woensdag 8 november 2023

Het meest veelzijdige stukje

Het begint misschien wel op de universiteiten waar veel colleges tegenwoordig in het Engels worden gegeven. Dat beinvloedt het Nederlandse taalgebruik en daar zijn een heleboel voorbeelden van. Ik ervaar het als een vorm van luiheid en daarom stoort het me. Zo valt me steeds vaker op dat de trappen van vergelijking met voeten worden getreden. Het walgelijkste eten is tegenwoordig het meeste walgelijke en zo is het lekkerste inmiddels het meest lekkere. Ik heb geleerd dat je pas tot meer en meest overgaat als het bijvoegelijke naamwoord uit meer dan 3 lettergrepen bestaat of een echte 'tongtwister' is (goed Nederlands hè), maar daar heeft zelfs de slimste mens tegenwoordig geen boodschap meer aan; die is het te doen om het meest snelle reactievermogen. 
Op mijn depressiefste momenten vind ik dit alles het storendst en zie ik de mens verworden tot een speelballetje van AI. Onze taal is in de loop der jaren alleen maar versimpeld. De naamvallen zijn vervallen, de sch is als uitgang bijna verdwenen en er gaan stemmen op om die vermaledijde dt ook af te schaffen; veel te ingewikkeld en slecht voor je vers gelakte nagels die op het toetsenbord tikken. Weg ermee, want dan hoeven we niet meer zo na te denken en wordt naast de training van de spieren, die door al het electrisch vernuft steeds overbodiger wordt, ook het aanspannen van de hersenen overbodig. Nadenken, correct spellen, voeten op de trappers, da's alleen voor de 'happy few', die we elite noemen. Papa en mama zijn bezig met hun carrière en op school is er een tekort aan leerkrachten, dus laten we het simpel houden. Nogmaals, ik ben op mijn depressiefst, dus de hele menschheid is toch ten dode opgeschreven. 
Waar maak ik me nog druk om? Estland geeft intussen toch ook het goede voorbeeld? Daar delen levende wezens het trottoir met robots, die op afroep komen bezorgen. Na een paar keer bestellen is via een algoritme bovendien precies uitgezocht wat je wensen zijn, dus dat is ook geregeld. Er zijn alleen nog maar mensen nodig om in donkere kamers de hoeden op de plank te leggen en die geven geen sikkepit om de puntjes op de i, want als ze koppie koppie hebben, zijn ze op hun lastigst. 

Ondertussen ligt hier een kippetje klaar. Een echte! Die ooit vast actievere hersentjes had dan de toekomstige mens. Maar als ik deze schat op z'n Catalaans wil bereiden, dan moet ik toch zelf mijn hersens erbij houden, want het gaat hier niet om de gemakkelijkste bereiding. 
Nee, de kip gaat eerst in een pekelbad van water, zout, suiker, citroen, peper en rozemarijn (2 tot 12 uur). Dan wordt 'ie gedept en aan de lucht of in de koelkast nog extra gedroogd  (ook hier mogen we weer 2 tot 12 uur rekenen). 
Even voor de duidelijkheid: een Catalaanse kip van het spit, wordt traditioneel op zondag gegeten, dus in het weekend kan er wat tijd aan worden besteed!
Na droging, wordt het gevleugenlde wonder ingesmeerd met een mengsel van vetstof (varkensvet of boter of olie) met in ieder geval rozemarijn, tijm, komijn, peper en zout. Hier onderscheidt zich de 'meester' (oh nee, de leerkracht). Vervolgens gaat de kip aan het spit of (liefst rechtsopstaand) op een rooster met aardappels eronder om in het druipende vet gaar te koken. De oven gaat op 150 graden en de kip mag ongeveer anderhalf uur garen. Ondertussen kan de mens het dier bedruipen. Vervolgens mag hij de oven uitvliegen en kan hij/zij/het even op adem komen, terwijl de oven opgeschoefd wordt. Door het huidje daarna mooi te laten bruinen, wordt hij/zij/het op zijn/haar/hets knapperigst. Wat rest is zelf aansnijden en oppeuzelen. Dat is al met al dus nog best een klusje.
Maar...langs de weg in Catalonië staan op zondag lange rijen op de stoep. Ze wachten op een kant-en-klaar kippetje van het spit. Da's dan toch wel het allermakkelijkst. 

woensdag 11 oktober 2023

Eetschaamte

Hieronder een stukje dat 'achter het fornuis is gevallen', dus niet uit de herfst, maar uit het voorjaar komt; maar dat mag de pret niet drukken. 

Pendelend tussen Zuid-Frankrijk en Nederland  (of omgekeerd zo u wilt), vallen me altijd weer dingen op, omdat ik ze van twee kanten op afstand ga bezien, ervaren en proeven. We leven in Frankrijk in enorme rijkdom. Er is dagelijks verse vis, de groentes glimmen je tegemoet op de markt en de bloedworst van de slager is heel authentiek. 
Wat dat laatste betreft kochten we recent een verse worst bij de delicatessenjuwilier in Amsterdam. Hij (de worst) moest nog even hangen zeiden, ze, want hij was echt heel vers. Hij kostte goud, dus dat deden we braaf, tot 'ie een mooi strak huidje had en we 'm eetrijp beschouwden. Hij bleek bremzout, waarschijnlijk omdat ze een vulling voor saucisse (verse worst) hadden gebruikt voor de saucisson (gedroogde worst); een fout waarvoor je in Frankrijk achter de tralies zou belanden. 
In deze tijd van het jaar hebben we 'down under' nog nauwelijks tomaten ("Mais non madame, ce n'est pas la saison") dus verheug ik me in Mokum op de verschillende varianten: tros, pruim, tiny tom enzovoort. Maar dat er wordt beweerd dat de 'Wasserbombe' niet meer bestaat, vind ik een sprookje. Al is het huidje nog zo mooi rood of geel of roodgestreept, er zit kraak noch smaak aan.  
Ondertussen lees ik zorgwekkende berichten over bloemkolen voor 8 euro per stuk. Dat maakt Ria Valk met haar 'bietjes op mijn tietjes' tot een wel heel decadente dame.
Er is veel te doen over de uitstoot van de koeienvla. We moeten allemaal op de vegetarische en beter nog de vegan toer. Maar waarom staat er op een bakje kippenkluifjes geen label 'carnivoor', terwijl op de tofu wel een 'vegan' etiket wordt geplakt? Zijn de carnivoren zo slim of....?
We zijn allemaal zo gewend aan de beschikbaarheid van allerlei voedingsmiddelen op elk moment van het jaar en de dag, dat we voorbijgaan aan de misstanden die ook in de groente-industrie bijdragen aan het probleem. De kassen voor de tomaten moeten op temperatuur worden gehouden, verlicht, er moet kunstmest bij, de bestuiving moet geregeld, de oogst, opslag en distributie. Het merendeel gaat nog steeds in plastic bakjes of zelfs emmertje om de goegemeente aan het gezond snacken te krijgen. En dan blijkt het net zo'n deceptie als het zongebruinde gezicht van Trump.
De boeren in Spanje telen zich een slag in het rond om ons van peterselie, andijvie, bloemkolen (ja echt), mandarijen enzovoorts te voorzien. Ze moeten sproeien in verband met de droogte en dat wordt steeds lastiger, omdat het grondwaterpeil daalt (mede door dat sproeien natuurlijk). En dan volgt na een flinke bui plots een supergroei en -oogst die vervolgens wordt doorgedraaid, omdat anders de prijs onder de norm zakt. 
Ondertussen weten we allemaal wat de gevolgen zijn van de goedkope chips, pizza's en honeycrisps. En als de mensen die elk dubbeltje moeten omdraaien dan eens zo'n emmertje snacktomaten aanschaffen, krijgen ze een klap (= waterbommetje) in hun gezicht. 
Een simpele oplossing voor al deze 'clichéproblematiek' lijkt mij het creatief omgaan met wat ons op een gegeven moment door de bodem en de weersomstandigheden geboden wordt. Als er geen bloemkolen op onze eigen volle grond willen groeien, dan eten we ze dus even niet en gaan we ons verheugen. Die witte asperges zijn toch ook het lekkerste als je ernaar hebt uitgekeken en ze in Limburg of Barbant gestoken zijn? Of is dat sentimenteel gezever van een emigrant die door haar luxe positie zo hoog van de toren kan blazen en die geen voedselproducent is? Het zou zomaar kunnen.
Nog één uitsmijter dan; als ik toch aan het zeuren ben: hebben we nu zo langzamerhand met z'n allen niet door dat we volgens de aandeelhouders meer in onze superkar gooien als we eerst langs de gezonde groete- en fruitafdeling zijn gestiefeld, terwijl dit er nou juist voor zorgt dat al die vitaminenbommen vervolgens door het waspoeder en de yohurtpakken worden geplet? 
Een tip: begin aan het eind van je super en loop 'achterstevoren', zo kom je in de meeste gevallen ook nog uit bij de rustigste kassa uit. 

P.s.: de foto is van een groentenkraam in ons dorp, midzomer. 

woensdag 20 september 2023

Het keteneten ligt op koers

Niet alleen de Formule 1 koerier Verstappen kijkt naar de dollartekens. Ook zijn (achter)naamgenoot Tijn heeft 'zijn zaakjes', zoals hij ze zelf noemt, goed op orde, zo blijkt uit een interview in Het Parool (16.09). Hij heeft er inmiddels 13, waarvan 12 in Amsterdam. Het zijn ketenrestaurants, met nog eens drie in de oven. The sky is the limit. 
Tijn heeft geen verstand van koken, maar weet wel wat lekker eten is, zoals een ziekenhuisdirecteur ook weet dat er gips om een gebroken been gaat - tel uit je bonus.
Bij Pazzi (3 locaties) werken heuse Italianen, want als je achternaam eindigt op een a, i of o en je bent in de Europese laars geboren, dan zit dat wel mostaccio met je kookkunsten. Als een zaak een slechte recensie krijgt, vliegt die maffioso er gewoon uit. Hasta la vista baby - ja ook de Spaanse chef (voor tapasbar Pepito) wordt ingevlogen en weer uitgezwaaid als de krant een slecht cijfer geeft.
Er wordt geen liefdevol hart geserveerd bij 'Oeuf', 'Le Forel' enzovoort, dat is wel duidelijk. 
De puntjes van de i zijn trouwens voor het interieur. Daar wordt zorgvuldig over nagedacht, al maakt het Verstappen zelf niet uit of hij in een afgetrapt decortje eet. Het gaat om 'het lekkere eten', tenzij je 'een beleving' wil, op vrijdagavond (?). Lees (en dit is mijn eigen invulling): opdirken, cocktails voor minimaal €18,- en een Instagramwaardig gerechtje om het goede (schijn)leven te delen via sociale media.
Tijn is best nobel hoor, hij fietst al zijn zaken langs (van A'dam tot Breda?) en is niet te beroerd om zelf de wc te schrobben, want hij heeft een beetje een fobietje. Bovendien had hij beter in de pizza's kunnen stappen, maar hij wil 'mooie zaken' openen; daar doet 'ie het allemaal voor. 
Al wordt de vis nog steeds duur betaald, toch heeft Tijn zijn zinnen op een zeevruchtentent gezet en dus wordt er geinvesteerd in voornoemd 'Le Forel'. Een talenknobbel hoef je als horecatijger natuurlijk niet te hebben; we weten inmiddels dat ook wereldleiders met domheid goede sier kunnen maken. Daarnaast blijft meneer een veilige koers rijden, want het plateau de fruits de mer aldaar bevat 'diverse warme schaal- en schelpdieren'. Stel je voor dat je de Tiktokkers een rauwe mossel voorschotelt, zoals zeer gebruikelijk op het Franse circuit, dan vlieg je in het hippe Amsterdam meteen uit de bocht. 
Waarom heb ik nou zo'n onderbuikgevoel dat Tijn kwaakt als Dagobert en eigenlijk alleen aan de centen denkt. Als hij binnen is en de zaken gaan niet zo goed -, het paddenstoelenseizoen is vaak maar kort - dan wordt er faillisement aangevraagd, neemt deze Verstappen ook zijn eigen jetje naar Thailand en hebben de echte wc-schrobbers het nakijken. Sajonara Baby.

zondag 17 september 2023

Het grote oog

Van de week was in het nieuws dat de NASA meer onderzoek gaat doen naar ufo's, wat niet wil zeggen dat dat buitenaardse wezens betreft. Maar stel dat die er wel zijn en ze vliegen, of varen, of komen op een manier die onze kennis te boven gaat ons ruim binnen, wat zien ze dan?
Nou, onder andere een hele berg gedumpte textiel in Chili. Deze berg schijnt inmiddels namelijk door satelieten te worden waargenomen. Een heuse kledingberg! En een paar duizend kilometer naar rechts zien of nemen ze waar, weet ik veel: de boterberg, of wel de voedselverspillingberg. En daar ligt ook spul van mij op. Want ik had bij onze lokale Chinees een stoofpotje met tofu en paddenstoelen besteld en al laten weten dat ik er geen rijst bij hoefde, maar toch bleek ik na twee keer opscheppen nog geen deuk in het pakje boter te hebben geslagen. Meenemen dan maar. Maar de volgende dag zag het er niet echt lekker meer uit en moesten de andere restjes in de koelkast eerst op, dus uiteindelijk belandde de portie in mijn vuilniszak en... op de boterberg. En dat is maar een voorbeeld.
Mocht ik er wel rijst bij hebben gekregen, dan was dat natuurlijk ook in een meeneembakje beland. Maar nu las ik toevallig dat je daar nog mooie dingen mee kan doen.
De rijst kan worden uitgerold tussen twee lagen bakpapier, gaat dan in de oven (90 graden) om te drogen en wordt vervolgens gefrituurd. Dat is kort door de bocht, maar ga maar eens zoeken op internet, want dan kom je nog veel meer goede ideeën voor een restje gekookte rijst tegen. En van oud brood kun je naast deze in een panzanella te verwerken ook weer meel maken en daarmee bakken. Dat ga ik ook maar eens uitproberen. 
Terwijl ik dit schrijf, heb ik een brood in de oven staan. Het is van zuurdesem en daarover kun je ook heel veel op internet vinden. Op Facebook ben ik lid van de 'Perfect Sourdough' groep, waarin wereldwijd ontzettend veel mensen ideeën delen en vragen stellen, soms vrij absurd. 
"Hoe noem jij je starter? Die van mij heet Julius."
Zo'n starter wordt bij de deelnemers als een heilig goedje beschouwd. Het is een organisme dat gevoed moet worden om te blijven leven en goed gedijt bij een dieet van 1:1:1, dus een deel starter, een deel bloem/meel en een deel water. Je kunt je voorstellen dat dit kan leiden tot een enorme aanwas (een verdrievoudiging) en dus een overschot. Daarom vragen velen in voornoemde FB-groep om recepten voor 'discard': de starter die overblijft na het voeden en het bakken van brood. Ik heb dat altijd raar gevonden, ten eerste omdat dat wat overblijft gewoon een restje starter betreft, dus daarmee kun je precies hetzelfde doen als je met je 'volwassen' goedje zou doen. Daarnaast kun je je starter ook zo opvoeden dat je tweederde in je baksel stopt en eenderde in de koelkast bewaart, tot je die weer oppept voor de volgende keer. 
Ik ben heel slecht in wiskunde, maar dat kan ik nog wel uitrekenen. Dus, als ik dat al kan, waarom doen mijn medeculi's dat dan over het algemeen nog zo slecht? 
Een deel van de verklaring ligt in het gebrek aan kennis over de hoeveelheden (rijst, pasta, vlees, vis, peulvruchten etc.) per persoon. Ook daarvoor hoef je geen wiskundige te zijn, je moet het alleen even weten. En als je dan toch bang bent dat het grote oog van je gast teleurgesteld naar z'n bordje kijkt, dan doe je voor de zekerheid een handje extra rijst bij de standaard en vertel je dat er altijd een tweede keer opgeschept kan worden. 9 van de 10 keer, verrassen ze zichzelf en blijken ze de eerste portie al afdoende te vinden. En zo blijft er ook nog ruimte over voor (relatief) kleine porties hoofd- en nagerecht. 
Ik moet toegeven dat dit een stokpaardje van mij is, dat ik als scheepskok, kokend voor 50 tot 100 mensen, niet altijd makkelijk bereed. "Weet je zeker dat dat genoeg soep is Catrien?" vroeg iemand dan, de deksel oplichtend van een voor de helft gevulde 25 liter pan. Ik had het uitgerekend: 200 mililiter per persoon, voor een soep als voorgerecht, op 50 opvarenden, dat is 10 liter soep en dan een enkeling die extra wilde opscheppen, dus nog wat extra, dat ook weer in de jus van de dag daarna kon worden gezeefd, in plaats van 'de vissen voeren', zoals we het kiepen van resten eten eufemistisch noemden. Als ik me toch vergallopeerde en er werd gevochten om die laatste pollepel, dan werd dat een sport die altijd weer positieve reacties opriep. En daarna volgde toch weer van alles dat de maag vulde. 
Na afloop van langere reizen kreeg ik van bemaningsleden wel het compliment dat ze zo lekker gegeten hadden, maar niet tonnetjerond van boord rolden, zoals dat soms bij reizen met mijn collega's het geval was. Tegenwoordig heersen er genoeg schaamtevirussen om deze aanpak ook echt als een vaccin te kunnen verkopen. 
Let maar eens op: als je thuis een restje hebt, laten we zeggen van een saus, dan doe je dat over in een schaaltje of bakje om het koel te zetten. Hoe vaak schat je daarvan het volume verkeerd in en neem je een veel te ruime bak? 
Het is een beetje te vergelijken met het ouder worden, als geest en lichaam niet meer synchroon lopen. We denken dat we nog alles kunnen, maar ons lichaam stribbelt tegen; we denken dat we nog niet genoeg hebben, maar na het eten zitten we hartstikke vol. Of wel: "Heb ik toch weer teveel gegeten," zeggen we meestal vaker dan: "Ik heb toch nog honger."
En wat is er erg aan een keertje honger hebben, in onze rijke omstandigheden?
Ooit zei een klasgenoot op de lagere school wijs: "Als je maag knort maak je vet op." 
Dat vond ik zo interessant dat ik het altijd heb onthouden - hij overigens niet, bleek bij navraag.

P.s.: de foto is van een vorkje met paté, rode ui en een stukje augurk. Simpel, vullend en zeer smakelijk. 


zondag 30 juli 2023

Dit en dat in de stad

We zijn er weer. In het land van eindeloze motregen, haring, bitterballen en racende elektrische fietsen. Vooral aan dat laatste ben ik nog helemaal niet gewend, laat staan mijn hond. Het aanzwellende geluid van de dikke rubberbanden herken ik wel, maar ik kan de afstand niet inschatten. Als de hond een bezoek brengt aan een lantarenpaal en ik niet weet hoe lang hij daarmee zoet is, hou ik mijn hart vast. Vaker aan de lijn dan maar; noodgedwongen.
Ik spijker meteen mijn Engels bij, want in de tassenwinkel klinkt het: "How can I help you?", terwijl deze zaak toch niet in de door toeristen vertrapte zone ligt. 
Ik moet even met mijn ogen knipperen als ik 3 euro moet afrekenen voor een bolletje knoflook en een tientje voor 4 Sint Jacobsschelpen, nog steeds verpakt in een plastic bakje, met daaromheen een zakje. Het viel me ook op dat een stuk kaas op de weegschaal €5.80 aangaf, maar met het standaard gelaagde kaaspapier erom meteen over de 7 duiten uitkwam. Potver. 
Ik zie in de buurt hoe storm Poly heeft huisgehouden en ben wel blij dat de gemeentewerkers weer lekker bezig zijn met hun ik-sla-achteruit-piepende wagentjes en luidruchtige hakselaars. In het park zie ik ook hoe de natuur terugvecht en jonge scheuten op oude stammen een weg naar boven zoeken, daar waar het beleid is dat er niet wordt geruimd, maar de natuur zijn gang mag gaan.  
De jonge aalschover hier in de vijver, zijn verenpracht nog lichtbruin, maakt me vrolijk. Zijn honk is de voet van een kunstwerk, waarvandaan hij baddert en waarop hij zijn vleugels droogt. Bovenop doet hij vervolgens een heuse Kate Winslet imitatie (Titanic). Ik noem hem Kwibus. 
Ahh, en daar zijn ze weer: de restaurantrecensies in de kranten. Veel foto's met de modieuze sausstreepjes over soezen, taco's en inventieve vegancreaties. Hoe lang duurt het toch tot restaurateurs doorhebben dat die in rechte lijnen geduwde Pollockvariant echt zijn beste tijd heeft gehad?
Ik moet wennen aan het niet indeuken van de blikjes en de nieuwe verzamelplek die ik ervoor moet zoeken in huis - en vervolgens een werkend inleverapparaat!
Het is een cadeautje om de allerliefste vrienden om de hoek te hebben en af te spreken voor een glaasje (met bitterballen!). 
Iedereen heeft weer overal een mening over. De knip, het blowverbod, messen op de lagere school, mobieltjes in de klas, de droogte, terwijl ik me nog moet aanwennen met paraplu naar buiten te lopen. 
Het is stil op straat. 
Ik zag gisteren een buurtbewoner zijn Volvo stationwagon volstouwen met koffertjes, kussens, klapstoelen en een buggy. "Dag meneer, fijne vakantie," zei ik en ondertussen dacht ik: geniet maar op 'mijn strand' van het laatste vierkante metertje, tussen de kreeftrode kokoslijfjes en gillende peuters, als je tenminste een parkeerplaats hebt weten te bemachtigen en een beetje tegen +40 bestand bent.
En... heel onaardig, zag ik vrouwlief meteen met de zomereditie van de Linda op haar badhanddoek genieten. Want hoe progressief ik Nederland nu weer ervaar, dat dat blad, zich richtend op 'de leukste vrouwen van Nederland' met een omslag komt waarop we een jonge dame op de rug zien met hupse billen in een sexy 'nonchalant' opgetrokken bikinibroekje, dat vind ik dan weer zo seksistisch, dat ik me niet kan voorstellen weer 'thuis' te zijn. 

zaterdag 1 juli 2023

Zeepaard, zak en krantenpapier

'Het is nooit goed of het deugd niet.' Is dat een Nederlandse uitdrukking? Ik denk het eerlijk gezegd wel, maar de hele wereld lijkt zich er zo langzamerhand schuldig aan te maken. 
We hebben het jaren lang (in Europa) zeer goed gehad. Ik kende in de jaren 60 -70 een zorgeloze jeugd en pubertijd. De autoloze zondag in 1973 was een feestje. Ik interpreteerde de reclames van Greenpeace, die waarschuwden voor smeltende ijskappen en diverse natuurrampen, niet als toekomstvisie, maar dacht dat het wel indruk zou maken op alle beleidmakers, die actie zouden ondernemen. Mijn ouders waren overtuigd VVD stemmers, groei, groei, groei was het adagium. Mijn enige twijfel betrof het krijgen van kinderen. Toen ik 11 jaar was, schreef ik in mijn dagboek dat ik geen kinderen wilde. "Zeg nooit, nooit," zei mijn opa streng,"hoe weet je dat nu?" Maar ik had besloten dat, als de wens zou opspelen, ik zou adopteren, want er waren er al zoveel. En dat was nog jaren voor de hit 'vijftien miljoen mensen' (1996). 
Intussen zijn er generaties, ook de onze, die stappen terug moeten doen. Aan het zorgeloze genieten komt een einde en dat is nooit leuk, maar we hebben het te bont gemaakt.
De iconische foto van het zeepaardje dat zich aan een wattenstaafje vastklampt, is een druppel op de gloeiende plaat. Het stomme is, dat het er aandoenlijk uitziet.
Helaas worden de achterwaardse stappen ook echt als achteruitgang gezien, terwijl ze een vooruitgang teweeg kunnen brengen. En zo worden de maatregelen ook gebracht: als kwalijke, maar noodzakelijke stappen, zonder enige positieve insteek.
Dat is jammer, want ik juich sommige van die stappen toe, zoals de nieuwe poging om het gebruik van plastic terug te dringen; ik heb tijdens het zwemmen in zee ook wel van die wattenstaafmomenten gehad (formaat vuiliszak).
Er wordt steen en been geklaagd. "Hoe moet dat nou," miept de zelfstandige ondernemer, die de dupe is. 25 cent voor een wegwerpbeker, een godspe. "Maar," denk ik dan," alle moderne vrouwen hebben al een vakje in hun tas voor hun waterfles, dus kunnen daar net zo goed een eigen beker in kwijt voor de latte macchiato (met havermelk) van de Starbucks - hoeft daar ook weer geen naam op de beker gekalkt te worden - halleluja privacy."
En ik heb me jaren geleden al geërgerd over de invoer van plastic bakjes bij de visboer (met daaromheen een plastic zakje en dan nog een papieren), die de kranten vervingen. Geen idee waar dat idee vandaan kwam, behalve dat die krant misschien meer negatief nieuws begon te bevatten, of dat het extra emballagegewicht de visboer goed uitkwam. Intussen puilde onze afvalbak steeds verder uit.
En nu klaagt de patatboer, want hij moet geld vragen voor z'n bakje. Je kent ze wel, die witte dingen met vakjes die op de Albert Cuyp uit de vuilnisbakken borrelen, of door meeuwen met een poot worden verankerd om er de laatste restjes uit te spiezen en er zo een nieuwe vogelziekte (diabetes 2.0) mee creëren. 
Het gekke is dat ik een achteruitgang bij de friettent, helemaal zie zitten. De papieren puntzak, of het papieren zakje, waar de warme friet in werd geschept, met een klodder saus bovenop en dan een houten vorkje - dat, toegegeven, altijd stroef in de mond aanvoelde - daar was niks mis mee. Misschien is een jongere generatie er niet bekend mee, maar ik geloof niet dat de switch naar plastic is voortgekomen uit klachten, eerder uit nutteloze vooruitgang (ja, die bestaat volgens mij echt). 
Als het styrofoam niet was uitgevonden, wist ik niet beter dan dat een hamburger in een papiertje werd gevouwen en vrijwel meteen verorberd dus... niks doorlekken of weet ik wat.
Daarnaast heb ik de plastic bakjes van de afhaalbalie bij de toko altijd afgewassen en hergebruikt - het zijn perfecte verfbakjes en voor invriezen van restjes ook heel geschikt, dus een goede (eerste) investering; en nu kan ik ze de tweede keer gewoon weer meenemen! 
Zo kan ik me ook verheugen op het plasticvrij zwemmen en het genieten van de natuur zonder al die troep en met mij een heleboel levende wezens, denk ik zo.
In plaats van klagen, zou het leuk zijn als mensen een nieuw initiatief benaderen met alternatieven en/of ludieke acties, die acceptatie en gewenning in de hand werken. 
Wist je dat je met een krant en een beetje azijn met water ook heel goed je ramen kan zemen? 
Back to the future!

zondag 14 mei 2023

Gebakken ruggengraat

Veel kookprocessen kennen een omslagpunt. Zo kan het vlees plots van lekker mals doorslaan tot supertaai, blijkt de pasta ineens wee in plaats van al dente, vlokt het geklopte eiwit en schift de slagroom. Even de oven op een kiertje en pfff, daar vliegt de lucht uit de soezen.
En zo zijn er ook omslagpunten in het leven. Even naar Ibiza vliegen, was nooit een punt, tot ze 's morgens wakker werd en dacht; 'Verrek, het mileu'. Dat was wel even heftig. Nu loopt ze bij de klimaatspycholoog. 
Haar bewust kinderloze padelmaatje heeft moeite met de bossen rozen, armbandjes en poëziebundels die iedereen rond moederdag om de oren vliegen. Er is niemand die haar die bewuste dag een rauwe pannekoek en een gekleide deurstopper op bed komt brengen. Op naar de moederdagpsycholoog. 
En toen zei de andere vriendin tijdens de après-padel. "Joh, koeienmelk, dat komt uit tieten! Da's toch smerig. Ik ga toch ook niet bloot naar de sauna. Ik had het hierover met mijn amandelmelkcoach."

Foei Catrien, zo mag je niet denken, jij verwende elitehaver! Je bent met een gouden lepel in de mond opgegroeid. Geen armoe, oorlog, misbruik, onderdrukking, maar wel een stel ouders dat je altijd zo heeft ondersteund dat die zelfverzekerheid en ironie misschien wel een beetje minder mogen! 
Gek genoeg hebben die sportvriendinnen veelal een zelfde achtergrond. Ze staan zich erop voor sterke vrouwen te zijn, bespreken de vulva op toneel en gooien hun charmes in de klimaatstrijd om straks hun kinderen recht in de ogen te kunnen kijken. Maar ondertussen zijn ze wel snel geestelijk van hun stuk gebracht, is er schaamte over de eigen schaamlippen,  dus gaan ze naar het strand met een charmante omkleedhandoek en staat het schaamrood op de kaken als de leesbril uit de tas valt.
En zo zit ik nu ook in de knoop! Hoe kan het dat deze mensen me doen denken aan een Ferran Adria product: je bent ervan overtuigd dat je in een stevige olijf hapt, maar het blijkt een wolkje zachte olie in een jasje. 

Mijn kantelpunt kwam vandaag, toen ik tussen de wijngaarden door wandelend aan dit blog dacht. Ik ga terug naar de schoolbanken en word kookpsycholoog. Ik zie me al geduldig luisteren naar de hipster tegenover me, met zijn hoofd op het kussen van mijn kookeiland:"Ik probeer nu al 2 weken fluweelzachte puree te maken van paarse, Peruaanse aardappels, maar het brandt steeds aan. Ik zie het niet meer zitten!"
"Luister, Anderley," zal ik zeggen, "een sushi-meester doet er minstens 7 jaar over om zijn kunst onder de knie te krijgen. Maak je niet druk, neem een lekkere Hollandse pieper (dat scheelt weer voetafdrukschaamte) en proef vooral dat aangebrande korstje, want dat is meestal de kers op de taart."
Da's dan € 125,-.