dinsdag 12 mei 2026

Want wij zijn haast te laat

Het liedje van Herman van Veen dateert uit 1979, maar heeft nog niets aan kracht verloren. Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, we hebben ongelofelijke haast, enz.
Nu wordt er gepleit voor fietsersstoplichten in Amsterdam, die je, de fietser, zien aankomen en dan snel op groen springen. Dat die bij de andere kant dan plots op rood moeten springen, staat niet in het pleidooi. Yin en Yang, geven en nemen, waarom is dat zo moeilijk? Vooral als ik meen dat die haast geen tijdswinst oplevert, maar alleen de stress verhoogt. Oké, dan zijn we 10 minuten eerder thuis. Wat geeft dat ons? Tijd om aan te kijken tegen een extra reclameblok in de serie die we in een ruk willen uitkijken om erover mee te kunnen praten? 
Ik heb geen idee, maar denk dat de 'vrije' tijd die de efficiëntie oplevert niet wordt vertaald op de manier die ik graag zou zien. Wat ik bedoel?
Nou, geen snelle diepvriesmaaltijd die na de 'ping' zo op schoot gedachteloos kan worden opgelepeld bijvoorbeeld, maar een bakje jonge tuinbonen die ik plop plop uit de peul schiet (je hebt rissers en ploppers, ja ja) en die ik dan kort opkook (ik gebruik hier het woord 'snel' niet) en lauwwarm met een gesnipperd uitje, een kneep citroensap en wat smaakvolle olijfolie in een bakje doe. Snuf zout, peper en genieten (zonder andere prikkels, zoals muziek of smartphonegedoe).
Er wordt geklaagd dat biogroenten, zoals die verse tuinboontjes die toch zo goed voor ons zijn, zoveel kosten, maar zet dat eens af tegen de wellnessmassage of -treatment die je moet boeken om tot jezelf te komen, of tot de kern of je 'core' of tot 'loslaten'. 
Er zijn vakanties naar Verweggistan voor nodig om de droom te beleven: lekker op je gemak over een markt struinen, aan een abrikoos ruiken, een verleidelijk glanzende aubergine aaien en helemaal zen een grote schaal salade 'optasten'. Glaasje erbij, kleedje met opgeborduurde lavendelblaadjes op tafel en genieten maar. 
Dat Verweggistan om de hoek ligt, realiseert zoefzoef de haas (rammelaar of moer) zich niet. M/V kan de fiets even buiten de Turkse super stallen en zo naar binnen lopen voor een vers platbrood, een paar kromme, geurige komkommers en zo'n verleidelijke aubergine. Er is heerlijke volle yoghurt te krijgen, brokkelige feta en naast de vleescounter liggen er ook nog van die lekkere worstjes in de koeling.
Thuis kun je een uitje, knoflook met blokjes aubergine en eventueel die worst (dun gesneden) aanbakken in een beetje olie, en de yoghurt met komkommer (heel lekker met gedroogde munt) mengen en op smaak brengen; dat geldt voor alles. Tafel dekken, brood snijden en in een mooie schaal doen en dan met een voldaan gevoel aan tafel. Zo begint de avond rustig en proevend van al het goede en is er geen noodzaak om vervolgens op de (elektrische) fiets te springen om de zwembandjes eraf te trainen. Soms is met een afwaskwast de koekenpan schoonboenen zelfs een heerlijk slaapmutsje waarbij de armspieren ook nog eens zachtjes worden gestimuleerd. 
Nu ik erover nadenk vraag ik me af: hebben we in Amsterdam nu een rattenplaag of zit het venijn 'm in de 'ratrace'?

woensdag 22 april 2026

Of je worst lust!

Mijn wederhelft kreeg een gouden ring aangeboden toen hij de straat wilde oversteken. Met draaiende motor en hand op het stuur, prees een 'toerist' deze geweldige koop aan. Helaas zag de ring eruit alsof die uit een verrassingsei van de kermis was gekropen, dus manlief stonk er niet in. 
Mijn vader werd een keer staande gehouden door een vertegenwoordiger die aan het eind van zijn werkdag naar huis wilde, maar nog van zijn laatste supergoede messenset af wilde en deze daarom voor een vriendenprijsje aan de oude heer aanbood. Eenmaal thuis drong het pas tot het slachtoffer door dat hij waarschijnlijk was opgelicht - hij vroeg het mij later na te zoeken en dat bleek helaas te kloppen.
We worden overal gewaarschuwd voor valstrikken en mooie praatjes, maar er is vrijwel geen ontkomen aan.
Gisteren moest ik er zelf aan geloven, gelukkig was het een milde variant. Ik dacht bij de Hema uit mijn ooghoek gezien te hebben dat de bekende rookworsten tegenwoordig ook geseald in de koeling liggen. Omdat mijn familie in Spanje deze traktatie standaard als verzoek opgeeft als we vragen wat we nog uit Nederland mee kunnen nemen, was ik hierover heel verheugd. In het schap zag ik dat er verschillende smaken waren, maar ik moest 'de enige echte' hebben en die was nog afgeprijsd ook. Maar eenmaal thuis bleek het niet om rookworst, maar 'ookworst' te gaan. Dat het een plantaardige variant betreft, had ik niet gezien, omdat daar de voordeelsticker overheen was geplakt; ik vermoed met opzet. Natuurlijk heb ik gewoon niet goed op de verpakking gekeken, maar het gevoel opgelicht te zijn, is ook verklaarbaar. De vegetarische worst onderscheidt zich op het oog in niets van de ware 'enige echte'. 
Ik heb dit warenhuis al eerder deze maand op iets soortgelijks betrapt. Ze hadden de koffiecups in de aanbieding, 20 stuks voor maar €5.39. Maar onderin het vertrouwde schap lagen ook de XXL dozen met 50 stuks en die kosten €10,99. Ik mag dan dyscalculie hebben, maar hier trapte ík zelfs niet in. 
En er zijn talloze voorbeelden. Zo lijkt de huismerkcola sprekend op de Coca-Cola, tot en met het sierlettertje aan toe. Bij de kippenbouillon in blokjes is er alleen een vogel over de fabriek is gevlogen en krabsticks heten waarschijnlijk zo, omdat je er jeuk van krijgt. 
Om nog even terug te komen op de ookworst - nee spellingscorrector, mijn toetsenbord zit niet vast -, als mensen geen vlees meer blieven, doe dat dan ook niet. Een paddenstoel is een paddenstoel, een blok tofu, gewoon tofu en, zo populair onder veganisten dat 'ie niet aan te slepen is: een aubergine is een aubergine (de dubbele betekenis als emoji daargelaten).
En wat is nu mijn eindoordeel na 15 minuten in het plastic (!) opwarmen in heet water: zelfs de hond kan er geen worst van maken, of om het nog mooier uit te drukken: het bekomt me als de hond de knuppel na het stelen van de worst. Zoek die maar eens op. 

donderdag 26 maart 2026

Wat de boer niet kent...

Het is overal en bijt aan twee kanten: angst voor de ander. Alles wat vreemd is, is eng en moet worden gewantrouwd, en dat staat begrip en dialoog in de weg. Met AI en al het nepnieuws wordt het er wat dat betreft niet beter op. Maar als ik het supermarktblaadje mag geloven is er culinair geen vuiltje aan de lucht. Daar integreren we erop los, of je het nou lekker vindt of niet, met als uitgangspunt de oerhollandse keuken - voor zover die al bestaat. Denk aan stamppot, stroopwafels, aardappels-groente-vlees en appeltaart. Deze ikonen moeten op de schop, het kan anders, laten we het 'omdenken' noemen. Dus wat kunnen we zoal verwachten: kaaswafels met stroop, andijviestamppot met kimchi en als klap op de vuurpijl stroopwafelappeltaart met misokaramel. 
Het komt op mij over als de stuiptrekkingen van mensen die niet meer weten waar ze het zoeken moeten en dat terwijl ze ooit alleen 'authentieke' pannenkoeken hebben leren bakken uit een Koopmanspakje. 

De kruisbestuiving mag origineel klinken, de combi's die worden gemaakt zijn juist weer erg voor de hand liggend (ze staan dan ook in de Allerhande). Miso, kimchi, matcha, gochujang; al deze producten hebben al lang klompen aan en worden gretig door de superwindmolens over ons vlakke land uitgewaaierd. 
Maar wacht eens even: als we om ons heen kijken, niet op zoek naar 'die ander', maar juist naar de buur, dan klopt het allemaal toch wel weer. In mijn buurt woont naast de rasechte Noorderling, ook een Vietnamees, Japanner, Indonees, Turk, Marokkaan, Afgaan. Sterker nog: Amsterdam herbergt maar liefst circa 180 nationaliteiten!
Ik geef toe: dan mag er best een vleugje pul biber over de asperge. 

zondag 1 maart 2026

Het platte land

Kinderen kunnen gemeen zijn, soms zonder het door te hebben. Tegenwoordig wordt het meer er- of herkend dan vroeger. Een klasgenoot van mij kreeg de bijnaam 'dubbeldekker', want haar achternaam was Dekker en ze droeg een bril. Rood haar verduvelde direct het hart van de plaaggeest. De achternaam 'Hamerslag' werd 'Hagelslag' en dan lachen natuurlijk. Het venijn werd door de plagers niet gevoeld, maar stak voor de geplaagden des te meer. Dat het soms blijvend letsel en onzekerheid opleverde, dat wist alleen het slachtoffer, of is dat tegenwoordig 'de tot slachtoffer gemaakte'? 
Het is een goede ontwikkeling dat er veel meer aandacht is voor pesterij, zeker nu dat via social media niet meer binnen de perken van het schoolplein blijft stuiteren, maar als een tsunami over een kind heenkomt. 
Ergens de angel uithalen is altijd goed; enkele uitzonderingen daargelaten.

Mijn opa probeerde mijn broer en mij vroeger aan een eigen groentebed in de moestuin te krijgen, maar dat lukte niet echt. We bleven altijd steken bij radijsjes en een enkele wortel. Als we dan eindelijk oogsten, bleken die rode knolletjes niet te vreten zo scherp. We waren niet heel ongehoorzaam, maar hierbij trokken we een lijn.
We vonden ons soms ook best 'zielig', want de aalbessen waren wrang en zaten vol pitjes, ook de zwarte bessen waren niet zoet, de kruisbessen slijmerig, van de zure appeltjes kregen we buikpijn en de tuinbonen hadden bittere schillen die ook nog eens oogden als de verschrompelde huid van een kettingroker. Allemaal 'confronterend'.
Maar net als bij het pesten, is er veel veranderd. 
De radijzen die ik vanmorgen op het Buikslotermeerplein kocht, smaken als waterballonnen.
De pit is uit de aubergine, het bittere is uit de spruit, ook van de witlof hoeven we niks te vrezen en kruisbessen en zwarte, zijn vervangen voor blauwe bessen die zo onnatuurlijk bol staan, dat je meteen weet dat ze voor de bulk en niet voor de smaak zijn gekweekt.
Pieken en dalen kennen we, net als in ons landschap, ook in onze producten niet meer.
Een bewijs van deze ontwikkeling zie ik in een programma over een Italiaanse pruimtomaat die van origine (met een bescherme status) uit een gebied bij Napels komt, maar nu ook op een synthetisch bedje in een Nederlandse kas vertoeft. Hij ligt pront in de super, terwijl deze soort niet geschikt is voor verse bereidingen; de pruimtomaat is vlezig en melig en speciaal voor puree, soep en saus. Maar weten 'wij' veel. De Nederlandse handelsman ziet kansen in de populariteit van de blikken Mutti (met de echte san marzano tomaat) die samen met de (door koperen walsen geperste) spaghetti van Molisana voor veel geld in de schappen liggen. De Hollandse tomaten krijgen zonder ooit voet in de grond te kunnen zetten, sondevoeding en kunstmatig zonlicht, en dragen, als grootste verdienste, bij aan een record: Nederland levert de meeste tomaten ter wereld. Dat ze in niets naar het origineel smaken, maakt dan helemaal niet uit. Ik moet toegeven: qua watermanagment doen we het heel goed, ook in die tomaten, maar ik betreur de smaakvervlakking en zou nu wel willen dat ik weer in zo'n pittig radijsje kon bijten. 

dinsdag 10 februari 2026

Slim, slimmer, slimst

Het is vast van alle tijden: het idee dat onze generatie slimmer is dan de vorige. Dankzij de voortgang in de wetenschap worden we ook steeds gezonder en ouder. Maar worden we ook gelukkiger? Een ideaalbeeld van ontspannen in een fauteuil zitten bij een knetterend haardvuur met een sigaartje en een glas whisky; dat is er niet meer bij. Nu zuigen we een vitaminedrankje uit een plastic zakje na 20 minuten zweten op de hometrainer en laten we om de zoveel tijd een volledige bodyscan maken. Je moet er wat voor over hebben om oud te worden. En dan heb ik het nog niet over alle botox en foefjes die onze ouderdom verhullen. Een strakke huid oogt nu eenmaal goed, al betekent het wel dat er niemand voor je opstaat als je met slechte knieën de tram inschuifelt. 
Nee, we zijn goed bezig. En als het gezicht wel strak is, maar het buikje nog niet, dan zetten we daar ook een spuitje in. Dat dat vervolgens een levenslang abonnement betekent en verlies van broodnodige spierkracht, dat mag de pret niet drukken. We doen het voor dat ene commentaar bij de selfie op Insta:"Meid, looking GOOD!"
"Maar, kind," kucht de sigaarrokende dame die nog een klontje in het glas laat vallen voor een tweede bodem, "wat zie je er gejaagd en roodaangelopen uit, heb je het wel naar je zin?"
"Nu even niet ma, ik moet nog douchen en dan heb ik een afspraak bij de nagelsalon, en zet alsjeblief een raam open, getver." 
Ma zakt weer in haar stoel en neemt een trek van haar Cohiba. Ze kijkt naar de rook die langzaam opstijgt en geniet van het moment. 
Ma weet natuurlijk best dat roken en drinken de gezondheid niet bevorderen, maar ze is niet aan de antidepressiva en ligt op haar eigen bank, niet die van de psychiater. Ze knaagt geen proteïnerepen die naar karton smaken en omdat ze geen zware gewichten hoeft te tillen of lang wil sprinten, hoeft ze ook niet aan de Creatine. Ze denkt ook niet dat ze dommer is dan de generatie van haar dochter, die haar kennis haalt van TikTok en het huidige voedingsadvies van de Amerikaanse minister van volksgezondheid. 
 Die Kennedy is recent met nieuwe voedingsadviezen gekomen, waarbij mager en plantaardig is vervangen voor (runder!)vet en rood vlees. In tegenstelling tot vorige rapporten, wordt nergens vermeld welke studies deze nieuwe inzichten onderbouwen. Het is heel goed mogelijk dat Kennedy's Make America Healthy Again vooral is gebaseerd op de adviezen van biljardairs uit de vleesindustrie die straks een dansje maken in de nieuwe balzaal van de knotsgekke president. 
Ondertussen ben ik domweg gelukkig zonder TikTok en dochter, maar met een luie stoel, soms een sigaar, elke dag een glas wijn, een goed humeur; en een dikke middelvinger.

zaterdag 24 januari 2026

Ongestoord genieten

Er staat een stukje in de krant over een mogelijk nieuwe trend: alleen uit eten gaan. Ik lees het met verwondering, want er wordt gedaan alsof dit een nieuw fenomeen is, maar dat gaat voor mij niet op, als ik even bedenk wat mijn ervaringen zijn. 
De eerste keer dat ik alleen uit eten ging, was toen ik nog niet zo lang in Amsterdam woonde, dus dat moet ergens in de jaren 80 zijn geweest. Ik wilde uitvinden of ik me alleen op mijn gemak zou voelen, omdat ik al zo lang een vriendje had (en nog steeds 'heb') en samenwoonde (ook nog steeds). Dus ik had gereserveerd bij Schransen bij Jansen in de Handboogsteeg. Ik kreeg een tafeltje op de entresol en werd prima geholpen. Voor de zekerheid (lees: om me een houding te geven) had ik een boek meegenomen, maar ik vond verstilling en een beetje rondkijken eigenlijk prima. Bij het eten, ik weet niet meer wat, bestelde ik een glas edelzwicker, niet omdat ik daar iets vanaf wist, maar omdat het lekker bekte - spreek zelf maar eens uit. 
Toen ik een cursus papierrestaurantie volgde in Florence (ook nog in de vorige eeuw), werd ik tussen de middag vaak lastig gevallen door hitsige machos als ik wat wilde eten op een bankje in het park. Uiteindelijk koos ik ervoor om rond de markthallen in een kleine zaak een goedkope dagschotel te nemen, aan een tafeltje alleen, tussen de drukke kooplui die mij (gelukkig) geen blik waardig gunde. Er kwam standaard een fles wijn op tafel, waarvan de consumptie met een liniaal werd afgelezen. Ik had het er prima naar mijn zin. 
Tot ongeveer 5 jaar geleden kwam ik veel in Kaapstad. Ook daar at ik vaak alleen en ik werd vrijwel altijd in de watten gelegd, maar zeker niet uit medelijden. Het was eerder omdat ik zichtbaar zat te genieten. Als je alleen eet, word je veel minder afgeleid en min of meer gedwongen om al je zintuigen te gebruiken. Stel je toch eens voor dat je een tafeltje krijgt, pal aan zee, met uitzicht op een buitelende zeehond, terwijl je de zilte zeelucht opsnuift en op de achtergrond een lekker muziekje hoort. Ik krijg warme 'melkbolletjes', een heerlijk gekoelde wijn en sappige mosselen in een Thaise saus. Simon, 'my waiter of the day', is ook nog eens een verre neef van m'n vriendin; ook daardoor zorgt hij ervoor dat het mij aan niets ontbreekt. 
Nu ik er zo aan terugdenk, kan ik eigenlijk niet wachten weer eens in m'n uppie op stap te gaan en ik kan het iedereen aanraden. 

dinsdag 20 januari 2026

Knollen en citroenen

Het valt niet altijd mee, maar het valt ook niet altijd tegen. Een filosofietje van de koude grond, maar ik moest daaraan denken toen ik, nu hartje winter, over de markt liep. Die is hier niet groot, maar gemoedelijk en biedt voor bijna elk wat wils. Ik loop langs grote bakken met tweedehands kleding, gelakte Thaise kip, Senegaleese heuptasjes en portemonees, tweedehands boeken, kaas, vlees en vis in vele varianten en een stal met oesters en mosselen.
Nou ja, die laatste is er even (?) niet, want meneer haalt zijn schelpen uit het etang van Thau en daar mag niet geoogst worden in verband met een poepbacterie in het water. Het verbod werd net voor oud en nieuw opgelegd en dat betekent een grote strop voor de diverse oesterkwekers daar, want juist op de avond van de 31ste laat heel Frankrijk zo'n zilt wondertje in de mond glijden. 
Een klein weetje: volgens een Europese studie uit 2022 worden in Frankrijk oesters in de detailhandel verkocht voor gemiddeld €6.50 per kilo en in Nederland is dat €19,30.
Terug naar de markt. Er zijn ook een paar groente- en fruitkramen, met producten van klein, zanderig en bio van klein perseel, naar grote bakken met knotsen van preien en megakroppen sla, tot mooie kistjes met opgetaste aubergines en courgettes. Maar in dit seizoen, waarin de spoeling toch dun is, bestaat het merendeel van de vitaminebronnen uit knollen en citrusvruchten. En mon dieu wat is daar een keuze in! 
Er zijn ramanassen en radijzen in alle kleuren en formaten, ook nog eens variërend in scherptediepte. Daarnaast liggen allerlei soorten knollen en rapen, in wit, geel, roze of gemarmerd, van formaatje pingpong- tot voetbal. 
En de citrusvruchten...naast de Corsicaanse cedrat (een grote citroen met hele dikke schil) is hier tegenwoordig zelfs verse yuzu te krijgen, al stond ik daar minder van te kijken dan van de 'orange chocolat' (een sinaasappel met een onappetijtelijk groen-bruin huidje) en de 'orange tarocco' (een Siciliaans halfbloedje). Uiteraard mag de keuze tussen pers en hand ook niet ontbreken en dan zijn er kistjes met mandarijnen al dan niet met blad en ook weer in verschillende 'tailles'. Het wachten is nog op de volbloed bloedsinaasappelen, terwijl de luxe supermarkt in Perpignan afleiding biedt met combava, kumquat en - altijd een bezienswaardigheid - heel soms een hand van buddha. 
Alsof dat nog niet genoeg is, hoor ik hier af en toe het 'snip-snip' van een snoeimes. De benedenbuur heeft zo'n ingewikkeld ding aan een lange stok en daarmee knipt hij telkens een paar citroenen uit de overvolle boom. Ik vroeg laatst of ik kon helpen, want vanaf de stoep hier voor ons, kan ik er gemakkelijk bij, maar hij was bang dat ik daarbij de takken zou beschadigen. Ik mocht er zelf wel vier (!) plukken, als ik dat wilde. Ja graag - ik voelde me niet beledigd - maar zonder hulpstok kreeg ik er, m'n arm tussen het gaas wurmend, maar één te pakken. 
Niet getreurd, want de de overtollige vruchten rollen de straat wel af en liggen daar dan voor het oprapen; hele 'gewone' citroenen die zo intens geuren dat het al zomer in mijn neus is. Zo ervaar ik al het winterse gure en zure toch als zoet.

donderdag 15 januari 2026

Ada maar leut het

In 2009 schreef ik al eens een korte blog over de calçots, jonge 'preitjes' die op open vuur wordt geblakerd. Dat deden wij al die jaren geleden, zoals ook op de foto bij de tekst is te zien, in een kastanjepan op het vuur in de haard. Die haard zat in het appartement in Collioure dat we toen jaren achtereen huurden in het laagseizoen (herfst/winter). Hij was jaren niet gebruikt, maar wij kregen 'm aan de praat. 
Er brandde een keer een goed vuur in toen onze vriendin, tevens beheerder van die plek, bij ons op bezoek was. Zij zag toen niet, maar ik wel, dat het houten schot aan de voorkant van de schoorsteen langs de bovenrand diep oranje kleurde: het was aan het smeulen! Zodra Martine het huis uit was, hebben we het vuur gedoofd en water op het schot gesproeid. Zo wisten we een ramp te voorkomen. Daarna hebben we iets met repen aluminiumfolie gedaan tegen de hittedoorslag - dat hielp maar was natuurlijk niet echt veilig. 
Inmiddels wonen we iets verderop en hebben we de kachel die we in Amsterdam al hadden hier nu elke dag aan. Hij brandt snel en goed. Ik leg vaak een in folie verpakt ui, bietje, knoflookbolletje of aardappel naast het vuur, maar calçots bereiden lukt niet, omdat er deurtjes voor zitten - wel zo veilig!

Gisteren hoorde ik op de radio dat de eerste calçotada van het jaar een feit is. Als hier in Catalonië ergens 'ada' achter staat, betekent dat een eetfeestje rond een bepaald gerecht. Het bekendste is de ollada. Dat is een soep die oorspronkelijk in een olla wordt bereid: een grote pot die boven het vuur kan hangen. Gelaagd met vlees (of vis) aardappels en groente, levert dit altijd een flinke hoeveelheid 'godendrank' op, die door velen wordt genoten bij een 'ollada'. En zo bestaat er ook een cargolada (slakkenfestijn) en dan de calçotada. 
Tijdens de uitzending over dit evenement leerde ik nog meer. De calçot is een uiensoort die hier wordt geoogst van december tot maart. De boer die hierover vertelde, begint met zaad, dat hij in april zaait. De uien trekt hij vervolgens in de zomer uit de grond, laat deze drogen en wacht dan tot oktober voordat hij ze herplant. De bollen worden afgesneden (bijna door de helft) en dan in geulen in de grond gelegd tot ze beginnen te spruiten. Daarna worden ze bedekt met aarde. Om de stelen wit te houden, wordt er veel zand omheen geschept. Deze landbouwer hoopt vervolgens op bewolkt weer, want dat helpt ook om de stelen die boven de aarde uitgroeien wit te houden; eenmaal uitgegroeid zijn ze klaar. Met een flinke homp aarde/klei worden ze geoogst. Dat er, als je ze in bosjes koopt, meestal nog veel zand aankleeft, is helemaal niet zo erg, want de buitenkant eet je niet. 
De preitjes worden in een grillrekje of gewoon gemoedelijk naast elkaar op de barbecue gelegd en kort rondom geroosterd, zeg maar gerust geblakerd. Eenmaal zwart, worden ze van het vuur gehaald en in bosjes in een krant gewikkeld. 
Hallo pers! Nooit stoppen met kranten uitgeven! Ik maak er ook graag het vuur mee aan en zie niet zo snel een alternatief, dat zal voor de calçotgrillers ook gelden. 
Vervolgens garen de sprieten in hun papieren jasje nog even door, totdat ze aan tafel worden geserveerd. Daar wacht de hongerige feestganger, meestal uitgerust met slabbetje en vingerdoekje. De buitenste bladeren worden niet gegeten, maar de zachte blanke kern wel. Deze wordt besmeerd met saus en vervolgens naar binnen 'gekiept' - het hoofd moet naar achteren alsof er een sabel wordt ingeslikt, een houding die ons wel bekend is van de haring en/of asperge. 
De saus wordt vaak simpelweg verkocht  als 'salsa de calçots', maar heet romesco - op basis van rijpe tomaten, knoflook, amandel en/of hazelnoot en rode paprika. 
Je kunt je wel voorstellen dat het eetritueel iets theatraals heeft, niet voor in de huiskamer dus, maar gezellig met vrienden, bekenden of vreemden rond de tafel. Lachen, gieren, 'slurpen'; en geen 'amen', maar 'ada'. 

zondag 4 januari 2026

Doorborduren

Gisteren liep ik naar de markt, aan de rand van de haven. De zon scheen en het was druk op straat. Er stond een lange rij bij de warme bakker en de terrasjes zaten vol mensen die elkaar omhelsden en een gelukkig nieuwjaar wensten. Na een espresso (€1,70) werden de verse stokbroden onder de arm genomen en ging ieder weer z'n weg. Even een koffietje doen, ziet er in Amsterdam heel anders uit. Misschien komt het opstootje bij de koffiemachine op kantoor nog het meest in de buurt.  Ik kan me best voorstellen dat sommigen hier  na de feestdagen ook weer naar uitkijken, want het is best fijn om vaste punten en routines te hebben in het leven. Maar niet iedereen denkt daar zo over. Tradities zijn er om gebroken te worden en alles dat naar sleur neigt moet meteen de kop in worden gedrukt. 
Zo staat in de krant: 'Dit jaar zullen restaurants nóg creativer worden om relevant te blijven. Restaurant Copain in Amsterdam kondigde onlangs zelfs aan elke drie maanden van concept te wisselen - met als doel steeds weer een unieke ervaring te bieden.' Bovendien blijkt uit onderzoek dat, vergeleken met zeven jaar geleden, trends vier keer sneller veranderen. Het zou zomaar kunnen dat je hieruit ook kan opmaken dat restaurants vier keer sneller sluiten of helemaal op de schop gaan. Eens kijken wat een recensent voor het nieuwe jaar aan trends voorspelt.
Klassiekers blijven of worden belangrijk, maar dan in een minder traditionele vorm. Denk daarbij aan een Franse uiensoep in de vorm van een kroket of loempia. Dat staat er echt! Ik probeer het mijn buurvrouw hier uit te leggen, maar ze snapt er niks van en denkt waarschijnlijk dat mijn talenknobbel het begeven heeft. 
De desserttrend wordt 'retro'. Dat komt misschien doordat de gemiddelde influencer of tv-kok het bakje vla met rode kers niet met de paplepel ingegoten heeft gekregen. Op de menukaart moeten we hierbij denken aan 'omelette norvégienne, vintage bruidstaarten, pastelkleurige patisserie' en natuurlijk geen griesmeelpudding, want die komt niet goed uit op een foto. 
In een horecablad lees ik ook nog wat over nieuwe insteken in de horeca. Hier gaat het over 'beleving - iets dat je kan navertellen', over 'één goed moment per service' dat tien seconde in beslag neemt en 'als het reproduceerbaar is, is het winst.'
Als ik de tiktokkers en influencers even buiten beschouwing laat, dan denk ik dat dit horeca-advies vooral uitgaat van toeristen en niet van de moeder met muts, of het gezin, laat staan de 'vieze man' uit mijn vorige blog. Het gaat ook niet uit van de gemiddelde restauranthouder hier in de buurt. Volgens mij wringt die zich niet in allerlei bochten om de bar te laten bekleden met hardhout uit Mozambique of om een playlist te laten samenstellen door een Finse DJ. Hij of zij zoekt een goede locatie, een paar comfortabele stoelen, een kok zonder sterambities en een menu met voor elk wat wils, zonder de ambitie om nóg creativer te worden en relevant te blijven, laat staan dat hij elke drie maanden van concept wisselt ; een dagmenu kun je krijgen, vers, afwisselend en betaalbaar. 
Deze eigenaar klopt met zijn wijsvinger op zijn slaap 'Pok pok, rare jongens die Hollanders.' 'Nederlanders', corrigeer ik, maar verder geef ik hem groot gelijk.

woensdag 31 december 2025

De vier B's

Het was weer tijd voor 'de wissel'. Na de feestdagen met familie en voor de grote hondbangmakerij (vuurwerk van 's morgens vroeg tot 's avonds laat) togen we in het weekend van Amsterdam naar Port-Vendres. Het is een reis die we met de auto in twee dagen afleggen, waarbij we soms variëren in de route, maar toch meestal uitkomen op de route soleil - nu echt letterlijk, want er scheen een hele lage zon, recht in de mik. 
De overnachting is dus ook niet altijd in hetzelfde hotel, maar soms kiezen we het vertrouwde, want dan weten we dat de volgeladen auto veilig staat, de hond welkom is en er uitlaatmogelijkheden zijn. Goed eten is natuurlijk ook altijd een bepalende factor. 
Deze keer kozen we als tussenstop voor een hotel in de Bourgogne, niet ver van de snelweg, maar rustig gelegen en met restaurant. Dat laatste was wel een beetje opzitten. Aan alle tafels werd op gedempte toon gesproken, de bediening was zeer voorkomend en formeel en de prijzen waren daarbij passend. 
Maar....we kwamen koud (het is immers hartje winter) uit de mores van Mokum en konden niet anders dan vergelijken. Nou is zo'n Bourgondisch restaurant geen goed voorbeeld, want het ligt midden tussen de wijngaarden waar de duurste wijn ter wereld wordt gemaakt en waar het echt Bourgondisch eten is: grote porties en veel rijke sauzen. Toch was het heerlijk tafelen.

Voor de lunch, de volgende dag, reden we Valence in. Het autoluwe centrum was vrij verlaten, terwijl we lang filereden op wat best een 'zwarte zondag' midden in de winter genoemd mag worden. 
We vonden onder de enkele restaurants die tussen de feestdagen niet gesloten waren, een gezellige zaak, waar we, ook met nerveuze hond, welkom waren en konden plaatsnemen aan een minitafeltje tegenover de bar. We zaten nog niet of er werd een bordje met plakjes worst, een mand met donker, knapperig brood en een karaf water op tafel gezet. 
De zaak zat vol mensen, sfeer en geschiedenis. Er hingen foto's van de chef met beroemdheden, er waren veel spiegels, pilaren, hoekjes, zitjes, en dan die mensen: een dochter met oude moeder, muts nog op. Een oude meneer alleen die later, toen hij langs kwam om te betalen, behoorlijk bleek te 'rieken'. Een jong echtpaar met ongedurige kinderen die het toch volhielden en hun trappelende beentjes onder tafel verstopten. Een gezelschap met een man die zijn hele gezicht vol had getatoeëerd en met zijn platte pet zowel recalcitrant als boers oogde.
De bediening, in het zwart en ook zelf met een donker kleurtje, voegde zich behendig door dit allegaartje en had oog voor alles en iedereen. 
We kregen de kaart en er stond nog wat extra's op de spiegel achterin geschreven. Al werd het door de ober opgesomd, er was geen woord Latijns aan: oesters, een salade met roquefort en walnoot, een zalmmoot met gestoofde prei en wortelpuree, een traditionele zuurkoolschotel en op de kaart een stuk paté, eitjes met mayonaise, een steak tartare, baba au rum en crêpes suzette - voor je neus klaargemaakt. enzovoort. Geen poespas en geen fusion en ook geen tiktokrij of havermelkgedoe, laat staan baksels voor veganisten.
Wij ervoeren dit alles als een verademing. Gewoon goed, lekker, gemoedelijk en niet duur, afgemaakt met mooie wijn en een bord kaas waar weer dat heerlijke brood bij kwam.
Waarom kom je een dergelijke zaak in elke plaats in Frankrijk tegen en nergens in Nederland, zelfs niet in het cosmopolitische Amsterdam? Daar zijn alle nieuwe tentjes 'toegankelijk', 'voor de buurt' en 'vriendelijk geprijst', maar als je erop inzoomt stuit je op termen als: concept, uitrollen, franchisen, uitbreiden, binnenlopen; en dat alles kan wat mij betreft niet tippen aan de pretentieloze bistro's, bouillons, bouchons en brasseries die Frankrijk rijk is.

donderdag 20 november 2025

Van bungy gejumpt

Omdat het wel eens urgent zou kunnen zijn, logde ik in bij 'mijn.oliebollenkraam.nl'. Dat kon gelukkig met DigiD. Wat ik opvallend vond, in dit verband, was dat ik daarbij een hele trits 'cookies' moest wegklikken. Het was mij erom te doen dat ik even wilde nakijken wat de nieuwe mededeling in mijn berichtenbox was, want daarover had ik een mail gekregen. 
Je kunt je voorstellen dat ik even moest slikken toen het na 10 minuten nog niet was gelukt om het begeerde bericht te openen. Ik moest een wachtwoord ontvangen via mijn mail, maar dat duurde even en toen was mijn sessie verlopen. 
Maar eenmaal in mijn privé-omgeving, was ik meteen ook helemaal op de hoogte.
Mijn.oliebollenkraam.nl wist mij te vertellen dat de nieuwste oliebol een heus scrabblewaardig woord is. Het hot item (leuke woordspeling ook) betreft de, hou je vast: crèmebrûléeoliebol. Alleen het intikken van het woord maakte mij al hongerig en hebberig. Maar toen ik verder las, bleek dat ik deze felbegeerde bol alleen kon bestellen als ik een voucher had, waarvoor ik een QR-code moest scannen. Die voucher moest ik vervolgens uitprinten en meenemen naar de dichtstbijzijnde oliebollenkraam die aan de actie meedeed. Welke dat was kon ik opzoeken door op een link te drukken. 
Het bleek dat de desbetreffende kraam een half uurtje rijden van mij vandaan was, dus kon ik het combineren met een bezoek aan een goede bekende. Zij is op leeftijd, maar nog bij de pinken. 
Toen ik bij haar binnenstapte, rook het er naar speculaas. Ze had de koekjes net uit de oven gehaald. Op het vuur stond een pannetje met erwtensoep. "Met een varkenspootje!" zei ze trots.
We gingen aan de keukentafel zitten, wachtend op het doorlopen van de filterkoffie; altijd een lekker rustpuntje. 
"En," vroeg ze geinteresseerd, terwijl ze met haar handen over het beblokte tafelkleed wreef, "heb je nog iets nieuws te melden?"
"Nou, reken maar," grinnekte ik, "zullen we een spelletje spelen?"

vrijdag 7 november 2025

Van de zotte

Wat wel vaker wordt beweerd, is dat de Mokummer arrogant is. Hij of zij woont nu eenmaal in de bruisendste plaats van Nederland en een hoofdstad geeft macht. Maar het lijkt erop alsof je dan ook maar vanalles kan roepen, want je weet het het best. Ik zie dat in recensies van nieuwe horecagelegenheden die zich in dit centrum van het universum vestigen en lees over wat ze op het bord draperen onder het mom van: oud en vertrouwd, vooral voor de buurt, met een nieuwe insteek (in de eigen portemonee). 
Ondertussen begin ik te vermoeden dat er zand in onze ogen wordt gestrooid en dat niemand daar meer iets op heeft aan te merken. Niet alleen worden er onder het mom van hoge huur, inkoopprijzen en duur personeel, steeds idiotere bedragen voor een kopje heet water met gember berekend, we worden ook met mooie woorden en bereidingen om de oren geslagen, die meestal nergens op slaan. Als het ham van Joselito is of tonijn van Ortiz, dan loopt het kwijl bij de Amsterdamse restaunrantbezoeker in de mond. Daar hebben ze op vakantie van gehoord, of op You Tube een item over voorbij zien komen. Dat is de bom! 
Maar de smaak zit hem helemaal niet in de merknaam.
Doe niet zo flauw, wij hebben voor ons nieuwe restaurant een kok ingevlogen uit Malaga. Hij maakt authentieke tapas, koopt zijn spullen op de Albert Cuypmarkt of laat ze invliegen uit Zuid-Spanje. Dat geldt bijvoorbeeld voor zijn kerstomaatjes die hij vervolgens roostert voor het brood met tomaat. 
WAT?
Pa am tomaquet komt uit Catalonië, dat ligt minimaal 600 kilometer van de thuisbasis van de chef. Kerstomaatjes worden niet voor het brood gebruikt en ze worden ook helemaal niet geroosterd. Maar voor het verhaal kun je zo een paar euro op het bord bijtellen. Het zijn de expats en Zuid-As-peopletjes die hiertegen niet in opstand komen, want die doen nou eenmaal niks anders dan met geld spelen. Maar de buurtbewoner die voor €4,50 thuis een frietje met een kippenboutje eet, gaat echt de deur niet uit voor een bakkie leut bij het nieuwste tentje, ingericht in 'prison aesthetics', zoals een strak en saai interieur tegenwoordig heet. Dat uiterlijk is ook nog eens zo populair, omdat het goed fotografeert; alsof tante Mien met de camera om haar nek met rollator naar binnen schuift.
Ik denk dat dit type horeca voornamelijk voor eigen parochie preekt. De geldbeluste ondernemer mikt op de jonge urban professional en noemt dat dan eufemistisch een buurtbewoner. En als deze buur zijn kantoorbaan zat is, begint hij een koffietentje. 
Drie keer raden voor welke doelgroep. 

vrijdag 31 oktober 2025

Het bekende liedje

Toen ik studeerde, nam ik Italiaanse taal als bijvak. Ik vond dat gewoon mooi klinken en was fan van het Toscaanse landschap. Het vak was vooral bedoeld om, bijvoorbeeld als kunsthistoricus, Italiaanse onderzoeken te kunnen lezen. Dat werd wel duidelijk toen ik mijn taalkennis in het land zelf uitprobeerde. Ik volgde een cursus boekrestauratie en kwam in een klas met allemaal Italianen. Daartussen kon ik me wel redden, maar bij de bakker stond ik met mijn mond vol tanden, want in het Italiaans een brood vragen, dat had ik niet geleerd. Mijn medecursisten zeiden dan ook: "Ja, jij praat makkelijk over stakingen, maar je kunt nog geen kopje koffie bestellen." Dat was waar, maar ook het onderwerp van die les over 'pieakka' brak me op. Wat betekende dat woord in godsnaam? De hele tijd probeerde ik erachter te komen, maar het lukte me niet. 's Avonds belde ik mijn vader, want dat het met chemie te maken had, was me wel duidelijk en hij was daarin thuis. Ik vertelde wat er zoal besproken was en toen legde hij uit: het ging over het meten van de zuurgraad (van papier): PH, in het Italiaans uitgesproken als 'pie akka'. 

Tijdens een wandeling met twee vriendinnen in Zuid-Frankrijk, werd er veel gekletst, vooral door die dames. Het meeste ontging mij door het suizen van de wind en door hun snelle gerebbel, maar ik meende wel te begrijpen dat het over vrienden en familie ging en en dat er veel zonen in het leger gingen, want ze waren 'fils cadet'. Pas veel later ontdekte ik dat 'cadet' niet op een student van de militaire academie slaat, maar op de zoon die na de oudste (ainé) komt. 
Zo ben je nooit te oud om te leren en kun je de plank ook behoorlijk misslaan. 

Tijdens het doorbladeren van de laatste Allerhande, moest ik weer aan die twee dingen denken, omdat ik de reclames zag en me realiseerde dat iemand die hier aan het inburgeren is op onverklaarbare zaken kan stuiten. 
Zo adverteert Arla (?) met Arla Cultura. Ik zie een kartonen beker en een flesje afgebeeld en lees: 'Aardbei, bron van vezels en vitamine D' en 'Blauwe bes bron van vezels en vitamine D.' Het is 'fris en tintelend!'. Maar wat is het? Erboven staat alleen: calcium vezels goede bacteriën give your gut more'.
Dat laatste is dan misschien redelijk herkenbaar voor de nieuwkomer, maar ik weet nog steeds niet wat er in het vat (de beker, het flesje) zit, al vermoed ik iets van drinkyoghurt.
Op de volgende bladzijde volgt nog een advertentie:
'Lekker én verantwoord' staat er met grote letters en 'geen toegevoegde suikers, vol vezels'. In het midden zie ik een afbeelding van een pakje met daarop meer van hetzelfde en daarnaast '1 plakje, naturel' en een naam: Peijnenburg.
Nou weet ik toevallig dat Peijnenburg staat voor ontbijtkoek, zoals Luxaflex voor zonnewering, maar een nieuwkomer weet dat nog niet. 
Door naar de volgende reclame:
'Nieuw! Sticky Chicken'
Op het plaatje neigen twee flesjes hun doppen naar elkaar en daartussen vallen kleverige onbestemde stukjes (kip?) en sesamzaadjes op een bord. Het ene flesje heeft een etiket met 'Japanse style sticky chicken yakitori', het andere met 'Korean style sticky chicken korean bbq'. Het is de 'Go Tan foodlovers' choice' en de flesjes zijn ook van Go Tan. De Hollandse vlaflip weet wel zo'n beetje wat te verwachten van de familie Go, maar ik kan me voorstellen dat de nieuwbakken studentenhaver ernaar moet gissen, al zijn de advertenties wel heel scheutig met Engelse termen.
Het is natuurlijk ondoenlijk om alle producten een naam te geven die ook in het Nederlands de lading dekt, denk aan ras el hanout, masala, cousous of pepernoten, maar een beetje minder schimmig zou best prettig zijn en voorkomt vast -voor mij ook - miskopen (al zit de commercie daar niet mee).
Om even bij dit supermarktblaadje te blijven (en ik weet 't ik scheef het al eerder): leer onze nieuwe medeburgers alsjeblieft dat wij een traybake in het Nederlands gewoon een ovenschotel noemen!

zondag 19 oktober 2025

Ode aan mijn 'achtertuin'

Miriam was een jonge vrouw die zich had bekwaamd in het wildplukken. Ze gaf daarin workshops en organiseerde wandelingen. Ik ging een keertje mee op zo'n tocht niet ver van huis. Er werd, zoals dat de Fransen in het bloed zit, de hele tijd gezellig gekeuveld en af en toe een blaadje omgedraaid of een sprietje bekeken. Helaas had Miriam een beschermd natuurgebied uitgekozen waar niet geplukt mocht worden, dus ik voelde me een beetje belazerd, net als toen ik me met een vriendin aansloot bij de mycologische vereniging (Nederland) om eetbare paddenstoelen te kunnen plukken. En toen bleek dat die groep uit schimmelnerds bestond die met telelenzen en vergrootglazen op minigevalletjes inzoemden, zonder ook maar iets uit de klei te trekken. 
Overigens bekoelde mijn band met Miriam ook, toen zij tijdens corona begon te verkondigen dat je het virus kon bestrijden met hydrochloroquine (een malariamedicijn). 
Maar mijn interesse voor wildplukken hield stand. En zo liep ik vanmorgen hier over een rotspad langs de kust en snoof ik de heerlijke geur van wilde venkel op. Van de week bleek 'de enge man in de bosjes' een buurman die venkelbloemen aan het plukken was; voor bij zijn olijven (ik schreef al dat die nu geoogst worden). Als de nood aan de man zou komen, zou ik die uit het wild kunnen plukken (niet die man, maar de olijven), met een steen kneuzen en in een poel pekelen met zeewater en die venkelbloemen. Ik heb al venkelzaden gebruikt in het brooddeeg, bij een tomatensaus en voor in de zoute koekjes (zie recept hieronder). 
Naast deze bloemen en zaden, zitten de cactussen vol met vruchten, die prachtig paars zijn van binnen. Ik heb deze 'figues de barbarie' zelf nog nooit klaargemaakt, maar weet dat ze heel gezond zijn, omdat ze veel antioxidanten en vitaminen bevatten. Het is het beste om ze te verwerken tot jam of gelei, omdat ze, eigenlijk net als granaatappels, irritant veel pitjes bevatten. De groene 'schijven' zitten weer vol vitamine E en worden als olie vooral in huidproducten verwerkt, maar ze kunnen ook als groente worden gekookt. Het plukken van de vruchten moet voorzichtig gebeuren, omdat er vervelende kleine stekeltjes aan zitten, die je soms niet eens ziet, maar des te meer voelt. Een vriendin van mij heeft ze ooit geplukt, zonder kennis van zaken, en in haar opgetrokken jurk mee naar huis genomen. Het kledingstuk kon ze daarna weggooien!
Ik zag in een filmpje dat het makkelijk is om ze te plukken met een stuk karton als tang en las dat de naaldjes zacht, dus onschuldig worden als je de vruchten een uurtje in water laat staan. Ik geloof dat het ook een optie is om ze op te schudden in een handje fijn zand, dat we hier dan weer aan zee kunnen vinden. 
Onderstaand recept hoeft niet per se met venkelzaad, maar kan ook met rozemarijn of tijm of iets anders. Kijk en proef maar wat er uit de grond piept (zonder hondenpies natuurlijk). 

Hartige venkelkrullen of wel Taralli Pugliese (ongeveer 70 stuks)
500 gram patentbloem
175/200 gram witte wijn
125 gram olijfolie
10 gram venkelzaad
10 gram zout
Meng alle ingrediënten goed door elkaar voor een samenhangend, maar niet te soepel deeg. 
Laat dit 30 minuten rusten en verwarm ondertussen een pan met water en zet de oven aan op 190 graden Celsius.
Rol het deeg uit tot een worst en snij hier eindjes af (ongeveer 15 gram) die je tot een sliertje met dunnen uiteinden uitrolt (ongeveer 12 cm. lang). Rol deze rupsjes tot een krul en knijp ze aan de uiteinden dicht. Dompel de krullen met een paar tegelijk in kokend water, zorg dat ze niet op de bodem blijven plakken en haal ze er met een schuimspaan uit als ze boven komen drijven. 
Leg de krullen even op een theedoek en daarna op een bakblik met bakpapier. 
Schuif ze nu in de oven, ongeveer 30 minuten op 190 en dan nog 5 à 6 op 200 graden tot ze goudbruin zijn. 
Laat ze volledig afkoelen. 
In een afgesloten blik of plastic bak blijven ze zo wel 15 dagen goed. 
In plaats van venkelzaad kun je ook rozemarijn, tijm of naar eigen inzicht iets lekkers toevoegen. 

vrijdag 10 oktober 2025

Ode aan mijn 'voortuin'

Het is een plek waar de wijnboeren de kuilen in hun paden repareren met pulp, de gesnoeide ranken gebruiken als brandstof voor de barbecue en waar de hond zijn tanden scherpt aan de gerooide stronken. 
De wijnoogst is net achter de rug; dat gebeurt hier op de steile hellingen vooral met de hand. Voor het ploegen worden steeds vaker paarden ingezet. Onze buurman maakte laatst een zwijnenstoof met druiven en schreef daarover op Facebook: "Als jij mijn druiven opvreet, maak ik jou ermee klaar." Daar zit wat in, want in veel wijngaarden is de grond flink omgewoeld. De wilde varkens wroeten ook hier langs ons bergweg, wat wel duidt op 'grondige' activiteit. Ondertussen schudden mensenhanden verwoed aan boomtakken, want de olijvenpluk is begonnen en de oogst ziet er veelbelovend uit. 
Dit weekend liepen we in de heuvels, toen ineens de zoon van onze Obelixbuur opdook, net boven ons wandelpad, met een geweer onder zijn arm. Hij zwaaide vrolijk. "M'n vader staat hier benenden," zei hij nog en toen schoot hij, vlak achter ons, drie keer met dat geweer op een paar duiven. Ik sprong uit m'n vel, de hond uit z'n vacht. Pa stond met zijn eigen jachthond ondertussen gezellig te keuvelen met een 'partner in crime'.
Er kwam geen compensatie voor de schrik in de vorm van een lekker vogeltje, maar dat deert niet, want ditzelfde weekend stond hier op de markt de wagen van de slager. Er was geen lange rij, dus kon ik rustig alle uitgestalde waar bekijken en iets uitzoeken. Dat valt niet mee hoor, want alleen al de huisgemaakte patés bezorgen keuzestress: 'campagne' of 'nature', met vijgen, met noten of met ganzenlever en eekhoorntjesbrood. Er zijn ook allerlei soorten worst, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen hele dunne (fuet), redelijk dunne (saucisse) en dikke (saucisson), met peper, zonder peper, met piment, zonder piment, nog zacht bij het indrukken, of goed gedroogd. Er is 'pa de fedge' ofwel: pain de foie (leverkaas), ossentong in gelei, donkere bloedworst, of witte en dan nog een hele trits aan stukken vlees, hoofdzakelijk van een boer uit de buurt die zijn beesten een naam geeft. Dit lijkt in niets op de Amsterdamse vleesjuwelier waar de ingesealde pakjes van een zuinig onsje lever, gebraden gehakt, gerookte ardenneham of gebraden rollade allemaal onder het kopje 'eenheidsworst' vallen. Welke Nederlandse slager onderscheidt zich nog, heeft de muur bekleed met prijzen voor zijn of haar hoofdkaas, saucijs of pastei?
Maar ligt dat aan de slager, of aan de klant?
We wonen hier niet in een hoofdstad, maar gewoon in een dorp aan de kust met ongeveer 4500 inwoners en enkele toeristen. De fruithaven biedt behoorlijk wat werkgelegenheid en dan is er naast de wijnbouw nog wat reuring in de visserij. 
'Gewoon een dorp' doet niet echt recht aan deze plek, die ooit vol bedrijvigheid was als op- of afstaphaven voor passagiers van en naar met name Algerije. Grote paquebots (pakboten!) legden aan met lading en passagiers. Er waren diverse hotels, eetgelegenheden, pakhuizen etcetera. Maar toen Algerije onafhankelijk werd, stopte deze verkeersader, sloten de hotels, maar werden er juist weer huizen gebouwd voor de remigranten ('pieds noires'). Nou ja, daar is nog een boel over te vertellen. Dat komt nog wel een keer. Nu eerst even een broodje paté (die met paddenstoelen). 

zondag 5 oktober 2025

Op de (zwarte) menulijst

"Heb je gekeken of er wel een dweil is?"
Ik vraag het een jongen die in de deur van de kombuis staat met een hengel in zijn hand.
Er staat heel weinig wind en we varen op de motor. De omstandigheden zijn perfect voor een partijtje vissen. 
De jongen kijkt me vragend aan en ik doe er nog een schepje bovenop: "En wodka?!"
De frons wordt dieper.
"Oh sorry, je weet niet hoe hier aan boord op makreel wordt gevist? Nou, je moet ze eerst lokken en dat doe je door met een dweil op het water te slaan. Als je ze dan hebt gevangen, moet je een beetje wodka in de bek gieten om ze te versuffen en dan sla je ze dood op dek.
Overigens maak ik ze alleen klaar als je zelf de ingewanden eruit haalt."
De jongen druipt af en zet de hengel voorzichtig terug in de bezemkast. Gelukkig maar, want als er eenmaal een school makrelen om het schip zwemt, ben ik zo de hele middag aan het bakken. 
Tenminste, zo was het ooit. Inmiddels staat de Atlantische makreel op de zwarte lijst; hij wordt met uitsterven bedreigd.
Ik eet graag vis en schaal- en schelpdieren, maar niet alleen wat die makreel betreft hou ik mijn hart vast. Elk restaurant heeft tegenwoordig octopus op de kaart en zee-egel is de nieuwe trouvaille. Net als matcha staan deze producten, die vooral trendy zijn dankzij social media, al gauw op uitsterven. En het gaat niet eens om de smaak. Wij aten ooit bij een sterrenzaak een voorgerechtje met zee-egel en die bleek te zitten in...een zegeltje, bovenop een soepje. Een zegeltje, als een cent, echt waar. Je kunt je voorstellen dat dit niets te maken had met de bijzondere smaak van het mooie zeedier. Een paarse octopuskrul, een felrode kreeftenschaar en een oranje stempeltje doen het nou eenmaal goed (bij de massa!) op de foto. Net als dat felle groen van de matcha, die negen van de tien keer gewoon naar gras smaakt, waarvan de struiken inmiddels ook zijn uitgeput.
Dat doet me eraan denken dat een shotje gras, vloeibaar zo mogelijk nog groener dan de sprieten, ook een tijdje een hype is geweest (in 2005 heette dat een 'biorage'), vooral omdat het reuze gezond was en je in de grote stad struikelde over de tentjes met grasmatten in de vensterbank en een lawaaiige groentepers op de toonbank. Die zaakjes zijn er niet meer, maar sloegen ook nog geen deuk in onze groene zoden. 
Hoewel, het gaat hier om gersten- of tarwegras en ik denk dat dat vooral uit Oekraïne kwam. 
Nu zin ik op een nieuw uit te rollen foodconcept dat juist een oplossing vormt en geen probleem creëert. Ik denk aan een simpele bereiding van de tijgermug, want dat insect, veeltallig dag en nacht actief rond mijn persoon, bezorgt mij dagelijks jeukende bulten. Helaas is dit plaagdier saai van kleur en niet voor de lens te krijgen, dus ik krab me nog maar eens achter m'n oren. 

zondag 28 september 2025

La dolce vita

Het is een genot om lange wandelingen te maken met de hond en zo de tijd te krijgen om de omgeving in me op te nemen: de geuren en geluiden en de veranderingen van weer en seizoen. Ik kijk naar de wiebelende oortjes van de hond die voor me loopt en moet erom glimlachen. Ondertussen loop ik te mijmeren en schieten de gekste vragen me tebinnen: 'Wat is het verschil in het Frans tussen een 'route' en een 'chemin' of 'Is een slang honkvast?' 
Als ik een professioneel blogger was, dan zou het wandelen in mijn werktijd vallen, want terwijl ik mijn pad kies, denk ik ook na over wat ik op wil schrijven, en dat denkproces is het halve werk. Ja, de wandelingen zijn vaak lang, contemplatie kost tijd en ik vind het belangrijk (en de hond vast ook). Mijn meningen en hersenspinsels geef ik niet graag over aan kunstmatige intelligentie. Descartes kon dat veel mooier en krachtiger zeggen. 
Aanhakend bij mijn vorige blog, vind ik het ook belangrijk om zonder drang ideeën te kunnen vormen en andermans ideeën (of one liners) te overdenken. 
Zo is het met ons eten ook. Slow food!
"Maar," zo schoot me op het bergpad door mijn hoofd, "slow food is in de bereiding vaak duur door de extra lange kooktijden, dus het energieverbruik, en dat levert bij mij dan toch stress op." Eenmaal onderaan de berg kwam ik tot een ander inzicht. Slow food behelst niet alleen die bout die 78 uur op 80 graden heeft getrokken, of het eitje dat 4 keer in een bad van 60 graden wordt gedompeld. Slow food gaat over het langzaam laten rijpen van het fruit, om zo de intenste smaak te krijgen. Hoe langer zuurdesem de tijd krijgt om het deeg te laten rijzen, hoe lekkerder het brood smaakt. Er zijn talloze langzame bereidingen. Zo kun je allerlei producten drogen (op een warme plek of in de zon, dus zonder droogoven met stekker): olijven, paddenstoelen, knoflook of tomaat worden heerlijke poeders of we maken chips van appel, peer of 'jerky' van mango en ander gepureerd fruit. En wat dacht je van gedroogde worst, of biltong en zuurkool of kimchi?
Slow food gaat wat mij betreft ook over nadenken wat je koopt en wat je gaat maken, over voorpret en nieuwsgierigheid, over genieten van de bereiding en uitkijken naar het resultaat van een nieuw experiment. Het gaat over bewondering voor de kaasmaker, de kweker of teler en het dier, over aangename verrassingen en eten wat de boer niet kent. Het gaat over ervaringen uitwisselen rond recepten en bereidingen, over de tijd nemen voor het samenstellen en zoeken naar bijzondere smaakcombinaties. Het doet goed om de tafel mooi te dekken, de borden op te maken en vrienden of familie rond de tafel uit te nodigen, elkaars verhalen te horen en van het samenzijn en eten te genieten. 
Het organiseren van een etentje brengt ook wel spanning met zich mee, bij de een meer dan bij de ander; een brood komt ook pas goed uit de oven als het deeg strak is opgebold. Maar al met al kun je vooraf, tijdens en naderhand genieten en als je de tijd neemt, komt dat het resultaat ten goede en kruip je met een voldaan gevoel je bed in. Is er een filosoof die dat mooi heeft geformuleerd? 

dinsdag 23 september 2025

Op de weegschaal

Er komen vast veel hits op deze blog, want de titel doet vermoeden dat het hier om het zo begeerde afvallen gaat, maar dat is niet zo. Het gaat om het wegen van woorden en het gaat over een paar dagen rondtoeren in het noorden van Spanje, met elke dag een bezoek aan een restaurant of bar - wat gek genoeg wel tot gewichtsverlies leidde. 
We zijn een paar dagen gaan kamperen in het naseizoen, nu het nog warm is en de grootste drukte is weggetrokken. De zuidkant van de Pyreneeën met de prachtige bergen, valleien en de grote roofvogels lonkte. We hebben ons er dan ook weer tegoed aan gedaan. 
Ja, het is een prachtig gebied, maar er zijn ook plekken waar je mij voor geen fortuin neer kan poten. Lintdorpen met verweerde en vervallen huizen pal langs een drukke doorgangsweg. Ellenlange wegen door dorre velden met de doordringende geur van kippen- en varkensboerderijen en grote industrieterreinen met silo's en zware vrachtwagens - die weer door die dorpen denderen. 
En dan het eten. Af en toe keek een van ons op de telefoon op zoek naar een leuk restaurant in de buurt. Bij de recensies die tegenwoordig van iedereen kunnen komen, zijn vaak ook foto's opgenomen en daar valt het meteen op: het Spaanse eten is over het algemeen bruin, er wordt veel gefrituurd, er zijn veel standaardgerechten en met uitzondering van de salades die meestal uit romano, tomaat en zoete ui bestaan, wordt er nauwelijks groente aangeboden; al moet gezegd dat de Spanjaarden aardappel ook onder groente scharen. 
Natuurlijk is dit heel generaliserend. Er zijn talloze uitzonderingen. Zo at ik 'tomates de Sobrarbre' bij een restaurantje boven Ainsa in Huesca. Het waren partjes, nee, parten zeer smakelijke dieprode en sappige tomaat, die heerlijk smaakten en hier werden geserveerd met stukjes tonijn, een beetje grof zout en een drizzel olijfolie. Ik kocht een heel diep smakend en op de tong smeltend jong geitenkaasje, niet bruin maar wit. En (langs de weg) kreeg ik rode paprika's gevuld met heek in bechamelsaus, met een roze saus (in een bruin ovenschaaltje, dat dan weer wel). Ik at ook slakken, hier in de buurt - ik schreef daar al eens over - niet bereid met kruidenboter en geserveerd met een fancy tangetje, maar geroosterd met zout, knoflookolie en geserveerd met een prikkertje. Ze ogen niet groen van de peterselie in de knoflookboter, maar.....bruin! 
Dus: hier leggen ze op alle slakken zout. En dat gebeurt tegenwoordig ook in onze taal; in berichten als soundbites. Spanje is mooi, Frankrijk is platgetrapt, de Belgen rijden slecht, de Nederlanders zijn lange slungels en nog breder: mannen zijn fout, moslims zijn terroristen, boeren zijn vervuilers en linkse rakkers storten ons in armoede. Dit gaat niet alleen om een (wereld)beeld, maar ook om (beeld)taal en met taal en beeld duiden wij het leven, dus beide zijn heel belangrijk.
Terug naar de mini-vakantie. Het viel me bij de campings op dat er overal veel activiteiten werden aangeboden. Aan het strand liggen met een boek is er niet meer bij, er moeten ongerepte kloven worden doorwaad, bergen beklommen, 'bananen' worden bevaren en paarden bestegen. Er worden selfiemomenten gecreeërd die het hart sneller doen kloppen en het op de socials goed doen (beeld!). Dat terwijl die harten in het dagelijks leven al op overdrive werken en natuur en rust plaats moeten maken voor het nieuwe normaal. Zelfs op de meest afgelegen camping hoorden we 's nachts het geluid van wegwerkzaamheden, omdat een route die we reden en waarop we in een uur tijd nog geen 3 auto's passeerden, moet worden verbreed. Er was ook ergens 4 kilometer van de 'natuur camping' een dorpsfeest met luide technomuziek van middernacht tot het kraaien van de haan en we vergaten steeds om de tent zo neer te zetten dat het campinglicht ons niet uit de slaap hield. 
Ik bedoel maar te zeggen dat het schier onmogelijk is om nog te genieten van een slingerweggetje of een nacht met bosuilroep en maneschijn. Het komt op mij over alsof er geen ruimte meer wordt geboden voor contemplatie en nuance, die mede ontstaan als we tussen de regels door lezen (taal!) of eens een lang opiniestuk doornemen. In plaats van elke woord in het nieuws op een goudschaal te wegen, is het belangrijk om begrijpend te blijven lezen - en dat schijnt tegenwoordig bij veel scholieren een probleem te zijn.
Daar kan ik nog lang over mijmeren, maar met de laatste restjes lamskotelet nog tussen mijn tanden bezie (beeld) en beschrijf (taal) ik het toch positief, want het waren wel bijzondere dagen die mij weer deden inzien: het is niet allemaal zwart/wit; er zijn vele tinten bruin. 

p.s.: de foto is van een bordje pens 'om van te huilen' zo lekker, volgens de menukaart en het was inderdaad zeer smakelijk. 

maandag 8 september 2025

M'n liefje m'n druifje

Het is een onooglijk dorp met nog geen 400 inwoners. De huizen rond een kleine kerk maken een vervallen indruk, al hebben sommige guitige serres rond de voordeur met ruiten in ijle, stalen sponningen. Er is geen café te bekennen, maar wel een delicatessenzaak en verderop staan twee imposante herenhuizen. 
We parkeren op de 'vlekweg', de rue de la tâche, en springen om de modderpoelen heen. Aan het eind van dit straatje staat een gestutte oude muur in een groen veld. Gezien de moeite die is genomen om deze stapel stenen te behouden, betreft het vast een ooit belangrijk bouwwerk. Ernaast ligt meteen een prachtig onderhouden wijngaard. De stokken staan strak in het gelid en lijken wel geknipt met een nagelschaartje. Iets verderop tegen de heuvel staat een stenen kruis met een gevelsteen ernaast in een gestapeld muurtje. Nu is het duidelijk: hier groeien de druiven van de crème de la crème: de Romanée Conti, uit het dorp Vosne Romanée in de Bourgogne. Een tweetalig bordje dat de bedevaartganger erop wijst dat er niet geplukt mag worden en enkele verdekt opgestelde camera's die de boel surveilleren, wijzen op discrete rijkdom. 
Het is de tijd van de wijnoogst, maar hier is het opvallend stil. We kijken wat rond en maken foto's. Na ons volgt een Japans echtpaar, herkenbaar aan de floddermutsjes, korte passen en het fototoestel op de buik.
Als we teruglopen richting het dorp, zien we een bord waarop een verbouwing wordt aangekondigd. De naam van de opdrachtgever: Romanée Conti. Op het terrein staan hagelwitte personenbusjes. De bekleding van de stoelen is afgeplakt met vuilniszakken, duidelijk bedoeld om geen wijnvlekken op de zittingen achter te laten. Iets verderop staan verschillende caravans en campers (waarom zijn die toch altijd zo opzichtig wit?). Hier logeren de plukkers, dat kan niet missen. 
We kijken alleen maar en horen eigenlijk niets, geen geronk van oogstmachines, geen 'bouwvakkers'radio's, geen oogstliederen of weet ik wat. Er trekt slechts een auto op met een groot logo aan de zijkant; het is de bedrijfswagen van een firma die etiketten bedrukt. 
Zo zijn er allerlei kleine aanwijzigingen dat we hier in een wijndorp zijn, maar dat hier de duurste rood vandaan komt, verklapt misschien alleen die delicatessenzaak, die nog niet open is.
Ik weet er verder niet veel van, maar heb me laten vertellen dat onze auto bijna evenveel kost als een goede fles van 75 centiliter. Het zijn vooral de Aziatische klanten die de prijs opdrijven en omdat de productie beperkt is, mag een doosje wat kosten!
Of ik ooit een slok van dit vloeibare goud zal proeven, weet ik niet, maar onze hond snoept
een druifje van een vergeten tros in de berm. Als je leest dat er voor een fles wijn 600 tot 800 druiven nodig zijn en je neemt een flinke marge, dan stellen we ons even voor dat er 3000 druiven in een fles van €30.000 gaan. Dat betekent dus dat onze hond zojuist voor een tientje een blauw besje in zijn maag heeft laten verdwijnen. Indrukwekkend!

zondag 24 augustus 2025

DISCrepatie

Naast de nuances waar ik in mijn vorige blog over schreef, heb je ook harde feiten. Een meter en een gram zijn een gegeven, graden zijn dat ook en de tijd is ook zo'n afgebakend begrip. Er is meetapparatuur om deze eenheden vast te leggen en natuurlijk schept dat helderheid. Dat geldt ook voor koken, zeker in de patisserie waarbij elke gram en elke seconde telt. 
Binnen de kookwereld bestaan er ook zeker nuances. Het is nu eenmaal zo dat de een van een hardgekookt eitje smult, de ander van een lopend exemplaar en voor vlees kennen we ook zo de voorkeuren, van bloederig tot schoenzool. 
Voor mens en dier zijn de gegevens niet klip en klaar en dat maakt inschatting moeilijk. Gelukkig schiet DISC te hulp. Deze indeling, die al bijna 100 jaar geleden werd geïntroduceerd, stelt ons in staat om onze persoonlijkheid te typeren en dat is wat we willen, zeker in het bedrijfsleven. Er kan nu eenmaal geen prikkertje met vlaggetje in onze billen worden geprikt om aan te geven dat we bloederig of overgaar zijn, terwijl onze baas ons toch graag snel even evalueert bij het koffiezetapparaat.
Om niet in duffe letters (D = dominant, I = invloed, S = stabiel en C = consciëntieus) te vervallen, worden ons kleuren toegekend en daarvan zijn er dus 4. Voor het samenstellen van je eigen palet, moet je een test doen en dat heb ik zojuist gedaan. De vragen die je dient te beantwoorden zullen weloverwogen zijn samengesteld, maar bieden weinig ruimte voor nuance, anders vertroebelen de kleuren. De karakteromschrijving die er uiteindelijk uitrolt, leest als een horoscoop, het is dan ook mogelijk om aan die verschillende nuances weer profielen te koppelen, als waren het sterrenbeelden: onderzoeker, motivator, perfectionist, creativeling, enzovoort.
'Zoals je zult begrijpen', lees ik, 'zijn er duizenden verschillende scorecombinaties.' Voor een uitgebreide analyse van mij (ik zie bij mij alleen relatief weinig blauw, wat toch mijn lievelingskleur is), is het belangrijk om mijn geslacht, leeftijd en meer personalia bloot te geven en voor een echt gedetailleerde analyse kan ik een rapport kopen (!).
Deze methode is inmiddels populair in het bedrijfsleven, ik vermoed vooral bij de bovenlaag: de managers en human resourcers die nieuw personeel aantrekken, hun team aansturen en als ware poppenspelers de gekleurde (!) touwtjes in handen hebben. Ik neem aan dat daarbij niet van 'duizenden verschillende scorecombinaties' wordt uitgegaan, dat vertroebelt de boel maar.

Ik kom op functioneringsgesprek.
"Ha Catrien, ga zitten, mooie blouse!"
"Dank je Jacobien."
"Blauw, zie ik."
"Ja, mijn lievelingskleur."
"Oh, ja, nou, frappant."
"Sorry?"
"Nou, ik heb nog eens naar je testresultaten gekeken en je scoort niet zo goed in consciëntieusheid."
"Pardon."
Jacobien heeft het net bijna foutloos uit haar strot gekregen, maar waagt zich er niet nog eens aan: 'denk groen,' spreekt ze zichzelf toe: blijf stabiel en rood: dominant.

Nou ja, zo kan ik wel even doorzemelen, maar een of andere kleur roept mij tot de orde. Het is tijd voor het avondeten en ik kijk op mijn aanrecht. Komkommer = groen = stabiliteit, tomaat = rood = dominantie, Amsterdamse ui = geel = invloed en dan blijft blauw over, nergens te bekennen, behalve in mijn spijkerbroek en misschien mijn ergenis. Welk taartje moet ik hier nu van bakken? Ik aarzel niet en blijf bij mezelf: huppa, alles door elkaar dan maar!