dan vooral de Nederlandse dertiger, want die komt het meest aan het woord in het artikel in het NRC Handelsblad van dit weekend ('een maand zonder ontbijtkoek'). De tiener worstelt nog met hormonen en heeft geen tijd voor voedselspelletjes. De twintiger heeft een studentenbudget of -keuken en wel meer aan het hoofd. Maar de dertiger wordt bewust; bewust van de klimaatveranderingen, van de wereldeconomie en van het voedsel. Deze selecte groep mag je tegenwoordig natuurlijk niet 'elitair' noemen, dat is nu een scheldwoord, maar is het in mijn ogen wel: het betreft diegenen die de tijd en het geld hebben om te investeren in een suikerloze maand.
Maar elitair wil nog niet zeggen intelligent, want de suiker wordt dan wel afgezworen, maar er gaat nog steeds veel (zoet!) fruit in de smoothy. Dat is terecht als je je bedenkt dat er ook veel vezels, vitaminen en mineralen in schuilen, maar die ananas komt wel helemaal uit de Dominikaanse Republiek, dus hoe groot is de voetafdruk? En zit er niet ook veel goeds in al die met probiotica volgepompte supermarktkost? En weet je wel hoe hard het gaat met de ontbossing als je alles smeert met kokosolie of sojamelk?
Nee, mijn oma zei het vroeger al: het is niet goed of het deugt niet. Het is jammer voor de stresscoaches en voedingstherapeuten, maar ik adviseer om dat glaasje wijn bij het eten lekker op te drinken, die heldergroene olijfolie ruim over je salade te druppelen, de bonbon bij de koffie vooral niet over te slaan en vooruit, dan nog een sigaartje bij de cognac om het af te maken. En als je dan toch goed wil doen, dan neem je de trap en een gewone fiets en laat je de boodschappen niet bezorgen, maar ga je ze zelf halen (en geef je je kind vooral geen hoverboard cadeau). Zo verbrand je die suikers en het vet (wat weer op hetzelfde neerkomt, maar dat voert te ver voor de elite), hoef je niet naar de sportschool, dus is er tijd voor die winkel en zie je in de sneeuw echt je eigen voetafdruk. Win, win.
Maar elitair wil nog niet zeggen intelligent, want de suiker wordt dan wel afgezworen, maar er gaat nog steeds veel (zoet!) fruit in de smoothy. Dat is terecht als je je bedenkt dat er ook veel vezels, vitaminen en mineralen in schuilen, maar die ananas komt wel helemaal uit de Dominikaanse Republiek, dus hoe groot is de voetafdruk? En zit er niet ook veel goeds in al die met probiotica volgepompte supermarktkost? En weet je wel hoe hard het gaat met de ontbossing als je alles smeert met kokosolie of sojamelk?
Nee, mijn oma zei het vroeger al: het is niet goed of het deugt niet. Het is jammer voor de stresscoaches en voedingstherapeuten, maar ik adviseer om dat glaasje wijn bij het eten lekker op te drinken, die heldergroene olijfolie ruim over je salade te druppelen, de bonbon bij de koffie vooral niet over te slaan en vooruit, dan nog een sigaartje bij de cognac om het af te maken. En als je dan toch goed wil doen, dan neem je de trap en een gewone fiets en laat je de boodschappen niet bezorgen, maar ga je ze zelf halen (en geef je je kind vooral geen hoverboard cadeau). Zo verbrand je die suikers en het vet (wat weer op hetzelfde neerkomt, maar dat voert te ver voor de elite), hoef je niet naar de sportschool, dus is er tijd voor die winkel en zie je in de sneeuw echt je eigen voetafdruk. Win, win.
maandag 31 oktober 2016
Wie het kleine niet eert...
We zijn geen buurkinderen van elkaar, zoals Jip en Janneke, maar er is wel een band. Net als Janneke Vreugdenhil schrijf ik af en toe over koken en kook ik ook zelf. Maar er zijn ook verschillen. Zo ben ik niet bekend van krant met videoblog en ben ik recentelijk ook niet alleenstaand. Ik heb ook geen nieuw kookboek op mijn naam staan, maar dat geeft helemaal niks, want als het artikel in de bijlage van de NRC van 29.10 exemplarisch is voor die nieuwe uitgave, dan ben ik niks jaloers.Janneke maakt in de krant reclame voor haar eigen boek voor solo kokers, solochefs en solo-koks. Ik heb geen idee waarom de schrijfwijze steeds anders is, maar het gaat om mensen die net als arme Janneke alleen staan en voor hun eigen natje en droogje moeten zorgen. Helaas pakt dat vaak, zoals wetenschappelijk is bewezen - zo'n opmerking doet het altijd goed bij journalisten - slecht uit: de eenling eet ongezonder dan de tweeling of meerling, het menu is eenzijdiger en er wordt veel weggegooid, omdat de supermarkt nog niet op de solotoer is. Oh ja, en er zijn geen recepten voor de eenzame mens voorhanden. Maar daar springt Janneke nu op in. Zij heeft inmiddels aan den lijve ondervonden hoe het is om zonder veeleisende kids en/of partner te leven en kennelijk is bij de boedelscheiding de vrieskist of het -vak verdwenen, want het is nu een uitdaging om met zo weinig mogelijk ingrediënten (opdat er geen restjes overblijven) toch iets aantrekkelijks op tafel te zetten. Let wel: op tafel, want madammeke eet niet meer onderuitgezakt op de sofa, maar rechtopzittend aan tafel met een kaarsje en een glaasje wijn en zonder tv. Vreemd genoeg zien we op de bijgaande foto's de bordjes op de knietjes van een vrouw zittend op de bank met een afstandbediening en een pak (soja?) melk op het kussen naast haar. Aan de wijn is Janneke denk ik toch wel degelijk, want ze begint tegen zichzelf te praten, zo schrijft ze, en vertelt zichzelf dat ze de ideale gast is en dat solo het nieuwe samen wordt.
En dan volgen enkele recepten van gerechtjes uit het nieuwe boek - afgebeeld op die knietjes. Het eerste begint met olijfolie, maar vermeldt niet hoeveel, terwijl er heel duidelijk wordt omschreven dat de kleine wortel in kleine blokjes en de stengel bleekselderij in smalle boogjes moet worden gesneden - om daarna door de staafmixer te worden vermalen, dus waarom zo moeilijk doen? In het tweede recept gaat een snuf komijn en een piepklein snufje kaneel - wat is er mis met het mespunt? - en een greepje fijngesneden koriander. In de 'quinotto' gaat 'een klein handje amandelen met vliesje' en ook weer zo'n greepje, maar ditmaal grofgesneden. Tot slot adviseert Janneke nog om het voor jezelf koken te beschouwen als een kans om nieuwe dingen te proberen. En als het niet 'te hakken blijft' (?) ga je gewoon aan de bezorgpizza. Dat daarvan meestal meer dan de helft in de vuilnisbak belandt, omdat solomensjes hele kleine maagjes hebben en geen vriesvakjes en geen hersentjes, dat is natuurlijk een hele flauwe opmerking van deze Jip met echtgenoot en een grote mond.
donderdag 18 augustus 2016
Appels met peren
Koken en eten is natuurlijk leuk, maar het is niet alle dagen feest. Plots is daar die grote vraag: wat zulen we nu weer eens eten? Ik ben niet van de woensdag gehaktdag of vrijdag vis, dus moet ik ander houvast zoeken. Dat doe ik dan maar door me af te vragen of het Indisch, Indiaas, mediterraans of Frans zal worden. Maar dat blijft natuurlijk vreselijk breed. Alleen al de Chinees op de hoek heeft immers een menukaart met meer dan 150 gerechten erop.
Maar gelukkig heeft de commercie iets op dergelijke keuzestress gevonden.
Om het ons gemakkelijk te maken hoeven we van Campina niet meer te kiezen tussen magere melk, of halfvolle of toch volle of geiten- of soja- of karne-. Nee, Campina verkoopt geen melk meer, maar 'actieve dag'. En wat dacht je van Ceylon, of Earl Grey of Darjeeling? Nee, Pickwick verkoop geen thee meer, maar 'bijkomen', 'verwarmen', 'opwarmen' of 'opfleuren'.
Het zijn de uitlopers van ons groentegemak. We kopen de aardappels immers niet meer op soort, maar op 'stomen', 'bakken', 'magnetron' of 'frituur'. En dat terwijl Nederland wel 250 aardappelrassen kent (waarover een andere keer meer).
"Oh, maar zo simpel zijn wij niet hoor!" zegt de dame naast mij bij de biowinkel en ze maakt, heel toepasselijk, een zaaigebaar naar het schap waar we voor staan. En verdomd, ze heeft gelijk, want naast de bulghur, gierst, spelt en quinoa staan daar ook nog zakjes amaranth, canihua, eenkorn, emmer, freekeh, kamut, kasha en teff. Ik kijk beschaamd naar beneden. In mijn mandje liggen moesappels en handperen.
Maar gelukkig heeft de commercie iets op dergelijke keuzestress gevonden.
Om het ons gemakkelijk te maken hoeven we van Campina niet meer te kiezen tussen magere melk, of halfvolle of toch volle of geiten- of soja- of karne-. Nee, Campina verkoopt geen melk meer, maar 'actieve dag'. En wat dacht je van Ceylon, of Earl Grey of Darjeeling? Nee, Pickwick verkoop geen thee meer, maar 'bijkomen', 'verwarmen', 'opwarmen' of 'opfleuren'.
Het zijn de uitlopers van ons groentegemak. We kopen de aardappels immers niet meer op soort, maar op 'stomen', 'bakken', 'magnetron' of 'frituur'. En dat terwijl Nederland wel 250 aardappelrassen kent (waarover een andere keer meer).
"Oh, maar zo simpel zijn wij niet hoor!" zegt de dame naast mij bij de biowinkel en ze maakt, heel toepasselijk, een zaaigebaar naar het schap waar we voor staan. En verdomd, ze heeft gelijk, want naast de bulghur, gierst, spelt en quinoa staan daar ook nog zakjes amaranth, canihua, eenkorn, emmer, freekeh, kamut, kasha en teff. Ik kijk beschaamd naar beneden. In mijn mandje liggen moesappels en handperen.
Abonneren op:
Posts (Atom)




